Tags

, , , , ,

‘Niemand heeft een idee. Dat is het engste’ (Caroline de Gruyter, Economie/NRC Handelsblad, 3 april)

Interview Wolfgang Streeck

De Griekse crisis laat volgens de Duitse sociaal-econoom Wolfgang Streeck zien dat kapitalisme en democratie uiteindelijk frontaal op elkaar botsen. “We zitten op een volkaan.”

‘In zijn boek ‘Gekochte Tijd’, dat deze week is verschenen, laat de Duitse socioloog Wolfgang Streeck zien dat de crisis met Griekenland niet is veroorzaakt doordat ‘de Grieken teveel uitgeven’ of ‘Duitsers zuinig zijn’. Wat hier aan de hand is, schrijft de oud-directeur van het Max Planck Instituut voor sociale wetenschappen in Keulen, gaat veel, veel dieper: het is een clash tussen kapitalisme en democratie die er al sinds de jaren zeventig aan zat te komen, in alle westerse landen.’

Als het waar is, zoals Wolfgang Streeck beweert, dat de clash tussen kapitalisme en democratie onvermijdelijk is – maar daarin geloof ik niet zoals uit het vervolg duidelijk zal worden – en dat deze clash ook de ondergang van de Europese Unie (EU) kan betekenen, dan heeft hij gelijk als wij als EU-burgers de huidige perikelen tussen Griekenland en de rest van de EU zodanig hebben laten aanrommelen dat wij daarop onze greep zijn kwijt geraakt. Daar lijkt het heel erg op inderdaad.

Maar ondertussen heeft Streeck volkomen ongelijk dat hij meent dat het om een clash gaat tussen democratie en kapitalisme, want dat zijn twee verschillende stelsels, die eigenlijk als appels en peren met elkaar vergeleken worden. En dat is een onmogelijke vergelijking. Het kapitalisme is namelijk een bepaald marktmodel dat kortweg gezegd bepaalt dat de markt verantwoordelijk is voor de productie en verspreiding van die productie. Het kapitalisme staat dan tegenover het communistische marktmodel, dat de staat verantwoordelijk maakt voor de planning van economische productie en de verspreiding daarvan.

Democratie is echter iets heel anders, namelijk de organisatie van het politieke stelsel, waarbij zowel de burgers van die natie politiek stemrecht geeft en via het kiesstelsel – dat in ieder land verschilt – de vertegenwoordigers namens die stemmers kiest die zitting nemen in de volksvertegenwoordiging (altijd namens een bepaalde partij) om alle staatszaken die daar door de uitvoerende macht, de regering of het kabinet, worden neergelegd of aangeboden, doorgesproken worden, naast de controle op de wijze waarop de regering het beleid uitvoert. De bevolking controleert samengevat op deze manier hoe de staat en de staatsmacht georganiseerd worden en hoe de maatschappij wordt ingericht. Dat staat in alle leerboeken over ons eigen staatsrecht, dat weer anders is dan staatsrecht in de ons omgevende buurlanden; tot in de verste uithoeken van de EU aan toe.

Maar het probleem zit in de bijzin ‘hoe de maatschappij wordt ingericht’. De politiek draagt via alle betrokken partijorganisaties bij aan politieke ideologievorming – lees: opvattingen – over de inrichting van de staat. Dat behelst alles wat met de maatschappelijke inrichting te maken heeft (van linkse tot rechtse opvattingen). Maar… daarvan is tijdens en na de Wederopbouw in Europa niets terechtgekomen door eenzijdige besluiten van de eerste aangetreden Europese autoriteiten als regeringsleiders om een economische samenwerking in het Europa van na de oorlog op te zetten, waarbij de expliciete opdracht was om Duitsland niet meer in de positie mocht worden gebracht om een nieuwe wereldoorlog te laten ontstaan. Daartoe diende even heel kort en krachtig uitgedrukt de EGKS als de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de samenwerkingsorganisatie die de Duitse ijzermijnen moest controleren op het (theoretische) misbruik om uit dat ijzer het gevormde staal opnieuw ooglogstuig te produceren. Dit als achtergrond om de politieke dilemma’s van direct na de oorlog in Europa te schetsen.

