Tags

, , ,

‘Kader2: Kritiek op kredietbeoordelaars bij: Kredietchef ziet structureel lagere groei in eurozone (Marcel de Boer en Jeroen Bos, Economie & Politiek/fd, 17 februari)

‘Kredietbeoordelaars als S&P, Moody’s en Fitch zijn sinds de kredietcrisis van 2007-2009 en de eurocrisis sinds 2010 tamelijk omstreden. Niet alleen omdat ze een hoge kredietstatus hadden toegekend aan gestructureerde, maar risicovolle financiële producten en aan financiële instellingen die minder stabiel bleken te zijn, maar vooral omdat ze met hun plotselinge afwaarderingen de crises zouden hebben versterkt.

‘S&P kan zich niet goed in de kritiek vinden. Directeur Kraemer wijst erop dat S&P al vanaf 2004 de rating van Zuid-Europese land als Italië en Griekenland begon te verlagen. In dat laatste geval tot vijf of zes stappen onder die van Nederland. De markten hadden daar geen boodschap aan en bleven geld uitlenen alsof de risico’s vergelijkbaar waren.

‘Tijdens de crisis was het effect tegenovergesteld. Toen hield S&P de ratings juist hoger, maar wilden de markten er massaal uit. Kraemer: ‘Beleggers zijn nu gelukkig wel veel selectiever. Als Griekenland in 2010, 2011 in de problemen kwam, besloot iedereen al zijn beleggingen in de periferie van de hand te doen. Nu zie je de Griekse spreads uitbreken, maar niet langer tegelijkertijd ook in Spanje en Portugal.’

Zoals er te lezen valt zijn de bestaande kredietbeoordelaars sinds de kredietcrisis van 2007-2009 en de eurocrisis sinds 2010 tamelijk omstreden. Niet alleen omdat ze een hoge kredietstatus hadden toegekend aan gestructureerde, maar risicovolle financiële producten en aan financiële instellingen die minder stabiel bleken te zijn. Een grove inschattingsfout is een betere kwalificatie.

Vreemd is ook dat S&P al vanaf 2004 de rating van Zuid-Europese land als Italië en Griekenland begon te verlagen. En dat terwijl de ‘indruk’ bestaat dat Zuid-Europese landen al veel langer, en dus ruim vóór 2004 een minder degelijk financiële koers varen dan in Noord-Europa gebruikelijk is. Het argument ‘In dat laatste geval tot vijf of zes stappen onder die van Nederland’ is dan minder terzake om het eufemistisch uit te drukken. En dat de ‘markten hadden daar geen boodschap aan en bleven geld uitlenen alsof de risico’s vergelijkbaar waren’ is vanuit een ander perspectief verklaarbaar doordat we toen vóór de kredietcrisis met een bancaire wereld te maken hadden die krediet verstrekten waar maar winst op voorhand werd geroken.

Een blind vertrouwen in marktwerking dus die ons opbrak vanwege alle kolderieke ontwikkelingen vanaf de jaren negentig, die als omslagpunt gerekend kunnen worden vanwege de introductie van supercomputers in die financiële werelden. Overschatting en hoogmoed waren toen de belangrijkste trend. Dat hebben de ratingbureaus dus ook schromelijk onderschat.

Deze kanttekeningen maken duidelijk dat er best eens op dit vraagstuk van kredietbeoordelaars een intensieve studie gemaakt kan worden op economische faculteiten in ons land (en natuurlijk andere landen). Het lijkt zelfs noodzakelijk om een dergelijke evaluatie te ondernemen omdat deze kredietbeoordelaars ook een heel nuttige functie blijken te hebben, namelijk als een nieuw soort economische scheidsrechter die budgetbeleid van landen – natiestaten – in de gaten houdt, waar dat vroeger op het eerste gezicht geheel ontbrak.

Interessant is ook de volgende opmerking:

‘Omdat de economieën van de eurozone volgens Kraemer op een structureel lager groeipad terecht zijn gekomen, is hij over dat terugverdienen ronduit pessimistisch. Minder groei betekent een geringere verdiencapaciteit, en dus minder ruimte om aan betalingsverplichtingen te voldoen.

‘De structureel lagere groei hangt allereerst samen met het afnemende effect van de globalisering. De mondiale specialisatie en efficiëntieslagen zijn goeddeels uitgewerkt, aldus de Duitse econoom. Tekenend is dat de wereldhandel tegenwoordig in hetzelfde tempo groeit als de economische productie. Vóór de crisis was dat nog twee keer zo snel.’

Zou dat structureel lagere groeipad te verklaren zijn doordat de opkomende industriële blokken hun achterstand ten opzichte van het Westen hebben ingehaald, zodat de globalisering een nieuw evenwichtspunt heeft bereikt? Als Kraemer echter beweert dat de mondiale specialisatie en efficiëntieslagen zijn goeddeels uitgewerkt, dan lijkt dat een voorbarige conclusie omdat een dergelijke uitspraak nooit gedaan kan worden. Specialisaties zijn immers een blijvend verschijnsel omdat de menselijk inventiviteit en innovatiedrift oorzaak is van het ontstaan van steeds nieuwe specialisaties. Dat is een oneindig doorwerkend proces, inherent aan de menselijke natuur. Maar efficiëntieslagen, die voor het merendeel onuitvoerbaar zijn vanwege menselijke ondeugden en gemakzucht, is een heel apart thema. Het meest gebruikte schijnargument dat wordt gebruikt bij bezuinigingsslagen en saneringsronden.

Er wordt zelfs een onbegrijpelijke uitspraak gedaan:

‘Een duurzame economische ontwikkeling is niet mogelijk als je schuld op schuld stapelt. Als dat wel zo zou zijn, dan zouden landen als Griekenland, Portugal en Italië nu bloeiende economieën zijn.’

Dit is onbegrijpelijk omdat er voor duurzame economische ontwikkeling juist kredieten noodzakelijk zijn, omdat duurzaamheid ‘duurder’ is dan de niet-duurzame productiemiddelen van dit moment, simpelweg omdat fabrikanten zo goedkoop mogelijk proberen te produceren. Daarin ligt hun winstmarge en dat is toch hun uitgangspunt. Schuld op schuld stapelen is al zo oud als de mensheid, omdat de ‘kost voor de baat uitgaat’. Zonder schulden geen draaiende economie. Maar een heel andere vraag is waar het monetaire geld naar toe gaat als de bankbiljettenpers gaat draaien, omdat die exorbitante hoeveelheden steeds in het niets schijnen te verdwijnen. En waarom zouden Griekenland, Portugal en Italië nu bloeiende economieën moeten zijn?

Advertisements