Tags

,

Graag wat minder arrogantie (Mathieu Weggeman, Opinie & Debat/de Volkskrant, 8 januari)

Debat over God

Onze verstandelijke vermogens zijn wellicht te beperkt om een betrouwbaar en valide antwoord op de vraag naar het bestaan van God te kunnen geven.

‘Als er één ding duidelijk wordt uit het debat over het al dan niet bestaan van God, dan is dat de ongelofelijke arrogantie van degenen die dat debat voeren. Geen van de betogers heeft ook maar de geringste twijfel over de capaciteiten van de menselijke hersenen om die vraag te kunnen beantwoorden. De wetenschappers en filosofen komen niet op het idee dat onze verstandelijke vermogens wel eens te beperkt zouden kunnen zijn om een betrouwbaat en valide antwoord op de vraag naar het bestaan van God te kunnen geven.’

Een heel boeiende formulering is deze stellingname, en het biedt mij de mogelijkheid en ruimte om een derde stelling aan het debat toe te voegen en die luidt als volgt.

De vraag of de veronderstelde arrogantie van geloofstegenstanders al dan niet aanwezig is, laat ik geheel terzijde want in mijn ogen niet relevant. Ik concentreer mij liever op de vraag of er twijfel moet bestaan over de ‘capaciteit van de menselijke hersenen’; voor mij interessanter want essentieel. In mijn beleving zijn de menselijke hersenen een superieur biologisch product, waar überhaupt niet aan getwijfeld hoeft te worden, al is het vaak in de praktijk van alledag afhankelijk van de wijze waarop het denkvermogen wordt toegepast en dat is dus een heel ander verhaal. Het menselijke brein – maar ook het hele menselijke lichaam – is een fenomeen op zich: de knapheid van deze biologische constructie is zo enorm dat ik diep mijn petje afneem uit mijn respect en eerbied voor de schepper dezes, wie HIJ/Het/Zij dan ook mag zijn. De onbekende en in mijn visie ook de Niet-Kenbare Factor in het menselijk leven.

Wat echter ontbreekt in het betoog van hoogleraar organisatiekunde (TU/e, Eindhoven?) Weggeman is een andere factor of mogelijkheid om dit debat te beslechten. Zoals door mij aangegeven: God en dus de God van de monotheïstische godsdiensten (Jodendom, christendom en islam) is onkenbaar. Dat betekent voor mij structureel onkenbaar vanuit onze hersenen(capaciteit) en dus brein of denkvermogen, omdat we ons hier bevinden op het grensgebied van denken/ratio/verstand en het gevoelsleven van de mens. Denken en voelen als twee verschillende delen van het menselijk bewustzijn, die eigenlijk harmonisch met elkaar moeten samenwerken, maar dat niet doen omdat de moderne technologische wereld volledig ‘verrationaliseerd’ is, het logisch verstand is dominant geworden over het gevoelsleven, de intuïtie/ziel, en dat was bij de natuurvolken (vroeger en misschien nog restanten vandaag) anders. Natuurmensen gaan wel van intuïtie, gevoel en ziel uit en ervaren het Godsbewustzijn zonder problemen. Vanuit dat bewustzijn ervaren ze de aanwezigheid van het goddelijke wezen in hun hart en hebben ze geleerd ernaar te luisteren. Dat vermogen is de ‘geciviliseerde’ westerse mens geheel kwijtgeraakt. Dat bestaat dus gewoon niet meer in de huidige samenleving. Het bestaat alleen bij die mensen die dat intuïtieve hebben vastgehouden of het van nature hebben. En wat betreft dat intuïtieve vermogen hebben vrouwen dat, zoals algemeen bekend, sterker dan mannen.

Ik breng dus de derde hypothese op tafel: het godsidee of de godsgedachte is rationeel niet te formuleren omdat het – paradox – alleen te formuleren valt als de rationalist ook zijn/haar gevoelsmatige denkvermogen – want dat bestaat in mijn visie en belevingservaring – een even belangrijke rol speelt in een individueel leven, zodat dat gevoelsmatige vertaald kan worden naar het verstandelijke denkvermogen. Het gaat dus om de vertaalslag en is die afwezig, dan is het een doodlopend debat. Pas met die vertaalslag ontstaat er in dat denkproces de mogelijkheid tot het beantwoorden van problemen in de richting van een oplossingsmodule.

