Tags

, , ,

De vermogensverschillen tussen de generaties in Nederland zijn sterk toegenomen (redacteur, Economie & Politiek/fd-digitaal lunchnieuws, 4 september 2014)

‘De crisis heeft het vermogen van verschillende groepen Nederlanders op uiteenlopende manier geraakt. Oudere generaties hebben de vermogens verder zien groeien, maar de jongeren zagen het gemiddeld genomen flink slinken.

Dit blijkt donderdag uit een onderzoek van economen van ING. Ze baseren zich hierbij op cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

In 2008 bezat een doorsnee huishouden met kostwinner tussen de 25 en 44 jaar nog €22.000 aan vermogen. In 2012 resteerde daarvan nog €4000. De vermogens van deze jongvolwassenen zijn volgens de ING-economen vooral gedaald doordat hun eigen huizen minder waard zijn geworden.

Bij de pensioengerechtigden daarentegen is het vermogen ondanks de crisis gewoon doorgegroeid. Het steeg van gemiddeld €84.000 in 2008 naar €107.000 in 2012.

Volgens recente cijfers bedraagt het vermogen van Nederlanders €1170 mrd. Hiervan zit €480 mrd in de overwaarde van woningen. Het vermogen is ongelijk verdeeld. De rijkste 1% van de Nederlandse bevolking bezit 23% van het totale vermogen.’

Hiermee is het bewijs geleverd dat de immer aanhoudende crisis vermogensgroei van de gefortuneerden in ons land mogelijk heeft gemaakt, terwijl de laagste inkomens op z’n hoogst gelijk zijn gebleven, als er geen sprake was van baanverlies en gedwongen verkoop van het huisbezit.

Daarnaast bestaat er ongetwijfeld een grote groep gepensioneerden zonder eigen vermogens en zonder pensioen uit topinkomens, die ook evenals andere lage inkomensklassen hebben moeten inleveren. En dit laatste maakt dat het merendeel van de gepensioneerden helemaal niet in een riante financiële situatie verkeren zoals veelal gesuggereerd wordt en dat wordt altijd over het hoofd gezien.

De crisis, en in concreto de bankencrisis, die een forse aanslag op de rijksbegroting betekenden, hadden evenredig in de vorm van lastenverzwaring moeten worden opgelost en daarvan is geen sprake geweest omdat de laagste inkomens niet zijn ontzien en de hoogste inkomens geen extra bijdrage hebben moeten leveren. Daarom is het beleid dat tot de bestaande maatregelen heeft gevoerd om de crisis op te heffen, als onrechtvaardig te kwalificeren en hadden de hoogste belastingtarieven verhoogd moeten worden. Dat is immers rechtvaardig, doordat er van kale kippen niets geplukt kan worden. Daarom lukt het herstel van de economie ook niet.