Tags

, , ,

Stelling: ik heb eerder op deze plek Jurgens gelijk gegeven[1] en dat verandert niet na lezing van de argumenten van Roorda, als medewerker bij de Raad van State, niet op voorhand staatsrecht specialist, zoals door Trouw wordt opgevoerd. Op zijn cv staat dat hij Nederlands recht en specialisatie volkerenrecht heeft gedaan. Met respect, maar dan ben je geen specialist staatsrecht en zeker niet van de statuur van Jurgens. Daarom een aantal kritische kanttekeningen bij het betoog van Roorda. Met als inzet dat er verschillende overtuigingen en tradities in de grondwetsinterpretatie bestaan, en dat had Roorda ook moeten weten. Het wordt dus tijd dat de Commissie-Grondwet die het huidige kabinet heeft ingesteld, duidelijkheid gaat scheppen.

Ook de senaat mag de regering wegsturen (Christiaan Roorda, opinie/Trouw, 6 januari)

Erik Jurgens betoogde op deze plaats dat de ‘senaat zich moet voegen’ in de discussie rond de zorgwet. Christiaan Roorda, specialist staatsrecht, reageert op zijn argumenten.

‘Wat bezielt de oude meester Erik Jurgens? (…) In zijn stuk staan drie objectieve fouten en een versimpeling.

‘1. De regering kan volgens Jurgens de Raad van State bij kleine wetswijzigingen passeren. Onjuist, de Raad adviseert over alle wetsvoorstellen.

‘2. De Eerste Kamer mag een wetsvoorstel niet twee keer verwerpen, beweert het oud-lid. Ook dat is onjuist. Als de regering een eenmaal verworpen voorstel opnieuw indient, wordt de politieke druk heel groot. Maar aan de andere kant: als de Eerste Kamer in meerderheid van mening is dat het voorstel in strijd is met de Grondwet, dan is zij verplicht opnieuw tegen te stemmen.

‘3. De senaat mag volgens Jurgens de regering niet naar huis sturen: dat is, zo stelt hij, meer dan honderd jaar geleden voor het laatst gebeurd.

‘Ook onjuist. Het tweede kabinet-Kok is in 1999 afgetreden toen de Eerste Kamer in de Nacht van Wiegel het referendumvoorstel van het kabinet verwierp. En die kabinetscrisis was aangekondigd, dus de Eerste Kamer wist wat zij deed.’

Hier beweert Roorda iets waar veel staatsrechtgeleerden van meningen over verschillen. In mijn reactie op Jurgens heb ik aangegeven dat niet de Eerste Kamer het kabinet-Kok naar huis heeft gestuurd, maar dat dat een keuze van het kabinet zelf was en dus niet naar huis is gestuurd; een wezenlijk verschil. En daarmee is de redenering van Roorda al direct ongeldig. Voor het kabinet en met name minister Thom de Graaf, als D66-minster met de opdracht hun kroonjuwelen van het correctief referendum te verdedigen en tot een halszaak te maken, was vooraf natuurlijk duidelijk gemaakt dat dit terecht een principiële kwestie was. Daarom besloot het kabinet dat een verwerping in de senaat tot aftreden zou leiden, maar dan als een eigen keuze.

Dat dit verder staatsrechtelijk geen vervolg heeft gekregen in een onderzoek naar interpretatie-opties van het ongeschreven staatsrecht valt mogelijk te verklaren door het feit dat toenmalig senator Wiegel, zich meende te kunnen permitteren om tegen te stemmen en daarmee een deel van de meerderheidstem tegen het voorstel vormde. Wiegel misbruikte zijn heilige status binnen zijn eigen partij en wist zich verzekerd van de automatische steun van de senaat als geheel want ieder kabinet moet kritisch beoordeeld worden, ook al zijn er geen zuivere argumenten ten tonele gevoerd, maar uitsluitend in het geval van Wiegel zijn eigen conservatisme. Iedere hervorming en vernieuwing van het staatsrecht of grondwet zelf moet afgeschoten worden. Zo simpel lag dat.

