Tags

, , ,

Stel verheerlijking moord op Foley niet strafbaar (Bibi van Ginkel, opinie/Trouw, 26 augustus)

Het vervolgen van verheerlijking van barbaars geweld is zinloos, betoogt terrorisme-expert Bibi van Ginkel. Investeer liever in het vroeg aanpakken van radicalisering.

‘Met afschuw hebben we het nieuws over de onthoofding van de Amerikaanse journalist Foley vernomen. Een enkeling grijpt dit aan om op Facebook of Twitter deze daad te verheerlijken. Misselijkmakend voor mensen (ook voor mij), maar wel een uitdaging die valt onder de vrijheid van meningsuiting, of we het nu leuk vinden of niet.

‘In tijden dat radicalisering tot gewelddadig extremisme meer en meer online plaatsvindt, en radicale groeperingen hun steun betuigen aan de strijd die onder andere in Syrië en Irak geleverd wordt, is standvastigheid nodig om de kernwaarden van onze democratische samenleving te waarborgen.’

Hier worden twee zaken, vrijheid van meningsuiting en kernwaarden van onze democratische samenleving, aan elkaar gekoppeld door ze in verband te brengen. Niets verkeerds aan toch?

Toch wel. Want bij nadere beschouwing is de vorm van uitingsvrijheid die geweld verheerlijkt, strijdig met onze kernwaarden. Beide alinea’s zijn dus tegengesteld aan en strijdig met elkaar, omdat één factor over het hoofd wordt gezien.

De vrijheid van meningsuiting is geen absolute vrijheid, ofwel een vrijheidsbepaling met een absolute strekking. Ook de vrijheid van meningsuiting moet binnen de grenzen van de wet blijven, zodat haatzaaien en opruiing niet mogelijk zijn.

De factor die over het hoofd wordt gezien is het feit dat vrijheid van meningsuiting zich niet alleen dient te bewegen binnen de wettelijke normen van fatsoen, maar daarmee tevens en automatisch een verdiepend karakter krijgt in het positieve domein van die kernwaarden van onze democratische samenleving. En het zal duidelijk zijn dat haatzaaien en opruiing daar logisch gesproken niet toe behoren, maar ook dat verheerlijking van grof geweld niets meer met meningsuiting te maken heeft zoals in de wet bedoeld. Moord is verboden en dus ook verheerlijking van moord. Zo simpel is dat.

Dat vastgesteld hebbend valt vooral op dat de radicale jongeren die het traditionele geweld in hun landen van geboorte of roots hun oorspronkelijke tradities blijven handhaven; bewust, dan wel onbewust. Vanuit dat perspectief zijn ze niet geïntegreerd naar westerse culturele waarden. Dat moet dus gaan veranderen. Logisch, maar de nieuwe voorlichting die aan de jonge generaties migranten gegeven zal moeten worden, houdt ook in dat het islamitisch denken echt heel anders is dan het westerse verlichtingsdenken. En dat betekent dat de vrijheid van meningsuiting ook beperkt blijft tot uitingen waarbij iedere vorm van geweld, haat en verzet of opstand tegen onze westerse cultuur een misbruik betekent van die vrijheid van meningsuiting, alsmede vrijheid van demonstratie. Deze demonstraties mogen dus op goede gronden verboden worden.

En om het scherp en duidelijk te formuleren: demonstraties van de vakbeweging tegen dreigende ontslagen dient om deze procedures aan de ontslagwetgeving te toetsen, dan wel om een tegengestelde visie van de zijde van de betrokken werkgevers voor het voetlicht te brengen. Alles wat onrechtvaardig is of als zodanig beleefd wordt, daarover wordt het publiek voorgelicht. De publieke opinie dus als wapen tegen onrechtvaardige verhoudingen, op welk terrein dan ook. Omdat rechtvaardigheid of gerechtigheid tot de kernwaarden van onze samenleving behoren. Dat is met verheerlijking van geweld en moord niet het geval.

Samenvattend en concluderend: bij de vrijheid van meningsuiting gaat het om verdieping en nuancering van de bestaande westerse democratische orde, waarbij nog steeds onderscheid kan worden gemaakt tussen verdieping naar links en rechts gedachtegoed, maar niet om verheerlijking van Middeleeuwse cultuurpatronen, en daarvan is sprake in de uitingen van ‘buiten-Europese’ jongeren in hun cultuurbeleving.

Dit dient te worden meegenomen in het advies dat Van Ginkel aan haar lezers en het publiek meegeeft: ‘Met preventieve maatregelen en tegenspraak kunnen juist die eerste fases van radicalisering aangepakt worden.’

Advertisements