En nu – in het hedendaagse Europa – is het sinds de eurocrisis – landencrisis met hun hoge schuldenlast – duidelijk geworden dat de nieuwe mondiale en globaliserende economische verhoudingen een controlerende taak van de kredietbeoordelaars hebben opgeleverd die de economische concurrentiekracht tussen mondiale economische machten en bedrijven onderzoeken. Sinds het hoogtepunt van de eurocrisis (moment dat Draghi beloofde dat alles zou worden gedaan om de euro te beschermen) wordt ook weer steeds minder vernomen van deze kredietbeoordelaars; de maatregelen zijn door de betrokken regeringen genomen en de balansen van overheidsuitgaven verbeterd en staatsschulden verminderd. Er zijn nieuwe economische evenwichten ontstaan, althans we zijn op weg naar die nieuwe evenwichten.

Maar Griekenland bewijst dat er een wezenlijk conflictpotentieel bestaat tussen democratie en kapitalisme, namelijk op het moment dat na verkiezingen de gevestigde orde wordt weggestemd en er een nieuwe regering aantreedt die denkt dat een nieuwe start met een schone lei mogelijk is. Dat is natuurlijk de omgekeerde wereld, gezien de verplichtingen de voorgaande regering is aangegaan om de bestaande schulden af te lossen. Dat zal de Griekse ministers ook met zoveel woorden zijn aangezegd binnen de besloten muren van de ministeriele overleggen tussen EU en Griekenland.

Kortom, hier uit zich een ogenschijnlijk principieel conflict, maar het is feitelijk een praktisch conflict, dat is ontstaan en opgeroepen door amateurpolitici die per toeval aan het bewind zijn gekomen en nu denken dat ze de gevestigde politici binnen de EU de wet kunnen voorschrijven.

De denkfout die premier Sripras van Radicaallinks dus namens zijn partij heeft gemaakt is dat hij zijn eigen verkiezingscondities of -beloften aan Europa meent te kunnen opleggen; dat is simpelweg aan naïeve opvatting. De leningen die de Grieken hebben aangegaan zijn natuurlijk juridisch geheel dichtgetimmerde stukken die voorzien zijn van handtekeningen en waar je je aan te houden hebt. Wel heeft Streeck gelijk dat die schuldenlast van z’n levensdagen niet terugbetaald kunnen worden en dat er dus een modus gevonden moet worden om daarin tot een gulden middenweg te komen.

Op deze wijze geredeneerd is het hopelijk duidelijk geworden dat kapitalisme en democratie twee geheel verschillende stelsels of organisatiestructuren zijn, die wel samen kunnen bestaan binnen – een democratische – natiestaat, maar verschillende functies hebben, die ook niet verward moeten worden met elkaar.

Dat de titel van Streecks interview luidt ‘Niemand heeft een idee. Dat is het ergste’, kan niet anders dan een praktische hartenkreet zijn om aan te geven dat de EU-regeringsleiders worstelen met hun eigen democratische beginselen om de Grieken een gevoel van medeleven te tonen, maar tegelijkertijd aan de Grieken duidelijk te maken dat normale rechtsregels niet zomaar terzijde kunnen worden geschoven. En dat de Radicaallinkse politici onder leiding van Alexis Sripras enige (politieke) volwassenheid mag worden verwacht dat deze partij beseft dat er politiek vormingswerk in aantocht is om de Griekse burgerij enig politiek realisme bij te brengen, waar zij zelf als campagneteam in gefaald hebben. Indien de Grieken tot dat realisme kunnen worden overgehaald dan zal Europa zeker ook mededogen tonen om de Grieken zo goed mogelijk behulpzaam te zijn bij het afwikkelen van hun schuldenlast. Voor wat hoort wat.

Maar dat ‘niemand een idee heeft’ is natuurlijk apert onwaar, want waar mensen rondlopen, hebben ze ook uitgesproken opvattingen. Maar die opvattingen waar het om de Griekse gaat, zullen Europees vertaald moeten worden en dat is aan Mutti Merkel wel toevertrouwd. Zijn is iemand die de nuance altijd opzoekt waar dat nodig is, want harde uitspraken komen er ook uit haar mond en daarvan kan Poetin meepraten.