Tags

, , ,

Economische stagnatie is een politieke keuze (Bas Jacobs, Katern Economie/NRC Handelsblad, 4 april)

http://www.nrc.nl/handelsblad/van/2015/april/04/grunberg-jacobs-over-kapitalisme-vrijheid-1481490

‘Economische stagnatie is een politieke keuze, geen onvermijdelijkheid. Debiteuren worden kaalgeplukt en kunnen niets uitgeven. Crediteuren willen niets uitgeven. We sparen teveel en besteden te weinig. Voor volledige bezetting en werkgelegenheid moet de reële rente – nominale rente minus inflatie – negatief worden. Spaarders verliezen dan geld en willen weer besteden. Schulden smelten weg en schuldenaren kunnen weer besteden. In normale tijden kan de centrale bank de nominale rente verlagen, maar die staat al langere tijd op nul. De enige monetaire oplossing is daarom meer inflatie.’

Correcte zienswijze.

‘Streeck – een Duitser – ziet kwantitatieve verruiming als een groot kwaad. Ten onrechte. Het kan helpen, zolang de verruiming maar niet wordt teruggedraaid. Beter is als de ECB geld zou droppen bij huishoudens, bedrijven en overheden. Dat geeft met zekerheid inflatie. Ook hogere overheidsuitgaven of lagere belastingen stimuleren onze economie gegarandeerd. Zelfs nu overheden gratis kunnen lenen, weigeren ze hardnekkig meer te investeren. Sterker, we verbieden zowel monetaire financiering als grotere begrotingstekorten.’

Ook correct, alleen mag niet worden vergeten dat de Duitsers een trauma hebben opgelopen op het thema van de inflatie en dat kwantitatieve verruiming een aanzet daartoe kan zijn, maar dat geldt alleen onder de oude economische verhoudingen, die nu niet meer bestaan. De vraag al nu alleen waar die kwantitatieve verruiming (QE) blijft; of liever gezegd verdwijnt?

‘Groeiende inkomens- en vermogensongelijkheid is eveneens een politieke keuze, geen onvermijdelijkheid. Vrijhandel en technologische ontwikkelingen zorgen voor grote vooruitgang, maar ook voor verliezers die daarin niet meedelen. Overheden hebben echter nagelaten verliezers te compenseren. De financiële sector bood die verliezers jarenlang ijdele hoop op voorspoed met kredietverlening gebaseerd op huizenbubbels.’

Deze alinea is ook volkomen waar en hier kan de verklaring worden gevonden van de neerwaartse spiraal waaronder de coalitiepartner PvdA lijdt: ze doen niets aan die groeiende inkomens- en vermogensongelijkheid en dat wordt de PvdA terecht kwalijk genomen.

Vervolgens komt Jacobs met het briljante alternatief, namelijk een liberale renaissance aangezien zij die zich nu liberaal noemen, zijn verworden tot mercantilisten en dus het predicaat liberaal niet meer verdienen:

‘Arnon, alleen een liberale renaissance kan het kapitalisme redden van de kapitalisten. Die renaissance zal alleen niet komen van mensen die zichzelf nu ‘liberaal’ noemen. Zij zijn verworden tot mercantilisten die eerlijke concurrentie en vrijhandel om zeep helpen. Ze stichten belastingparadijzen en steunen dictators. Ze zijn de buikspreekpoppen van een financiële sector die winsten privatiseert en verliezen socialiseert. Ze incasseren grootschalige staatssubsidies op hun vermogensopbouw via pensioenen en huizen. Ze willen vrije migratie tegenhouden en fort Europa afsluiten. Die nepliberalen, die intellectueel verdwaasden zijn de grootste vijanden van het kapitalisme.’

Dit een volkomen correcte waarneming, die echter alleen door economen kan worden bewezen, omdat zij door onderzoek de uitkomst kunnen waarmaken dat ‘ze belastingparadijzen stichten en dictators steunen. Ze zijn de buikspreekpoppen van een financiële sector die winsten privatiseert en verliezen socialiseert.’ Winsten worden dus geprivatiseerd en verliezen gesocialiseerd. Zie daar het geheim van deze wereldwijde samenleving, die maakt dat de lopende – omdat deze crisis nooit tot het einde toe zal worden ontmanteld omdat er teveel financiële belangen schuilgaan aan de blijvende groei van de huidige oligarchieën – financiële crisis er dus belang bij heeft te blijven bestaan.

En dan het slotakkoord van Jacobs:

‘Beste Arnon, alleen het kapitalisme biedt mensen hoop op een vrij leven en voorspoed. Onder één voorwaarde: iedereen zal moeten delen in de vruchten van economische vooruitgang. Maar door het uitvretersgedrag van een groep financieel-economische oligarchen erodeert langzaam het politiek draagvlak onder ons kapitalistische bestel. Dat kan tot een hel op aarde leiden, zoals we hebben gezien in Europa na de eerste wereldoorlog. De swastika en hamer en sikkel wonnen het van het burgerlijke liberaal-kapitalisme. En als dat onverhoopt ooit weer zou gebeuren, dan is dat een politieke keuze, geen onvermijdelijkheid.’

Inderdaad geen onvermijdelijkheid, zoals Jacobs terecht stelt, aangezien we hier met het eeuwenoude probleem van financiële machthebbers van doen hebben, het bestaan van ‘de dans om het gouden kalf’:

Stelling

De combinatie van de zogenoemde ‘shareholder value’ en ‘globalisering’ is een zekere weg naar een catastrofe.

‘Indien de enige maatstaf in de zakenwereld een zo hoog mogelijk rendement moet zijn, kunnen ook verantwoordelijk ingestelde leiders van bedrijven niet anders dan zich slechts richten op een optimale winst; voor milieu en sociale overwegingen is daarbij geen plaats. Zo niet dan zullen zij noodzakelijkerwijs van hun functies worden ontheven. Dat geldt op nationaal niveau, ofschoon daarbij tactische overwegingen gericht op danwel beïnvloed door de nationale publieke opinie wel kunnen meespelen. In een ‘geglobaliseerde’ wereld wordt de ‘optimeringsdwang’ (om maar eens een vervelend woord te gebruiken) met betrekking tot de winsten echter zo groot, dat deze onvermijdelijk alle andere bedenkingen zal doen verdwijnen.’[1]

[1] C. van Nispen tot Sevenaer, De dans om het gouden kalf. Index van een uitzichtloze situatie. Te Amsterdam in eigen beheer uitgegeven door de auteur 2002, p.9

Advertisements