Tags

, ,

IS is deel grotere oorlog sjiieten en soennieten (Kees Homan, Gen.-majoor der mariniers b.d., Opinie & Debat, de Volkskrant, 15 augustus)

Irak: Het Westen moet niet interveniëren in een burgeroorlog tussen soennieten en sjiieten.

‘Militair vermogen kent naast een fysieke en conceptuele component ook een morele component. Kortweg bestaat deze uit de wil te doden en bereid zijn te sterven voor een als rechtvaardig gepercipieerde zaak. Hierbij is de rol van leiderschap essentieel. Leiders moeten een na te streven doel identificeren en deze zo uitdragen dat hun strijders erin kunnen geloven.’

Allereerst de vraag of onder de genoemde morele component ook immorele componenten kunnen worden verstaan? Omdat het hier om definiëring van militair vermogen gaat, is het bijna vanzelfsprekend om deze vraag als niet ter zake doende te beschouwen omdat het militaire apparaat q.q. uitgaat van de ratio van de bereidheid tot doden of lot te ondergaan van mogelijk te sneuvelen en dus gedood te worden. In klassieke oorlogen is het één of het ander. Maar omdat we hier niet in omstandigheden verkeren waarin politieke ideologieën tegenover elkaar staan, zoals tijdens de Koude Oorlog het geval was, maar om religieuze stromingen gaat, is het de vraag of dit een ander uitgangspunt mogelijk of zelfs noodzakelijk maakt.

De huidige burgeroorlog in Irak heeft veel weg van de kruistochten uit onze eigen Middeleeuwen. Toen bestond er een geestelijk bestuur, te weten de kerkelijke katholieke hiërarchie die bepaalde dat het Heilige land beschermd of veroverd moest worden op de islamieten.

In termen van onze geseculariseerde wereld is hier terugkijkend sprake van een begripsverwisseling: het geestelijk doel van de kerstening van de wereld werd vertaald via bestuurlijk-kerkelijke belangen in de vorm van politiek-militaire doeleinden en middelen. Toen was dat heel normaal, nu is dat alleen al vanwege het moderne Westerse uitgangspunt van scheiding van kerk en staat niet vanzelfsprekend en zelfs in ogen van Verlichtingsdenkers verwerpelijk en absurd. Maar in de islamitische wereld is nog geen Verlichting doorgedrongen.

Het antwoord hierop dient mijns inziens te luiden dat nu wereldwijd de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zijn erkend en getekend, en dus richtinggevend is geworden, zodat deze extreme islamistische opvatting van de IS(IS) – dat alle niet- of andersgelovigen moeten worden gedood en afgeslacht -, volkomen strijdig is met het volkerenrecht, maar ook met de basisregels van de islam, te weten vrede en harmonie in de wereld verkondigen. Om deze reden dient de VN IS aan te klagen bij het Internationaal Strafhof, dat voor genocide en misdaden tegen de menselijkheid (het Statuut van Rome van op 17 juli 1998) werd ondertekend ( en voor de goede orde: op voordracht van diezelfde Verenigde Naties).

Dit betekent dat ‘een als rechtvaardig gepercipieerde zaak’ geen absolute instemming mag worden gegeven dan wel toegekend, maar eerst aan de Veiligheidsraad moet worden voorgelegd door de belanghebbenden die het nadeel ondervinden van de IS-operaties: alle omringende natiestaten.

Alle wereldgodsdiensten van dit moment delen de ethiek van geweldloosheid en bevordering van de vrede, wat allerlei afscheidingen vanuit geloofsovertuiging in onze postmoderne wereldgemeenschap ook mogen beweren.

Als de wereld middels de VN hiertegen geen verbale en politieke vuist weet te maken, dan degradeert de wereldgemeenschap zichzelf tot leven in de Middeleeuwen. Niemand wil dat.