Tags

, , , ,

‘Ideologie van jongeren weerleggen is heel lastig’ (Maaike van Houten, vandaag/Trouw, 23 augustus)

Als ze niet meer op school of in de moskee komen, wordt het tijd om je zorgen te maken (Amy-Jane Gielen, onderzoekster)

‘Als ze echt radicaliseren, dan maken de jongeren een terugtrekkende beweging uit de samenleving. Hun radicale ideologie past dan niet meer bij de maatschappij. Meisjes stoppen met hun studie rechten, omdat die niet te verenigen is met de sharia. Als ze niet meer op school komen, of in de moskee, of niet meer omgaan met hun oorspronkelijke vrienden, dan is het wel het moment om je zorgen te maken.”

Omdat hier geconstateerd wordt dat de radicale ideologie niet meer bij de maatschappij past, dreigt er in sociologische termen gesproken een schizofrenie binnen onze samenleving te ontstaan. De samenleving wordt namelijk niet meer gedragen door de definitie van cultuur: een in meerderheid gedragen gemeenschappelijke cultuur. Doordat deze islamitische jongeren – tot aan studenten toe – niet geworteld zijn in de Nederlandse cultuur van vrijheid, democratie, gelijkheid van rechten en verdraagzaamheid.

Er ontstaat een gesegmenteerde samenleving die risico’s op explosiviteit in zich draagt als er geen duidelijk beleid op wordt ontwikkeld. De samenleving moet een rechtvaardige samenleving zijn en dat wordt op voorhand onmogelijk als groeiende delen van de samenleving zich als outcasts voelen en gaan gedragen.

Het grote probleem dat hieruit voortvloeit is dat niet alleen deze culturele kloof alleen maar groter zal worden omdat de externe ontwikkelingen zoals de brandhaarden in het Midden-Oosten en in Oost-Europa (Balkan) daartoe aanleiding geven, maar ook niet kunnen worden opgevangen in het huidige inburgeringsstelsel, noch op de basis- en middelbare school. Die zijn qua onderwijscurriculum niet op deze materie afgestemd, noch zijn leerkrachten op dit specifieke thema opgeleid.

Migranten en opgroeiende jeugd als tweede en derde generatie nieuwe Nederlanders blijven geconfronteerd worden met een cultuurschok vanwege de westerse cultuur die strijdig is met islamitische basisbeginselen, waardoor een evenwichtig pad naar volwassenheid in denkwijze mogelijk is. Zolang ‘onze’ traditionele wereld uitgaat van een mondiale veelkleurigheid van wereldgodsdiensten die allemaal pretenderen zelf het absolutie gelijk in huis te hebben, blijft sektarisme, dus interne gescheidenheid van opvattingen, de overhand houden.

Dat geldt voor wat betreft ons land niet alleen islam versus christendom, maar ook intern: katholicisme versus protestantisme (vervaagd), en hervormd-vrijzinnig versus gereformeerd-vrijgemaakt. En het islamitisch evenbeeld: soennitische versus sjiitische moslims. En dat Europa nog niet zo lang geleden nog heftige taferelen heeft meegemaakt op dit vlak, laat Noord-Ierland duidelijk zien. Dus weten we dat religieuze tegenstellingen de emoties hoog kunnen doen oplaaien. Het blijft een verterend vuur als de mens zelf zijn emoties niet kan bedwingen. En over-emotionele explosiviteit duidt op onvolwassen karaktervorming.

De islamitische jeugd in ons land worstelt in eerste instantie met een nieuw ‘vaderland’ dat op religieuze gronden totaal afwijkt van wat er thuis geleerd wordt. Dat kansarme leerlingen én jongvolwassenen dan in plaats van zich bewust te zijn van hun nieuwe vrijheid in het Westen, zich door kansloosheid op de arbeidsmarkt terugtrekken en een radicaal islamisme gaan omarmen is in dat licht bezien niet geheel onlogisch en zeker psychologisch verklaarbaar.

Deze kloof kan wat de bestaande inburgeringstrajecten niet overbrugd worden, omdat geen of matige uitdrukkingsvaardigheid het onmogelijk maken om de deelnemers met islamitische achtergrond voldoende westerse democratische basisideeën bij te brengen; laat staan een debat te voeren. De islamitische opvoeding gaat immers uit van een eenheid van geloof en maatschappij en dat staat haaks op de basisbeginselen van de christelijke politieke cultuur: scheiding van kerk en staat, van geloof en maatschappij.

In Europa geldt een geloofsvrijheid en dat wordt in een geseculariseerd samenleving als de onze vertaald naar volledige vrijheid van geloof en meningsuiting in het private domein, maar godsdienstige neutraliteit in het publieke. Zo is de rechtspraak onafhankelijk via de Trias Politica, terwijl islamitische en in ieder geval islamistische studenten hun rechtenstudie beëindigen vanwege de onverenigbaarheid met de sharia. Hier hebben we dus een principieel probleem en dus als gevolg ook een onoverbrugbare kloof.

