Tags

, ,

We vervolgen het betoog van Paul De Grauwe in: De limieten van de markt. De slinger tussen overheid en kapitalisme. Lannoo nv, Tielt/België 2014 (hfd 12, pp 230–232)

                Een sombere toekomst?

‘Op dit ogenblik ziet het er niet naar uit dat er aan die twee voorwaarden wordt voldaan. Dat kan pessimistisch klinken, maar ik vrees dat dit de realiteit is. De vraag die dan opkomt is: welke van de twee grenzen zal eerst bereikt worden?

Op die vraag een antwoord geven is met onze huidige kennis heel moeilijk. Het is immers een vraag over de timing. We kunnen met grote zekerheid stellen dat het kapitalisme op haar limieten zal stuiten als we er niet in slagen het reformistische programma uit te voeren. Wanneer dat precies zal gebeuren, is veel moeilijker te voorspellen. We weten nog altijd onvoldoende over alle milieueffecten van de uitstoot van CO2. Ook weten we bitter weinig over de timing van mogelijke omslagpunten. Zullen die zich binnen tien jaar of binnen een halve eeuw voordoen?

Over de effecten van de grote inkomensongelijkheid op het sociale en politieke weefsel en over het gevaar van een revolutionaire dynamiek tasten we eveneens in het duistere. We weten uit de geschiedenis dat al te grote ongelijkheid op de(n) duur tot grote omwentelingen leidt. Over de exacte timing van die dynamiek weten we niet zoveel.

Het lijkt waarschijnlijk dat de externe grenzen van het marktsysteem (opgelegd door het milieu) eerder zullen worden bereikt dan de interne (die ontstaan door de grote ongelijkheid). Ik heb in het vorige hoofdstuk de argumenten gegeven. Democratische staten hebben relatief sterke interne stabilisatoren die ervoor zorgen dat al te grote inkomens- en vermogensongelijkheid tijdig worden gecorrigeerd. Die lijken te ontbreken voor de milieuproblemen, die een sterk grensoverschrijdend karakter hebben.

De mythe van Sisyphus

Sisyphus was een Griekse koning die zich sterker en verstandiger voelde dan Zeus. Voor deze zonde van overmoed (hybris, of hubris in het Grieks) werd hij gestraft. Hij werd ertoe veroordeeld om elke dag een rotsblok een berg op te duren, waarna dat rotsblok elke avond weer naar beneden rolde. De volgende dag kon Sisyphus herbeginnen, tot in de eeuwigheid.

Albert Camus gaf in zijn boek De mythe van Sisyphus een existentialistische interpretatie van deze bekende Griekse mythe. De straf van Sisyphus is volgens Camus een metafoor voor de absurditeit van het leven. Hoe moeten we tegenover deze absurditeit staan, vraagt hij zich af. Een mogelijkheid bestaat erin zelfmoord te plegen. Camus verwerpt deze optie. In plaats daarvan stelt hij dat we in opstand moeten komen tegen de absurditeit van het leven. Dit doen we door ons in het leven te gooien, intens te leven en creatief te zijn. De revolutionaire held is diegene die ondanks de absurditeit en wetende dat zijn opstand uiteindelijk niets zal uithalen, toch de rots doet bewegen en nog gelukkig is ook. ‘Il faut s’imaginer Sisyphe heureux’, besloot Camus.

Dat is ook de houding die ik aan het einde van dit boek als leidraad wil meegeven. Het zal buitengewoon moeilijk zijn om toekomstige catastrofes te voorkomen. Misschien is het zelfs al te laat. (Ik ben wel iets optimistischer dan Albert Camus met zijn Sisyphus-interpretatie, die inderdaad volledig uitzichtloos is). Er is een uiterst kleine kans dat we de neergang kunnen voorkomen door een reformistisch beleid te voeren zoals ik dit eerder heb uitgestippeld. Maar zelfs als dit niet lukt, hebben we geen andere keuze dan, zoals Sisyphus deed, elke dag opnieuw te beginnen. Het is de enige manier om zin te geven aan het bestaan.

Als we niet tot actie overgaan, zullen onze kleinkinderen ons niet vergeven dat we niets ondernomen hebben om hen te redden. Dat op zich is voldoende motivering om te blijven doorgaan.’

