Tags

,

Hervorm de gezondheidszorg, aldus hoofdstuk IX uit Voorbij de heilige huisjes van de Nederlandse economie (onderstaande citaten: pp. 156-161), door econoom Itai Agur.

Concurrentie tussen de verzekeraars

‘Toen de Nederlandse overheid in 2006 het nieuwe zorgstelsel invoerde, buitelden de verzekeraars over elkaar heen om klanten aan te trekken. De concurrentie was fel en dat hield de premies laag voor de consument. Deze concurrentieslag bleek achteraf gezien echter een afbakening van het grondgebied. De verzekeraars zagen in dat de invoering hun kans was om marktaandeel in handen te krijgen. Ze waren zelfs bereid om verliesgevende premies aan te bieden, als ze maar hun deel van de markt veilig konden stellen. (…)

‘Concurrentieslagen als deze komen vaker voor in de economie. Toen de mobiele telefoon in opkomst was, leverden de telefoonmaatschappijen een harde strijd om hun marktaandeel. (…)

‘Weinig Nederlanders wisselen tegenwoordig van zorgverzekeraar. Volgens mij hebben de meeste Nederlanders geen diepe band met hun zorgverzekeraar. Het zijn vooral gewoonte en luiheid die de consument ervan weerhouden ieder jaar opnieuw naar de beste verzekeringsoptie op zoek te gaan.

‘Om de premies laag te houden is het echter essentieel dat voldoende Nederlanders ieder jaar van verzekeraar wisselen. Het Nederlandse zorgstelsel heeft de potentie om voordeel te halen uit de marktwerking, maar dat gaat alleen op wanneer er voldoende concurrentie plaatsvindt tussen de verzekeraars. De overheid zou daarom manieren moeten zoeken om de concurrentie aan te wakkeren.

‘Mijn voorstel hiervoor is simpel, hoewel misschien wat radicaal. Ik zou een limiet van vijf jaar aanhouden voor inschrijving bij een bepaalde verzekeraar. Na vijf jaar wordt een consument automatisch uitgeschreven bij zijn verzekeraar en kan hij zich niet opnieuw bij diezelfde verzekeraar inschrijven. Dit voorstel heeft iets dwingends. Voor degenen die een sterke voorkeur voor een bepaalde verzekeraar hebben, is het oneerlijk dat zij niet bij deze verzekeraar mogen blijven. Wat mij betreft weegt het algemeen belang in dit geval echter op tegen dat van het individu. Voor de meeste consumenten betekent de verandering alleen de relatief kleine moeite van het zoeken en inschrijven. Daarvoor krijgt iedereen uiteindelijk lagere premies terug.

‘Een mogelijkheid om de overgang te verzachten, is om de consument de optie te geven zijn roulatieverplichting af te kopen. Voor bijvoorbeeld 100 euro mag de verzekerde opnieuw vijf jaar bij dezelfde verzekeraar blijven. De meeste consumenten zouden van deze optie geen gebruik maken en ervoor kiezen om te rouleren.

‘Eigenlijk kennen veel aspecten van het overheidsbestel een dwingend karakter. Wat te denken van de verplichting om verzekerd te zijn, bijvoorbeeld. Nederlanders zijn hieraan zo gewend dat zij er niets dwingends meer in zien. Deze verplichting vormde in de VS echter de kern van de debatten over de nieuwe zorgwet, Obamacare. De vraag of de overheid de burger mag verplichten om verzekerd te zijn, ging naar de negen hoogste rechters van de VS. Met vijf stemmen vóór en vier tegen stemden zij ermee in dat deze verplichting niet tegen de Amerikaanse grondwet indruist.

(…)

De medische dienstverlening

‘Vanuit een internationaal perspectief zijn er drie zaken die direct opvallen aan de Nederlandse gezondheidszorg. Ten eerste zijn de wachtlijsten lang.[1] Lange wachtlijsten zijn meer dan een hindernis, want onbehandelde aandoeningen zorgen voor onnodig lijden en ook voor extra kosten als zij verergeren. Ten tweede zijn de Nederlandse artsen duur en dat is een van de hoofdredenen dat de gezondheidszorg zoveel kost. Nederlandse medisch specialisten behoren bijvoorbeeld tot de duurste ter wereld. Ten derde beperkt de overheid het aantal studenten medicijnen door een systeem van loting; dit leidt tot onnodig tijdverlies voor studenten die in eerste instantie worden uitgeloot.

‘In de Nederlandse politiek zijn er afzonderlijke debatten over de wachtlijsten, over de kosten van artsen en over de loting voor de medische studenten. Een econoom ziet echter meteen dat deze drie met elkaar samenhangen. De bestaansreden van de loting, namelijk de kunstmatige beperking van het aantal medische studenten, legt dit bloot. De minister van Onderwijs zou zeggen dat er teveel studenten zijn die medicijnen willen studeren en dat deze studie de overheid te veel kost, maar deze redenering is kortzichtig.

‘Als de koffieoogst mislukt, gaat de koffieprijs omhoog. Als Nederland minder artsen oogst, gaat de prijs van artsen omhoog. Het prijsmechanisme zorgt er dus voor dat de Nederlandse artsen duur zijn door de rem op het aantal studenten. De overheid maakt de medische zorg zelf duur door haar beleid en de kosten die zij lijkt te besparen op het onderwijs, betaalt zij ruimschoots terug in de gezondheidszorg.

