Tags

, , , ,

Wie gelooft in principes moet ervoor staan (Dick Berlijn, Opinie & Dialoog/fd, 18 augustus)

Dit is geen tijd voor slappe knieën als we een wereld zonder rechtsorde niet zien zitten

‘Zijn we bereid om voor die principes ten strijde te trekken? Of marchanderen we liever met onze principes?’

Ja, we zijn wel degelijk bereid om voor die principes ten strijde te trekken, maar dan niet met wapentuig, maar met geestkracht: mentale beïnvloeding, door Poetin duidelijk te maken dat we het annexatiebeleid van zijn land niet accepteren. ‘Ten strijde trekken’ heeft hier dus een dubbele betekenis en dat ziet Berlijn geheel over het hoofd in zijn reactie op Marcel Canoy in zijn fd-column, zie onderstaand citaat:

‘In het FD suggereerde een columnist om de nieuwe situatie in Oekraïne maar te aanvaarden en Poetin de Krim te schenken (Marcel Canoy, FD 11 augustus). Niet omdat we dat juist vinden, maar vanwege praktische overwegingen. Waar hebben we dat dilemma eerder meegemaakt?’

Dit is een inleidende zin waarbij Berlijn gruwelijk de fout ingaat met zijn historische parallel, die een misvatting is:

‘De situatie in Oekraïne lijkt in bepaalde aspecten op die van nazi-Duitsland voor het uitbreken van de Tweede ­Wereldoorlog. Ook toen was er sprake van een land dat zich verongelijkt voelde en een volk dat kon worden geïndoctrineerd doordat het geen toegang had tot de vrije media. Ook toen was er een leider die door het aanwakkeren van nationalistische gevoelens de aandacht van de binnenlandse problemen wist af te leiden door op de boze wereld daarbuiten te wijzen. Het land toen had recht op Lebensraum en voelde zich gelegitimeerd om andere landen in te lijven. Hoe reageerde wereld toen? Er waren politici die voor de harde lijn waren en Hitler een halt wilden toeroepen. Er waren ook politici die koste wat kost de lieve vrede wilden bewaren, de zogenoemde appeasers. Over het irredentisme van Hitler en de reactie van deze appeasers zei Churchill: ‘An appeaser is one who feeds a crocodile, hoping it will eat him last’. Het initiële appeasement en het verdere verloop van die verwoestende oorlog zou ons iets hebben moeten leren.’

Waarom is dit een gemankeerde vergelijking? De opkomst van het nazisme in de moderne tijd van de 20ste eeuw stelde alle waarnemers en regeringsleiders buiten Duitsland zelf voor grote raadsels en verwarring, want wat stond er allemaal te gebeuren in dat land? Niemand die het wist en dat Duitsland overduidelijk een militair expansief beleid in voorbereiding had en vervolgens ging uitvoeren, was nieuw in dat tijdsgewricht. Nazisme was een moderne vorm van dictatuur, maar dat bleek achteraf ook zo te gelden voor Moskou’s communisme.

Het grote verschil met de situatie vandaag is dat het huidige kapitalo-communisme van Poetin, die droomt van een herstel van zijn voormalige grote Sovjetrijk, nu het historische precedent van WO2 kent, en dat hij weet dat hij dat ‘avontuur’ niet moet ingaan. Natuurlijk is ook het huidige communisme van Moskou een dictatuur, maar veeleer een oligarchendictatuur en zeer zeker geen nazidictatuur. De goelags bestaan niet meer en in deze tijden van de mediaparadox in Rusland, te weten de ijzeren censuur in dat land dat niet opgewassen is tegenover onvermijdelijke transparante doorwerking van sociale media, die de maatschappelijke ontwikkelingen volgt, staat Rusland in een kwetsbare positie. Dat is ook van toepassing op de economische positie: een Russische beer op een lemen ondergrond, want drijfzand. Russische macht vandaag is slechts mogelijk bij de gratie van gas en olie-export. Iets anders heeft het land niet te bieden.

