Tags

, , , ,

Breng maatschappij terug in de bank (Coen van der Veer en Peter Ras, opinie/Trouw, 1 april)

Als banken al bonussen willen geven, koppel ze dan aan iets als duurzame investeringen, bepleiten Coen van der Veer (FNV) en Peter Ras (Oxfam Novib).

‘Buitensporige verhoging van salarissen en de terugkeer van bonussen in de top van banken en verzekeraars roepen veel verzet en weerstand op – en terecht.

‘Hoog tijd dat banken en verzekeraars hun eigen werknemers en de maatschappij weer serieus nemen. In tijden van loonmatiging en ontslag onder bankmedewerkers is dat niet meer dan eerlijk. Maar bovendien: bonussen en compenserende absurde salarisverhogingen dienen geen maatschappelijk doel. Schaf die af of matig ze flink, en koppel ze aan maatschappelijk verantwoorde doelen, zoals duurzaamheid. De politiek moet hierop sturen. Maar ook klanten moeten in beweging komen: blijf niet mokken langs de zijlijn, maar spreek je bank aan op zijn beleid.’

Commentaar: Met deze uitspraken zal iedere Nederlandse burger het eens zijn, met uitzondering van de kleine selecte leden van Raden van Bestuur van multinationals in ons land, want die zijn ook aangestoken door het virus dat de Angelsaksische bestuursmodel heet, waar de CEO altijd te weinig verdient dan zijn concurrent en dus ieder jaar weer moet worden verhoogd in zijn beloningsstructuur.[1]

‘Uitleggen dat het deugt, lukt niet’ (Teri van der Heijden en Chris Hensen, Katern Economie/NRC Handelsblad, 31 maart)

Interview Peter Wakkie. Commissaris Peter Wakkie van ABN Amro verdedigt de salarisverhoging van de top, ook al ziet die daar nu van af.

‘De bestuurders hebben hun doelstellingen steeds met vlag en wimpel gehaald. Als je die gehaald hebt, heb je recht op die bonus. Die hebben ze al sinds 2010 niet meer ontvangen. In werkelijkheid hebben ze dus 1,5 miljoen laten liggen.”

Hier laat Wakkie de gelegenheid onbenut of liggen om uit te leggen waarom de bestuurders hun doelstellingen ‘met vlag en wimpel hebben gehaald’. Jammer genoeg laten beide NRC-journalisten die vraag ook liggen, maar Wakkie die in de gaten moet hebben hoe gevoelig deze exorbitante salarisverhoudingen liggen en hoe on-Nederlands de bonuscultuur is, had zeker een toelichting moeten geven over die fantastische resultaten van die bestuurders, want dat weet het lezerspubliek niet. En als hij meer dan alleen achter de juridische juistheid van de salarisverhoging staat in verband met het verbod op bonussen, dan had hij ook moeten uitleggen waarom hij van mening is dat meer dan ruim verdiend was. Maar omdat inmiddels wel bewezen is dat het bestuur van ABN Amro een flinke scheve schaats heeft gereden, is eerder het omgekeerde aan de orde. De beursgang wordt helemaal niets vanwege dit getoonde amateurisme. Eigenlijk dient bestuursvoorzitter Gerrit Zalm nu zijn vertrek aan te kondigen, omdat ook hij onvoldoende politieke antennes bleek te beschikken om dit publicitaire drama van zijn bank te verhinderen. Hij is volstrekt door de mand gevallen. Daar heeft Arnoud Boot ons op gewezen in zijn NRC-bijdrage ‘Beursgang ABN-Amro overhaast en ondoordacht’ (31 maart). Zalm had moeten voorkomen dat zijn bank ‘onzichtbaar is geweest in het publieke debat’. ‘Dat verklaart misschien wel de miskleun van die salarisverhoging’, zo suggereert Boot.

Dat Jaap van Duijn hierbij ten tweede male geciteerd kon worden uit zijn net gepubliceerde boek, is toeval. Het boek helpt de lezer de juiste proporties inzake de bonuscultuur te leren kennen, een cultuur die een tien- of twintigjaar geleden in ons land nog niet bestond. Omdat wij – Nederlandse bancaire wereld – zo nodig mee moesten in de mondialisering van de wereldeconomie, moesten we ook wel meegaan in die Amerikaanse beloningsverhoudingen. Flauwe kul natuurlijk aangezien we helemaal geen andere banken hoeven na te doen, maar voorafgaande aan de kredietcrisis wisten we het niet beter. Het is toch veel interessanter om betere resultaten te halen dan buitenlandse concurrenten met minder – maar nog steeds riant – verdiende bestuurders? Want bonussen heb je op dat niveau van inkomens helemaal niet nodig. Wij hebben het ons laten aanpraten. Maar wij ‘klanten/rekeninghouders’ zijn nu wakker geworden.

Maar we hebben het geweten met de bancaire neergang, terwijl de bonussen uitgedeeld bleven worden: de belastingbetaler moest het ophoesten. Alleen de banken zelf zijn er nog niet achter dat er iets in hun systeem niet deugde. Een achterlijke want ‘verstopte’ beroepsgroep dus. Wat hebben ze nog meer op hun geweten waar wij als klanten en consumenten geen weet van hebben. Zij hebben zich buitensporig verrijkt met onze zuur verdiende inkomens en soms wat spaarcenten. Het wordt tijd dat we in opstand komen. Omdat ABN Amro en ING te zwaar in de Angelsaksische modellen geïnvesteerd hebben mogen we van beide bestuurslagen geen revolutionaire verwachtingen koesteren, maar de eerst volgende bank die weer failliet gaat – maar als systeembank niet mag ‘vallen’ – wordt die definitief een nieuwe Postbank, een nieuwe staatsbank dus en zal dat ten eeuwigen dagen blijven; wettelijk verankerd. Dan zijn we van dat nieuwe bonusdebat of beloningsdiscussie ontslagen, want bij dezen geregeld. Dan is er toch nog een winstje geboekt in deze zware tijden.

[1] Jaap van Duijn, Uit balans. Hoe de Nederlandse economie in het ongerede raakte. De Bezige Bij (2015), p.309: ‘Tegelijk met de opkomst van het CEO-model heeft de bonuscultuur zich een steeds steviger plaats in het bedrijfsleven verworven. Bonussen waren in de jaren vijftig en zestig, en in Nederland zelfs nog in de jaren zeventig en tachtig, een vrijwel onbekend fenomeen. Als ze al werden toegekend, dan was dat bij hogere uitzondering en alleen in heel bijzondere gevallen, en dan beperkt tot het lagere en middenkader. Een secretaresse, die een tijdlang het werk van een zieke collega erbij had gedaan, kreeg een extra maandsalaris als blijk van waardering voor haar inzet. Ook in het bonusbeleid zien we de extremiteiten van de huidige tijd terug. Het beloningsbeleid in het bedrijfsleven is totaal uit balans. De hoogste bonussen zijn nu voor de top (die hoe dan ook al het meest verdient), de laagste voor de lagere medewerkers. Heel vaak zijn ook bonuspercentages voor de top het hoogst. Dan werk een bonus dubbelop. Bij een gelijk bonuspercentage voor iedereen zou de top in absolute bedragen al meer vangen dan de rest van de werknemers. Bij een hoger percentage wordt er nog eens een schep bovenop gedaan en wordt de inkomensongelijkheid verder vergroot.’

Advertisements