Deze mythe van Sisyphus is wat mij betreft een vruchtbare ondergrond en basis om de toekomst van Europa en de EU verder uit te werken. Maar hoe zou ik deze mythe nader inhoud willen geven? Ik doe dat aan de hand van moderne zelfontplooiingstheorieën die vanaf Abram Maslow en zijn Piramide (gepubliceerd in 1943) in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw ingang hebben gevonden. En aangezien hierbij meerdere of zelfs vele persoonlijke benaderingswijzen en ideologische visies mogelijk zijn, geef ik hierbij ook aan dat ik binnen de Nederlandse traditie (links-)liberaal ben, hoewel deze term een tautologie is sinds de publicatie van de VVD-brochure Enige aspecten van het moderne liberalisme, dat specifiek handelt over het Nederlandse liberalisme.[1]

Eerst een nadere toelichting over de Piramide van Maslow. Ik heb met mijn aangebrachte kanttekeningen bij De Grauwe al laten blijken dat ik het geheel met hem eens ben en daarmee kan ik Sisyphus ook nader duiden via Maslow.

Ik zal beginnen met een toelichting waarom ik Maslow toepasselijk vind. Als De Grauwe constateert dat de wereld van het kapitalisme gered moet worden omdat het kapitalisme in zijn ruwe vorm zichzelf naar de afgrond helpt, is het kapitalisme toe aan een fundamentele hervorming en dat moet in politieke zin worden uitgevoerd door het hedendaagse liberalisme omdat deze het kapitalisme als uitgangspunt neemt. Maar evengoed en vanzelfsprekend is de route van de Derde Weg van de moderne sociaaldemocratie mogelijk. Hoe valt Maslow hierbij in te passen?

Maslow gaat uit van hogere en lagere menselijke behoeften die in een hiërarchische ordening passen, en wat mij betreft moeten die behoeften – zoals ook De Grauwe beschrijft – evenwichtig passen in de aardse grondstoffen; die mogen dus niet misbruikt worden.

De behoeftehiërarchie ziet er in vogelvlucht overgenomen van Wikipedia als volgt uit:

  1. Organische of lichamelijke behoeften: deze fysiologische behoeften houden verband met de homeostase van het organisme en het lichamelijk evenwicht.
  2. Behoefte aan veiligheid en zekerheid: het individu gaat beveiliging zoeken in een georganiseerde kleine groep of grote groep.
  3. Behoefte aan saamhorigheid, behoefte aan vriendschap, liefde en positief-sociale relaties.
  4. Behoefte aan waardering, erkenning en zelfrespect, die de competentie en het aanzien in groepsverband verhogen.
  5. Behoefte aan zelfverwerkelijking of zelfactualisatie, is de behoefte om zijn persoonlijkheid en zijn mentale groeimogelijkheden te ontwikkelen en te valoriseren.
  6. Behoefte aan zelftranscendentie: In zijn latere fasen van zijn leven nuanceert hij zijn visie op zelfactualisering en legt hij de nadruk op zelftranscendentie.

Het zal duidelijk zijn dat de huidige westerse kapitalistische maatschappij, noch de huidig formeel bestaande kapitalistisch-gestructureerde, maar communistisch bestuurde en geleide natiestaten (Rusland, China en hun huidige satellietstaten in Oost-Europa en Azië) voldoen aan de punten 4, 5 en 6 van Maslow.

Daarmee vallen mijns inziens alle huidige mondiale vraagstukken sinds de kredietcrisis van 2008 en de eurocrisis die hieruit ontstaan is te verklaren. En aangezien de muntunie (EMU) ook structurele basisfouten kent – want ontstaan aan de tekentafels van Maastricht en Amsterdam -, met als gevolg dat de ECB onder Mario Draghi een koers is gaan varen die volledig botst met de genoemde verdragen, maar die wel spoort met de Fed en het huidige IMF – dat zich tegen de eurozonekoers keert -, zal de eurocrisis alleen maar beslecht kunnen worden door heel pragmatisch in te spelen op de wensen van de financiële markten en wel op de menselijke basiswaarden van Maslow. Ik sta honderd procent achter de analyse van de zwakten van het kapitalisme door De Grauwe geformuleerd en stel daarom vast dat de enige oplossing om het kapitalisme te redden ligt in zijn oplossingsrichting met als enig amendement zoals ik hieronder zal omschrijven, aangezien alleen door Maslow politiek waargemaakt kan worden.