Dat gegeven en alleen daarom betekent dit ook dat Canoy helemaal niet heeft bedoeld toen hij schreef dat de Krim maar ‘geschonken’ moest worden aan Rusland, maar dit voorlopig als een status quo te handhaven, om directe politieke explosies te voorkomen. Die politiek militaire explosies kunnen we al helemaal niet gebruiken. Poetin gedraagt zich simpelweg als het bekende kliertje in de klas op de middelbare school die de docent millimeter voor millimeter blijft tergen en steeds verder de grenzen oprekt. Iedere docent weet dat dit een procesmatig iets tot het moment dat er een grens of drempel wordt overschreden en maatregelen noodzakelijk zijn en dus de impliciete steun van de hele klas aanwezig is ten gunste van hard optreden.

De wereld reageert op dit moment dus uiterst wijs en verstandig omdat er door alle wereldleiders en ook de VN gezocht wordt naar een duurzame oplossing. Verbaal en communicatief is Poetin duidelijk te verstaan gegeven dat hij te ver is gegaan en dat hij geen verdere trucjes moet uithalen. En met name heeft Angela Merkel vanwege hun gemeenschappelijke ‘Oost-Duitse achtergrond, Poetin kleihard de waarheid aangezegd. Ook dat element ontbreekt geheel in Berlijns betoog.

Als de auteur dus opmerkt dat we ‘iets van die verwoestende oorlog hadden moeten leren’, en dat doet met zijn ondeugdelijke redenering, dan blijkt Berlijn na zijn militaire carrière nog niet te zijn veranderd in of gegroeid tot een filosoof of wijsgeer, waarvoor je wel eerst wel fatsoenlijk met historische feiten moet kunnen omgaan. Dat is nu hopelijk beter geregeld op de KMA dan het louter opleiden van ijzervreters.

Hij heeft dus ook niets begrepen van tolerantie:

‘Waarom begrijpen we niet dat als we echt in onze principes geloven we ook bereid moeten zijn ervoor te staan? We slaan ons zelf vaak op de borst omdat we tolerant zijn, maar vergeten dat we — als we dat echt belangrijk vinden — hard op moeten treden tegen intolerantie. Hetzelfde geldt voor onze principes ten aanzien van de rechtsorde. Als we die rechtsorde echt belangrijk vinden, dan moeten we bereid zijn ervoor te staan en niet accepteren dat anno 2014 eenzijdig grenzen van landen worden verlegd. Dit is geen tijd voor slappe knieën. Niet uit onbesuisde stoerheid, maar omdat we een wereld zonder rechtsorde niet zien zitten.’

Antwoord aan hem:

  1. Wij staan ervoor, voor onze principes.
  2. We proberen terecht tolerant te zijn, maar onderscheid moet worden gemaakt tussen gewone maatschappelijke tolerantie of verdraagzaamheid (erken dat de medemens even uniek is als jezelf en gedraag je ernaar) en politiek-strategische tolerantie. Een oproep tot hard optreden tegen intolerantie speelde opnieuw in de Haagse Schilderswijk, maar binnen de het diplomatieke verkeer werkt dat gewoon heel anders.
  3. Wie zegt dat we de rechtsorde niet belangrijk vinden? Iedereen zal beamen dat het cruciaal is, maar we hebben te maken met stoute jongetjes in de klas. Alleen is Dick Berlijn dat in zijn gehoorzame en loyale wereld van het militaire bestaan niet gewend.
  4. Er zijn of worden dus geen eenzijdige verlegd, want hiertegen zullen de VN moeten optreden en dat is ongetwijfeld al in voorbereiding. Alleen een kwestie van alle neuzen in de juiste richting te krijgen. En dat is zoals bekend een moeizaam proces.
  5. Onuitgesproken maar gecamoufleerd bedoelt Berlijn ‘stoerheid gevraagd, maar in prudente vorm’, maar schrijft voorzichtig over ‘niet uit onbesuisde stoerheid’, om daarmee een herstel van de oude defensiebegroting mogelijk te maken. Want hij ziet een wereld zonder rechtsorde niet zitten. Wie wel eigenlijk?
Advertisements