Tags

, , , ,

Schippers wil zorg niet beter maar minder (Marijke Linthorst, Opinie/NRC Handelsblad, 10 februari)

Kwalijkste is echter dat de basis van ons zorgstelsel – onderlinge solidariteit – wordt aangetast, betoogt Marijke Linthorst.

‘Als de premie voor een groep gebaseerd wordt op de verwachting van de kosten die deze verzekerden waarschijnlijk gaan maken, ondermijnt dat de solidariteit. De solidariteit bestaat er immers uit dat mensen met een laag gezondheidsrisico meebetalen aan de kosten van degenen met een hoog risico. Bovendien getuigt deze benadering van weinig bekommernis met de verzekerde. De kans dat een jongere kanker krijgt is klein, maar als dat gebeurt is het van belang dat hij of zij de best mogelijke zorg krijgt.

‘Er zijn meer voorbeelden. (…)

‘De minister gelooft heilig in de kostenbeheersing en kwaliteitsverbeterende werking van de markt. Harde bewijzen daarvoor ontbreken. Kwaliteit speelt bij de inkoop nog steeds een ondergeschikte rol en voorzover de kosten beheerst zijn, ligt dat vooral aan de afgesproken volumebeperking. Intussen zijn er wel nadelen van de marktwerking. De wijze waarop de zorgverbeteraars de kosten proberen te beteugelen leidt ertoe dat met name kleine zorgaanbieders nauwelijks onderhandelingsruimte hebben.

‘Het kwalijkste is echter dat de basis van ons zorgstelsel – onderlinge solidariteit – wordt aangetast. De minister probeert de uitwassen te bestrijden, maar de fundamentele prikkel blijft ongewijzigd: concurrentie om de voor de zorgverzekeraar ‘aantrekkelijke doelgroep’. In de woorden van Schippers: “Je moet op een groep kunnen verdienen.”

‘Je kunt de scherpe kanten verzachten door verevening, maar dat doet aan het principe niets af. Het staat haaks op een solidair stelsel waarin mensen met een klein gezondheidsrisico meebetalen voor degenen met een hoog risico.

‘Verzekeringen waren ooit bedoeld om risico’s te spreiden: Ik betaal nu mee aan jouw fysiotherapie en later betaal jij voor wat ik nodig heb. Die solidariteitsgedachte is in het huidige stelsel ver te zoeken. Mijn grootste zorg is dat als wij mensen bewust stimuleren vooral hun eigen belangen te behartigen, dat niet beperkt zal blijven tot de keuze voor een zorgpolis. Dat doordesemt de hele samenleving.’

Deze passages zijn voldoende om kanttekeningen te plaatsen bij het betoog van senator Linthorst. Zij geeft in ieder geval hiermee een aanzet tot een publiek debat en dat valt op zichzelf te prijzen omdat dit verschijnsel van een inhoudelijke bespreking van een voorliggend wetsvoorstel door een lid der Staten-Generaal bijna niet voorkomt. En nu worden met deze tekst een aantal hoofdlijnen en ook details bekend over wat de nieuwe en aangepaste zorgwet wil bereiken.

Maar dit betoog lezend, komt de lezer – in dit geval spreek ik maar voor mezelf – tot de constatering dat het betoog eerder kenmerkend kan worden genoemd voor een beraadslaging in de Tweede Kamer, omdat om een duidelijk ideologisch punt wordt aangedragen, te weten het solidariteitsbeginsel, dat voor de partij van Linthorst belangrijk is. Maar als we naar de controlerende wetstechnische punten waar het in de Eerste Kamer om gaat gaan, te weten rechtmatigheid, doelmatigheid en uitvoerbaarheid, dan blijft er maar bitter weinig over in de tekst om deze beoordelingscriteria te voeden.

Dit kan als volgt nader worden toegelicht. De ideologische aspecten zoals ‘aantasting‘ van het solidariteitsbeginsel valt niet onder doelmatigheid of uitvoerbaarheid, want direct gekoppeld aan de nieuwe EU-regelgeving die inhoudt dat overheidsgaven beheersbaar moeten zijn – of worden gehouden – tot de 3% begrotingstekortnorm, en dat maakt de noodzaak tot sanering van zorgkosten noodzakelijk. Daarover rept Linthorst met geen woord. Als zij had uitgelegd hoe die kostenbeheersing met instandhouding van solidariteit mogelijk zou zijn, kan kwam ze op het antwoord uit dat er dan inkomensafhankelijke premies moeten worden geïntroduceerd, maar dat zou op heftige tegenstand vanuit coalitiepartner VVD zijn gestuit en dat probleem heeft in 2012 al gespeeld. Daarmee staat Linthorst direct schaakmat. De enige remedie zou zijn dat de PvdA – zonder kabinetscrisis – zou besluiten dit thema voor dit moment op te geven en in een volgende coalitie weer terug te komen met een uitgewerkte zorgvisie inclusief het solidariteitsbeginsel. Maar dan wel met het risico dat de PvdA de tekenen des tijds niet voldoende heeft verstaan en tot de oppositiebanken wordt gedwongen.

Voor de helderheid en duidelijkheid zij opgemerkt dat ikzelf partijloos ben geworden omdat ik het huidige partijenstelsel geen adequaat antwoord vind voor de huidige wereldproblemen, maar dat ik een marktwerking in de zorg helemaal niet zie zitten. Tegelijkertijd heeft de PvdA blijkens dit betoog van Linthorst niet in de gaten dat iedere politiek beginsel ook aangepast dient te worden aan nieuwe tijdsverschijnselen en dat geldt dus ook voor de solidariteit. Ook daar gaat zij geheel aan voorbij.

De zorguitgaven zijn in ons land veel te hoog. Ik besef ook terdege dat dit begrotingsdilemma tot de taboesfeer behoort in ‘Den Haag’, waar niet hardop over wordt gesproken, maar als er in teksten zoals deze van Linthorst geen enkele verwijzing daarnaar wordt gemaakt, dan wordt de tekst een schoolvoorbeeld van ‘vaagheid troef’, omdat er eigenlijk in de Tweede Kamer een principieel debat moet worden gevoerd over de consequenties van de EMU-regels en de toepassing daarvan in begrotingsdebatten. En daarover verschilt iedere Tweede Kamerfractie onderling van mening, maar dat mag ook in die Kamer, maar niet in de Eerste. Waarom niet? Omdat dan de senaat een reproductie, een herhaling van de Tweede Kamer wordt en dat is overbodig. Dan kan de Eerste Kamer direct worden opgeheven.

Alles bijeengenomen is dit visiestuk van Linthorst als zodanig een voorbeeld dat navolging verdient, want zijn opinieartikel wordt veel te weinig geschreven, maar vooral inhoudelijk een leeg en onvoldoende stuk, dat geen antwoord biedt op bestaande invoeringsproblemen en dat ook aansluit bij haar onvoldragen voorstel om een grondige tussentijdse evaluatie, in plaats van – zoals te doen gebruikelijk – een parlementaire enquête achteraf. Dat mag worden betiteld conform de maatstaf van de Eerste Kamer, te weten onuitvoerbaar, want het over het aangaan en tijdstip van zo’n evaluatie wordt natuurlijk uitvoerig en eindeloos gesteggeld, want zo gaat dat altijd in de politiek. Daarom ben ik tegen dit bestel. Want uitgegroeid tot een onmogelijk tweekamerstelsel.

Advertisements