Tags

, ,

Moslimwereld kent geen geloofsvrijheid (ingezonden brief H.P. Winkelman, opinie/Trouw, 13 januari)

‘Columnist Rob de Wijk maakt een denkfout (Opinie, 9 januari) als hij naar aanleiding van de moordpartij in Parijs schrijft: ’Richt je op de zaak en criminele uitingen, niet op de groep of hun godsdienst’. Daarmee haalt De Wijk oorzaak en gevolg door elkaar. Oorzaak is de giftige bron van een aantal tot haat en doodslag inspirerende Koranteksten. Gevolg is de structurele intolerantie en gewelddadigheid van fundamentalisten die uit die bron drinken. Daarom moet er juist een niet aflatende kritiek zijn op deze gevolgen van een fundamentalistische opvatting van de islam. Wij hebben godsdienstvrijheid hoog in het vaandel staan. De vrijheid komt moslims ook toe. (…)’

Dit zijn interessante opmerkingen, maar ook stellingnames. In de eerste plaats heeft Van Wijk zeker gelijk als hij opmerkt dat er gekeken en geoordeeld moet worden naar criminele uitingen, aangezien criminele handelingen zoals moord en doodslag onder iedere moderne wetgeving verboden zijn en daarmee een universeel karakter dragen. In de tweede plaats is iedere wereldgodsdienst en dus ook de islam een kwestie van interpretatie, hoe je heilige teksten die in een heel andere tijd zijn geschreven en vastgelegd voor volgende generaties volgelingen, moet interpreteren. De Koran is in dat verband even ouderwets geschreven als het Oude Testament (OT) dat ook streng over ongelovigen schrijft.

Beide heilige boeken zijn in dat opzicht volledig vergelijkbaar aangezien er op papier sprake is van een straffende God. Ik vertrouw dit bewust zo aan het papier toe, aangezien ook dit is een interpretatiekwestie is. In die grijze oudheid van het ontstaan van Jodendom en (veel later) Islam was er geen sprake van een ontwikkelde bevolking zoals we die nu wereldwijd kennen vanwege het verplichte onderwijs dat nu mondiaal bestaat. Met andere woorden, een straffende God die in het OT voorkomt, zou in deze moderne tijd volstrekt ongeloofwaardig en belachelijk zijn. Vandaar ook dat die passages nergens meer worden aangehaald. Met andere woorden, er is sprake van een godsdienstig bewustzijnsgroei, maar dat is een verschijnsel dat niet door iedereen, waar ook ter wereld onderkend wordt.

Omdat in het moderne denken het gebruik van wapens in godsdienstige conflicten eigenlijk neerkomt op platte en ordinaire oorlogsvoering, die te allen tijde voorkomen moet worden en waarom ook een internationale instelling als de Verenigde Naties ook is opgericht, mag en moet volgens ons moderne bewustzijn ook godsdienstig terrorisme worden afgewezen en ten scherpste worden verworpen. Daarin verschilt de islam niet met andere wereldgodsdiensten, omdat die allemaal vrede en eenheid prediken.

Het verschil tussen islamisten en andere gelovigen is echter dat haatimams het recht menen te hebben dat er gewapende strijd mogelijk en noodzakelijk is om de horden ongelovigen in de wereld uit te roeien. En hier is dus sprake van een cultuurconflict tussen ‘denkers’ en ‘geloofsvoorgangers’ die nog in de symbolische moderne Middeleeuwen verkeren (waar de katholieke Inquisitie een even kwalijke rol speelde als de huidige IS-strijders) en niet zijn meegegaan met de ethische eisen van deze tijd. De moderne fundamentalistische islamisten kunnen dus alleen maar bestaan dankzij de ruimte die hen geboden wordt omdat andere voorgangers uit minder orthodoxe islamitische richtingen hun stem te weinig verheffen (of althans dat dringt te weinig tot het Westen door).

Tot slot zij opgemerkt dat ik godsdiensten altijd zal blijven verdedigen omdat ik zelf een godsgeloof bezit, een ‘weten’ dat ik geschapen ben door een schepper die een bepaald doel met mij heeft, zoals die schepper iedereen een bepaald doel op aarde heeft meegegeven. Er lopen echter individuen op deze wereld rond die een absolutistisch geloof aanhangen en, zoals eerder opgemerkt, dat is een interpretatiekwestie. In mijn ogen hangen zij een verwerpelijke en kwalijke interpretatie aan, maar het feit ligt er wel. Dat roept automatisch conflicten op die ook kenmerkend zijn voor onze driedimensionele wereld waarin polariteit en dualiteit kenmerkend zijn.

Willen wij wereldwijd een ‘hemel op aarde’, een ‘paradijs op aarde’ scheppen, dan zal die driedimensionele wereld moeten worden getransformeerd naar een hogerdimensionele wereld, waarin vrede, harmonie en eenheidsbewustzijn leidraad zijn en geen intermenselijke conflicten meer mogelijk zijn, die neerkomen op een illusie van de ogenschijnlijke zichtbare werkelijkheid van de fysieke aarde. Wij hebben de taak onszelf tot menselijke engelen te ontwikkelen zodat moord en doodslag (sinds 9/11 wereldwijd actief) niet meer mogelijk is. En pas als alle wereld- en geestelijke leiders – van welk geloof of denominatie dan ook – hun stem hebben verheven, dan pas zal echte vrede op aarde mogelijk zijn, al klinkt dat bijna te kerstachtig. Maar er is werk aan de winkel! Zoals bleek uit de voorgaande blogs op deze plaats (zie Berry Vincenta).

Advertisements