(…)

‘Een ziekenhuis zal bijvoorbeeld alles doen om zo weinig mogelijk specialisten te hoeven aannemen, want die zijn vreselijk duur. Dit leidt vervolgens tot wachtlijsten. De lange wachtlijsten zijn dus geen toeval of een uitkomst van slechte planning door ziekenhuizen, maar juist het resultaat van hun goede (of in ieder geval bewuste) planning. De ziekenhuizen doen wat economisch logisch is, gezien het chronische tekort aan artsen.

‘De arts kan hiertegen inbrengen dat de Nederlandse overheid de tarieven van de artsen zelf bepaalt en dat de artsen daarom niet te duur kunnen zijn. Nederland is echter geen communistisch land en ook als de overheid de tarieven bepaalt, zijn deze nog steeds gerelateerd aan de marktwaarde van een arts. Die marktwaarde is hoger als de toevoer van artsen afgeknepen wordt.

‘Nu wordt het systeem van loting voor medische studenten geleidelijk vervangen door een ander systeem dat ‘decentrale selectie’ heet, maar op de details daarvan zal ik niet ingaan. Het aantal plaatsen voor studenten verandert nauwelijks en dan maakt het weinig uit of de overheid de studenten laat loten, bingo laat spelen of een Russische roulette voor hen organiseert. De overheid blijft zichzelf in de voet schieten met een verkeerde bezuiniging op de onderwijskosten, terwijl al het gepraat over het oplossen van de wachtlijsten verspilde tijd is.

‘Kostenbewustheid is bij de overheid vaak beperkt. Een tunnelvisie verhindert dat een minister nadenkt over de gevolgen van zijn beleid voor een ander ministerie. Bovendien tellen ‘onzichtbare’ kosten niet mee, zoals de verloren jaren van op de wachtlijst staande studenten. Een extreem voorbeeld hiervan is het landbouwbeleid. De miljarden die de Europese overheden vergooien aan landbouwsubsidies trekken veel aandacht, want deze staan op de begroting. Deze subsidies zullen stapsgewijs verminderen, maar vormen slechts een fractie van de kosten van het landbouwbeleid. Verreweg de grootste kosten komen voort uit de belastingen op agrarische invoer van buiten Europa. Dit houdt alles, van graan tot rundvlees, kunstmatig duur voor de consument. Een doorsneegezin is hieraan volgens een OESO-berekening meer dan 700 euro per jaar kwijt, maar wat de kiezer niet weer en de begroting niet deert, zal de politiek een worst wezen.’

Een slimmer immigratiebeleid

‘Ook als de Nederlandse overheid de limiet op het aantal medische studenten schrapt, duurt het jaren, mogelijk decennia, voordat het probleem van de wachtlijsten is opgelost. Een gericht immigratiebeleid, dat buitenlandse afgestudeerden aantrekt, kan een uitkomst bieden. Dit ligt natuurlijk politiek gevoelig en dat is overigens niet het enige probleem.

‘De culturele en taalbarrières zijn van wezenlijk belang in de gezondheidszorg. Buitenlandse computerprogrammeurs aantrekken met speciale verblijfsvergunningen levert bijvoorbeeld weinig problemen op. Zij komen te werken in gespecialiseerde bedrijven waar iedereen Engels spreekt en waar de werknemers bovendien een min of meer vergelijkbare, wereldwijd geldende cultuur aanhangen. Indiërs, Amerikanen en Nederlanders kunnen in een dergelijk bedrijf prima samenwerken.

‘De gezondheidszorg is echter een dienstensector. De communicatie met patiënten staat centraal en hiervoor is het begrip van de Nederlandse taal en cultuur essentieel. Misschien nog belangrijker dan de verschillen in de nationale culturen zijn de verschillen in de medische culturen. Als iemand die in tien landen heeft gewoond, kan ik zonder meer stellen dat deze verschillen enorm zijn, zelfs binnen Europa. In sommige landen krijgt een patiënt voor iedere ontsteking een antibioticakuur. Voor Nederland geldt het andere uiterste. Ik kende eens een Franse vrouw die haar baby naar een Nederlandse huisarts bracht. Zij verwachtte een antibiotische zalf, maar de dokter vond dat niet nodig en vertelde haar dat ze een ontstoken huis met Biotex kon wassen. ‘Hij wil dat ik mijn kind in de was doe! vertelde ze mij verontwaardigd. Ook afgezien van de antibiotica neigt de Nederlandse gezondheidszorg naar het standpunt ‘laat het aan de natuur over’. Buitenlandse artsen zullen deze medische cultuur in eerste instantie niet kunnen aanvoelen.

‘Het is een optie om buitenlandse artsen bij immigratie naar Nederland eerst een gedegen cursus te in de Nederlandse taal en medische werkcultuur te geven. Een simpeler eerste stap is om buitenlandse studenten die in Nederland op eigen kosten medicijnen hebben gestudeerd, direct een verblijfsvergunning te geven. In alle vakgebieden krijgen de Nederlandse universiteiten tegenwoordig steeds meer instroom van buitenlandse, vaak niet-Europese studenten. Na hun studie moeten deze studenten verplicht het land uit, ondanks het feit dat ze hoogopgeleid zijn en ongeacht of ze specialisaties hebben waar Nederland behoefte aan heeft. Deze studenten zijn in een Nederlands systeem en veelal Nederlandstalig opgeleid en zijn daarom beter toegerust voor de Nederlandse arbeidsmarkt dan andere buitenlanders.

‘(…)’

(wordt vervolgd)

[1] http://www.zorgkiezer.nl/main.php?regio=&action=inst_overzicht

Advertisements