Tags

, ,

Opvallend is het politieke gekrakeel van de afgelopen dagen in de media geweest. De oppositie wist even hard van zich af te slaan als de regeringsfracties. Een aantal krantenartikelen die hiervoor zijn geselecteerd maken duidelijk dat waar échte en zogenaamde C3-oppositiefracties hun standpunten hebben uitgedragen, deze even subjectief – lees in deze context: partijdig en in het eigen straatje redenerend en een gebrek aan objectiviteit – zijn als de regeringspartijen ook hun eigen dogma’s uitventen. Gisteren heb ik een felle aanval gelanceerd op de drie PvdA-dissidenten, die hun fractiediscipline in de wind hebben geslagen; men mag immers veronderstellen dat er heldere en duidelijke besluitvormingsregels bestaan. Dissidenten die op het laatste moment de fractie-eenheid negeren, zijn kikkers die uit de kruiwagen springen. Dat is, zoals gisteren beredeneerd, vals werk.

Het eerste voorbeeld van partijdig waarnemen kan in Trouw van deze ochtend worden gelezen:

‘Het is nu niet de tijd voor politieke spelletjes’ (Nicole Besselink en Jelle Brandsma, vandaag/Trouw, 20 december), met de samenvattende subtitel ‘ChristenUnie-voorman Arie Slob werkt alleen mee als kabinet zich aan de staatsrechtelijke spelregels houdt’.

Als het kabinet aangeeft (vele commentatoren formuleren niet het werkwoord aangeven, maar dreigen) dat indien na een tweede indiening van de aangepaste zorgwet de senaat wederom het wetsvoorstel afwijst, dat er dan een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) zal volgen en deze hoeft niet in de Tweede Kamer, noch in de Eerste te worden behandeld.

Gisteren heb ik op deze plek aangegeven dat een geldige redenering kan worden opgevoerd dat de drie dissidente PvdA-senatoren de regels van fatsoenlijke – namelijk socratische – besluitvorming hebben genegeerd door de fractie te confronteren met hun onwil zich aan te sluiten bij de overgrote meerderheid binnen hun fractie, en daarmee solistisch zijn opgetreden. Toevallig die senatoren die deels vrijwillig (Duivesteijn) of gedwongen (Ter Horst en Linthorst) het politieke toneel van de Eerste Kamer) dienen te verlaten.

Op basis van een degelijke bespreking van individuele standpunten over een wetsvoorstel en vervolgens een effectieve besluitvormingsprocedure die in de regel leidt tot een eenvormig, consistent en helder meerderheidsstandpunt, waarbij de afwijkende fractieleden zich bij neerleggen, kunnen er geen breuken ontstaan. Zelfs de principiële standpunten, zoals Duivesteijn zichzelf kwalificeert, moeten zich dan neerleggen bij een gevoelig thema. Indien namelijk geen gevoelig wetsvoorstel, kan een enkeling een afwijkend standpunt in een stemverklaring uitspreken. Overal in de maatschappij gelden deze technisch-socratische regels om de orde te bewaren tijdens zware beleidsbesprekingen en bijbehorende besluitvormingsprocessen, dus ook in de politiek en helemaal in de Eerste Kamer, de Kamer der wijzen zogezegd. De kikkers van deze week horen daar helemaal niet toe, en ook de politici die in de media hebben gereageerd.

Als het uitgangspunt van een verstandige en rationele besluitvorming wordt genomen, dan hebben de dissidenten in alle opzichten dubieus gehandeld maar worden zij tegelijkertijd in bescherming genomen, door het kabinet te beschuldigen van ondemocratische maatregelen door de eventuele inzet van AMvB’s direct af te wijzen. De paradox doet zich dus voor dat als de dissidenten vals spel hebben gespeeld, de regering wordt gestraft door deze maatregel als niet- of onstaatsrechtelijk en ondemocratisch te bestempelen, dan wel te beschouwen. Dat is de omgekeerde wereld.

In de woorden van Arie Slob:

“Toen donderdagavond het woord AMvB viel in het Torentje, was ik onmiddellijk gealarmeerd. Dat het kabinet zegt wat het gaat doen als een voorstel niet wordt aangenomen, heb ik nog nooit meegemaakt. Het is staatsrechtelijk onzuiver. Hier is zo’n zelfstandig kabinetsbesluit niet voor bedoeld. Dat is bedoeld voor een nadere invulling van een wet, en wat het kabinet wil is een fundamenteel andere manier van werken.”

Het probleem is hier dat Slob zijn collega’s aan de overkant niet direct mag afvallen en ze dus kritisch mag benaderen of kwalificeren. Dat hoort bij de mores van het politieke spel: een oppositioneel Kamerlid valt zijn collegae niet af, aangezien hij de taak heeft de regering te controleren. Zou in dit geval Slob zelf deel hebben uitgemaakt van een coalitiefractie en deze maatregel van een AMvB was geopperd, dan was hij daarin onder de huidige omstandigheden of condities meegegaan, al was het omdat andere bezuinigingsmaatregelen gevonden hadden moeten worden. En zo blijf je bezig in tijden van de EMU-discipline. En daarmee hebben beide Kamers immers ook ingestemd. Slob is begrijpelijk maar desalniettemin toch eenzijdig hier aan het redeneren. Geen kritische kanttekeningen aan het adres van de drie dissidenten, maar alleen aan de regering, die op haar beurt werd uitgelokt door die dwarsliggers. Dat is oneerlijk, maar we zijn niets anders van de politiek gewend.

In het verlengde hiervan is de tweede opmerkelijke uitspraak van Slob even dubieus:

“(…) Ik ontzeg hun [kabinet, jw] niet het recht om een oplossing te verzinnen, en de top van VVD en PvdA heeft dit eensgezind gedaan, merkte ik in het Torentje. Maar wat er is bedacht, zegt iets over hoe zij met het regeerakkoord omgaan; een lastige Eerste Kamer wordt omzeild. Dat si principieel onjuist. Hoe meer ik erover praat, hoe meer ik mij erover verbaas dat men dit als een oplossing heeft gezien voor een politiek probleem.”

De vraag is waarom Slob zich zo verbaast over deze oplossing, want de hele Nederlandse ‘wereld’ beseft dat de drie dissidenten geen mogelijkheid meer hebben om mee te gaan in een nieuw voorstel. Zij hebben zich inmiddels zo duidelijk geprofileerd, dat er geen terugweg meer mogelijk is en dat zij dus ook duidelijk hebben aangetoond hoe slecht hun besluitvormingsprocedure binnen de fractie is. Kortom, daarom is de fractie oorzaak van het feit dat ons land onregeerbaar is geworden. De stelling dat de ‘lastige Eerste Kamer wordt omzeild, [hetgeen] principieel onjuist is’, is daarmee een aanfluiting geworden. De rollen worden omgedraaid. Kamerleden die – zoals als dat drietal – ervaren zijn en het politieke toneel ruimschoots kennen, hebben er zelf een zooitje van gemaakt.

Advertisements