Tags

,

PvdA zal moeten uitleggen waarom de boel niet te redden was (Lex Oomkes, opinie/Trouw, 19 november)

‘(…)

‘Het huidige integratiebeleid gaat niet uit van vereniging van het bijzondere, maar van aanpassing. Aanpassing aan de dominante Nederlandse, of, zo u wilt, westerse waarden van de liberale rechtsstaat. De eigenheid benadrukken en op grond daarvan participeren is kennelijk een achterhaald idee. Dat er nog een aantal politieke partijen zijn, die zo ontstaan zijn en vanuit dat idee nog werken, is kennelijk niet meer dan een alleen historisch te verklaren anomalie.’

In reactie op de persoonlijke invulling van Oomkes is het noodzakelijk om op te merken dat de eigenheid benadrukken van migranten en hun cultuur inderdaad een achterhaald idee is. Waarom is dat zo? In de blog van eergisteren heb ik een duidelijk verschil in islamitische en westerse cultuur als volgt omschreven: ‘En dat betekent ook dat de moslim zich houdt aan de Koran en democratie beschouwt als een gedragshandeling voorgeschreven door de Koran. Iedereen die de Koran naleeft is daarmee een democraat in de islamitische zin van het woord en dat is een fundamenteel verschil met de westerse democratie.’[1]

Ik neem de vrijheid om Oomkes te herinneren aan de sociologische definitie van het sociologische begrip cultuur: het geheel van normen, verwachtingen, waarden en doeleinden, die in meerderheid door de bevolking gedragen worden (Lammers en Van Doorn, Moderne sociologie. Het Spectrum Utrecht 1984, 15e druk).

Deze definitie zal ongetwijfeld aan de hedendaagse sociologische faculteiten in ons land nog steeds opgang doen, al zal de invulling waarschijnlijk verschillen; geen enkele definitie blijft immers onveranderd. Maar waar het op aankomt is dat deze definitie de noodzakelijke en voldoende voorwaarden scheppen om een bevolking in culturele zin in stand te houden. Is de bevolking het met cruciale onderdelen van de culturele beleving het niet eens, dan brokkelt het cultuurbesef af en dan verdwijnt op den duur het gemeenschappelijke culturele besef.

Vanuit dit uitgangspunt van een culturele gebondenheid is het verklaarbaar dat een pluriforme samenleving als de Nederlandse met meerdere christelijke denominaties toch de gemeenschappelijke culturele basis erkent vanuit het christelijke-joodse-humanistische-atheïstische achtergrond die de Nederlander eigen is, maar dat de islamiet zich in deze waarden niet zal herkennen. Dat hoeft helemaal geen probleem te zijn – zie als voorbeeld het koloniale verleden van het toenmalige Nederlands Indië, het grootste islamitische bevolkingsgroep ter wereld – waarmee ‘vreedzaam’ kon worden samengeleefd onder een normaal en neutraal bestuur – maar dat veranderde onder de opkomst van het fundamentalistische islamisme, dat anti-westers is georiënteerd.

Op basis daarvan is ‘de eigenheid benadrukken’ en op grond daarvan participeren natuurlijk een achterhaald idee omdat, indien dit bevolkingsdeel – Turken, Marokkanen, nog levende oud-Indiëgangers, Molukkers, Surinamers en niet-opgesomden – zich activistisch gaan opstellen, er wel degelijk een probleem zal kunnen ontstaan. Dit activisme is overigens voorzichtig geformuleerd alleen onder bepaalde categorieën – kansarme en werkloze – jongeren te verwachten, maar die zullen zich op langere termijn niet gaan inzetten op de extreme leerstukken van de islam, laat staan op de sharia.

Wat met dit betoog beoogd werd is duidelijk te maken dat er sinds Lubbers wel degelijk iets veranderd is en dat wij nu te maken hebben met een geweldsexplosie onder islamisten – dit begrip wordt hier bewust gebruikt als duidelijk onderscheid met de meer neutrale moslims of islamieten – die de wereld willen islamiseren, zoals ooit de christelijke missionarissen de wereld wilden kerstenen, om de kruistochten maar niet te noemen.

Om het betoog van Oomkes samen te vatten: ‘vereniging van het bijzondere’ is nog steeds van toepassing, maar dan wel in de zin van normaal meedoen, wat nu participatie heet. Gaat men volgens de hedendaagse trend tegen het westerse kapitalisme of nihilisme in, dat is dat een cultuurbreuk en bij grote aantallen wordt dat een probleem voor de Nederlandse identiteit, waaronder ook het cultuurbegrip past. Eigenheid is dus alleen geaccepteerd als die afwijkende eigenheid binnen de huismuren en dus privé beleefd wordt, maar niet in het publieke domein. Dat ontstaan botsingen en scheuren.

Om ook nog aan te sluiten op Oomkes collega Ten Hooven, pluralisme (in de PvdA) is zeker geen verleden tijd, omdat er binnen die partij verschillende ideeënwerelden en cultuurgroepen bestaan. Die blijven ook allemaal intact. Mijn kanttekeningen op zijn betoog vallen samen op mijn kanttekeningen naar Oomkes. Verschillende uitgangspunten kunnen immers altijd getolereerd worden als je er maar geen publieke hinder van ondervindt. Maar om een duidelijk symbolisch voorbeeld te nemen: als de sharia over vijftig jaar wordt ingevoerd vanwege de sterk stijgende islamitische bevolkingsdeel in ons land, dan nog is er geen formele reden tot paniek, omdat invoering van een ons vreemd rechtsstelsel een grondwetswijziging nodig maakt, maar de sharia ook volkomen onacceptabel is in ons pluriforme land. Dan heb je de poppetjes aan het dansen. En het Koninkrijk der Nederlanden is dan ook afgeschreven. Niet eens door het Koninklijk Huis zelf, waarop het Republikeins Genootschap nog altijd hoopt.

Tolerantie, verdraagzaamheid en pluralisme blijven tot in de oneindigheid binnen ons Koninkrijk bestaan.

[1] https://aquariuspolitiek.wordpress.com/2014/11/17/asscher-begreep-rapport-over-turken-verkeerd-maar-dat-rapport-laat-ook-te-wensen-over-nrc-integratie-fundamentalisme-is-problematisch-eu/