Vanuit deze uitgangspositie neem ik nog een tweetal passages onder de loep:

‘En als er dan geen onbegrepen ‘gaten’ meer zijn, is er uiteindelijk ook geen behoefte meer aan een God. Alles wat we op een of andere manier waarnemen, zal ooit begrepen kunnen worden: schoonheid, het ontstaan en de oneindigheid van het universum, waarom wij hier zijn en wat de zin is van het bestaan. Alleen duurt het nog wel een paar eeuwen voor we zover zijn.’

Hierbij plaats ik de volgende kanttekeningen.

In de eerste plaats redeneert de auteur vanuit de veronderstelling dat een a-factor ook een gevolg oplevert: de b-factor. Als er geen onbegrepen gaten meer zijn, dat is er geen behoefte meer aan een God. Ik zie dat anders: God is in mijn ogen en visie de fundamentele scheppende factor in het universum en dus ook op aarde. God leren kennen is daarmee de opdracht aan de mens(heid) en de mens is pas met zijn levenscycli afgerond als hij de eenheid met het goddelijke hersteld heeft en – vanwege de aanname dat het leven eeuwig is – in die goddelijke energie nieuwe wegen heeft gevonden om zijn creatieve scheppingsvermogen vorm te geven. De menselijke ziel gaat evenmin ooit dood als het goddelijke dood zou kunnen gaan. Dat is een menselijk misverstand dat ontstaan is vanuit zijn onbewuste kennis van het scheppende principe. Hier is inderdaad het menselijk denkvermogen ontoereikend, maar dat is onze eigen schuld omdat altijd gedacht is vanuit kerkelijke instellingen, die ook de waarheid niet in pacht hebben. De absolute waarheid is op aarde ook niet kenbaar.

In de tweede plaats een kanttekening bij de opvolgende zin. ‘Alles wat we waarnemen zal ooit begrepen kunnen worden’ en dat kan tot uitdrukking komen in schoonheid, etc. vanuit mijn uitgangspositie van een harmonisch samengaan van verstand en gevoel, plaats ik hier een amendement: alles wat we waarnemen zal ooit ervaren of beleefd kunnen worden door middel van schoonheid etc. cruciaal is het onderscheid tussen ‘begrepen’ en ‘beleven’. Naar mijn overtuiging moeten we af van het dominerende verstand en rationaliteit en overstappen of het gevoel en hartsdenken. God of de schepper zijn alleen te ervaren, maar zullen nooit begrepen kunnen worden vanuit het verstand, want verstand is alleen werkzaam in het derde dimensionale denken en de schepper is multidimensioneel. Dat is dus de kern van het betoog. En met deze ingang kunnen we leren ervaren waarom we hier zijn en wat de zin is van het bestaan. De ratio komt hier tekort, omdat getraind op materiële processen en niet op het immateriële of geestelijke/spirituele.

In de derde plaats: ‘alleen kan het nog wel een paar eeuwen duren voor we er zijn’. Dit is dus onjuist. Het is een kwestie van gewoonte en leef/denkpatroon, dat meestal vastligt en zelfs vastgeroest aanwezig is. Als we vandaag de ‘knop’ omzetten naar deze nieuwe vorm van denken, dan is morgen die nieuwe wereld gerealiseerd. Dat noem ik de Nieuwe Tijd ofwel de Aquariussamenleving, en deze site is daarop afgestemd.

En dan tot slot de laatste passage waarvoor ik aandacht vraag:

‘Door hun kunst [van alle genoemde kunstenaars, jw] vangen we soms een glimp op van datgene waar het verstand geen toegang toe heeft.’

Dit is geheel juist opgemerkt en dat bevestigt mijn betoog. Eigenlijk komt het betoog van Weggeman neer op mijn betoog. Mooier kunnen we het niet maken!

Advertisements