Dit probleem kan niet Wilderiaans worden opgelost door te roepen dat alle moslims het land uitmoeten, want onhoudbaar en visieloos in een evolutionaire ontwikkeling naar een multiculturele samenleving in onze global village.

Maar hoe leren we de islamitische kinderen en jeugd dan hoe de westerse basiswaarden werken en hoe hiermee te werken en te functioneren? Dat kan niet anders dan in het curriculum een nieuw vak te ontwikkelen dat alle scholieren begeleidt in emotionele én verstandelijke volwassenheidsvorming en dat toegespitst op religieuze vaagstukken. Dit is voor de hele Europese Unie van levensbelang aangezien de brandhaarden in het Midden-Oosten niet door een toverstaf kunnen worden tenietgedaan en dus blijven de ontwikkelingen daar een broeinest van haat en geweld, gevoed door angst, in onze omgeving voeden.

Die angsten bestaan over en weer, vice versa. De Europeaan is Spaans benauwd voor een nieuwe Moorse tijd, en omgekeerd heeft de traditionele moslim de keuze om ofwel de westerse democratieopvatting aan te nemen, dan wel een minderheid hier te blijven zonder op te gaan binnen de voor hem of haar nieuwe cultuur. Pas de derde en latere generaties zullen zodanig in positieve zin – lees cultureel en rationeel kritische zin – verwesterd raken dat er een seculiere islam zal ontstaan. Dat speelt al bij geslaagde islamitische ondernemers.

Om deze redenen en argumenten heeft Gielen gelijk als ze stelt:

‘”Preventieve groepsbijeenkomsten hebben dan geen zin meer. Professionals kunnen proberen hen weer naar school te krijgen, of aan het werk te helpen. Als ze in religieus opzicht radicaliseren, dan moet er iemand invliegen met de juiste religieuze kennis en argumenten om de radicale ideologie te weerleggen. Dat is heel lastig, de jongeren zijn ideologisch heel sterk. Zeggen dat geweld van de islam niet mag is niet genoeg, ze hebben altijd wel een Arabische sjeik die precies het tegenovergestelde zegt.”

(…)

‘De aanpak moet echt structureel en langdurig zijn. Een andere les is, dat er maatwerk nodig is, gericht op de behoefte van de persoon. Waarom is hij of zij geradicaliseerd en in welke mate? Er is altijd een bepaalde gebeurtenis die maakt dat jongeren gaan nadenken over wie ze zijn, en wat ze willen. Dat trigger-moment kan heel verschillend zijn. Persoonlijk, de dood van een ouder. Of geopolitiek, de recente gebeurtenissen in Gaza.”

Eigenlijk zou er een godsdienstpsycholoog op scholen (of per stad/wijk) moeten worden aangesteld om in een-op-een gesprekken de probleemleerlingen op religieus vlak te benaderen en de Nederlandse cultuur bij te brengen. Een psycholoog dus omdat het gaat om ‘waarom is hij of zij geradicaliseerd en in welke mate?’ Het voordeel van de introductie van een (godsdienst)psycholoog is ook dat er dan een structureel onderzoek kan – lees: moet – worden ingesteld naar het individuele psychische wereldbeeld van het migrantenkind en -jongere. In dit verband kan ‘migrant’ gelezen worden als de nieuwe Nederlandse burger die blijft vasthouden aan het orthodoxe islamitische mens- en wereldbeeld en zich dus laat meeslepen door extremistische opvattingen. En de kans niet heeft gekregen op een evenwichtiger voorlichting. Die bestaat immers niet. Op dezelfde pagina in Trouw staat immers een interview met imam Yassin Elforkani die het ware islamitische gezicht toont: ‘Een goede moslim is barmhartig en zweert geweld af.’ Iedere andere opvatting, zelfs van imams, is misleiding. Dit interview door Perdiep Ramesar toont dus wel degelijk aan dat er een vreedzame co-existentie mogelijk is door moslims en (seculiere) christenen. Dat biedt hoop op de toekomst.

Tot slot nog over het structurele onderzoek waarvoor gepleit moet worden. Dit structurele onderzoek bestaat nog niet:

Vraag: ‘Sinds de moord op Theo van Gogh is er zwaar ingezet op anti-radicaliseringsprogramma’s. Wat werkt, en wat niet?

“Er is geen onderzoek gedaan naar de harde effecten, het is lastig om dat te meten of door een anti-radicaliseringsprogramma een gang naar Syrië of een aanslag is voorkomen. We weten wel dat een eenmalige bijeenkomst niet werkt.’

Meer dan genoeg materiaal voor de komende Algemene en Politieke Beschouwingen na Prinsjesdag!

Advertisements