Samenvattend: de huidige wereldordening voldoet in genen dele aan de menselijke behoefte van waardering (slechts de supervermogenden zoals door De Grauwe omschreven voldoen hieraan), noch aan erkenning en zelfrespect. Daarin valt nog een wereld te winnen en leven wij anno 2014 nog in een armzalige cultuur vanwege onze angstdemocratie.

Hetzelfde geldt voor de algemene behoefte aan zelfverwerkelijking en zelfactualisatie. En dus ook voor de behoefte aan zelftranscendentie, en daarmee is de cirkel rond. Na dit geconstateerd te hebben valt de symboliek van de rots van Sisyphus op: de rots kan worden gezien als een transformatieproces dat de mens moet ondergaan om uiteindelijk zijn zelfverwerkelijking te realiseren. Zolang de mens zijn maximalisatiepunt – lees: optimalisatie – van talenten en mogelijkheden niet gerealiseerd heeft, zal de symbolische rots steeds naar beneden blijven vallen om die desbetreffende persoon vanuit zijn ziel te herinneren aan het feit dat zijn sluimerende gaven nog niet volop benut en gerealiseerd zijn. In de oosterse mystiek geldt ook de wijsheid dat de mens tegen zijn blokkades blijft aanlopen tot het moment dat het doel van die blokkades begrepen is en deze les niet meer hoeft te worden ondergaan: het meesterschap is bereikt op dat specifieke punt of onderdeel van de levensles. Maar zolang dat inzicht niet is bereikt, blijft het probleem terugkeren, tot in het oneindige zelfs als de mens weigert na te denken over zijn eigen tekortkoningen. Dit speelt dus niet alleen op het micropersoonlijke vlak af, maar ook op macrovlak, dus op economisch, sociaal en politiek en mondiaal vlak. In dit kader ‘moet’ de mensheid in de (nabije) toekomst meer als eenheid worden beschouwd.

Hiermee mag De Grauwe weer oprecht optimistisch door het leven gaan. Zijn reformistische scenario zou ik willen vervangen door een Maslowiaans scenario. Dan is voor iedereen duidelijk welke waarden en behoeften nagestreefd moeten worden en wel in gelijkwaardigheid, zodat er geen renteniers meer mogelijk zijn omdat zij uiterst eenzijdig leven, namelijk alleen geconcentreerd op hun behoefte om nog meer materiële rijkdom te vergaren, waarmee zij hun geestelijke behoefte – lees: geestelijke akker – geheel onbewerkt laten. Dat mag overeenkomstig hun levensplan zijn, maar dan niet ten koste van die miljarden aardse bewoners die zwaar tekort komen.

[1] P.J. Oud (red), Enige aspecten van het moderne liberalisme. Onder auspiciën van de afdeling-Den Haag van de VVD. Uitgeverij Stenfert Kroese, Den Haag 1953. Deze blauwdruk van het moderne – lees: naoorlogse liberalisme in Nederland vanuit de nieuwe naoorlogse VVD, als een fusie tussen het oude en klassiek-conservatieve vooroorlogse Liberale Staatspartij en de eveneens vooroorlogse vrijzinnig-liberale Vrijzinnig Democratische Bond (eerste beginselprogramma 1948), heeft standgehouden tot de jaren ’80, maar sinds het partijleiderschap van Wiegel en eind jaren negentig de opkomst binnen de VVD van Geert Wilders in de vergetelheid geraakt. Mijn toetreden tot de VVD begin jaren zeventig werd sinds de nieuwe machtsfactor van Wilders onmogelijk en trad nieuwjaar 2007 uit de partij. Sindsdien heb ik andere partijen uitgeprobeerd, zoals D66, GroenLinks en Partij voor de Dieren, maar kwam tot de ontdekking dat Nederland bestaat uit politieke partijen die niets anders zijn dan gezelligheidsverenigingen en waarin het persoonlijke sentiment de belangrijkste rol speelt. Daarom heb ik besloten dat ik principieel partijloos door het leven ga en alleen nog maar een strategisch stem uitbreng.