In de pers is er dus geen ophef gemaakt van deze wanvertoning van Wiegel en dat valt de pers kwalijk te nemen. Ze hadden toenmalige staatsrechtgeleerden moeten interviewen. ‘Dat de Eerste Kamer precies wist wat zij deed’, aldus Roorda, mag dus niet als geen rechtvaardiging worden opgevat voor deze wanvertoning van de senaat zelve. Het waren valse argumenten en het was destijds heerlijk om het paarse kabinet een hak te zetten. De Eerste Kamer heeft met andere woorden nooit juridisch rechtsgeldige argumenten aangedragen en kan dus als hoge college van staat zonder meer worden opgeheven. Deze op politieke grondslag verworden gezelligheidssociëteit is een anachronisme. Dit alles wordt door Roorda onbenoemd gelaten.

‘Weliswaar is dat kabinet via een tussenformatie weer gerepareerd, maar dat was pas nadat Kok namens het hele kabinet zijn ontslag aan de koningin had aangeboden. En trouwens, in 2005 heeft de Eerste Kamer nog minister Thom de Graaf naar huis gestuurd, toen zij het voorstel van De Graaf voor een gekozen burgemeester verwierp. En in beide nachten was Jurgens lid van de Eerste Kamer.

Dat Jurgens in beide nachten lid van de Eerste Kamer was, is des te meer reden om zijn argumenten te nemen en op zijn minst respect te tonen vanwege Jurgens formele positie en statuur van hooggeleerde, en die status heeft Roorda niet, verre van dat. Bescheidenheid komt in zijn artikel niet voor. Jurgens weet kortom waarover hij spreekt en dat kan een wetgevingsjurist bij de Raad van State niet zeggen, zo blijkt uit zijn tekst.[2]

‘4. De vrije artsenkeuze is geregeld bij wet en kan dus alleen bij wet worden beperkt, niet bij Algemene Maatregel van Bestuur, meent Jurgens verder. Maar zo eenvoudig is het niet. De Zorgverzekeringswet biedt de mogelijkheid om bij Algemene Maatregel van Bestuur de vergoedingen die de zorgverzekeraar betaalt te beperken. Bovendien staat er in die wet nog een bepaling die de deur wagenwijd openzet: “Voor de uitvoering van deze wet kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur nadere regels worden gesteld.”

Hier is de redenering van Roorda evenmin overtuigend, omdat blijkt dat de Zorgverzekeringswet mogelijkheden ter beschikking heeft, die de deze wet tot een uitzondering maken. Dat maakt ook dat een fundamenteel staatsrechtelijk debat met een eenduidige advies moeilijk is te maken en dat maakt ook dat de geldigheid van Jurgens’ argumenten niet aan belang of juistheid hebben ingeboet. Wel is de gedachte om een AMvB in te zetten van alle kanten bekritiseerd en dat lijkt dus inderdaad een zwaktebod van het kabinet.

En juist op dit punt had een houding van meer afstandelijkheid die van de chambre de réflexion verwacht mag worden, en dat wordt steeds node gemist. De Eerste Kamer is teveel op de politieke stoel gaan zitten zonder dat ze daartoe gelegitimeerd is. Deze senaat is een blok aan het been geworden – een blokkeer- of hindermacht – en daarmee volkomen overbodig. De staatscommissie heeft heel wat werk te verzetten, aangezien het politieke primaat bij de Tweede Kamer ligt.

[1] https://aquariuspolitiek.wordpress.com/2014/12/30/oud-senator-jurgens-spreekt-eindelijk-en-bewijst-het-ongelijk-van-alle-politici-die-immers-niets-van-het-staatsrecht-hebben-begrepen-trouw-eerstekamer-denhaag-staatsrecht/

[2] http://www.zininwerk.info/index.php/lees-de-verhalen/43-christiaan-roorda-wetgevingsjurist

Advertisements