Tags

, ,

Tolerantie moet van twee kanten komen (Marcel Canoy, Essay, Katern Outlook/Pdersonal Finance/fd, 2 augustus)

Het is hoog tijd voor een nieuwe waardering van het begrip tolerantie. Zeker nu partijen die onverdraagzaamheid prediken terrein winnen in Europa. Tweede deel van een tweeluik.

‘We hoeven maar aan de talrijke discussies rondom moslims in Nederland te denken om te begrijpen dat dit proces delicaat is. In het geval van wederzijds respect zal het wel lukken hier een modus te vinden. Maar zeker in tijden van groeiend populisme en een economische crisis, is het goed denkbaar dat het wederzijds respect erodeert, waarna het proces van tolerantie moeizaam wordt.

Dit is goed te zien bij religieuze (in)- tolerantie. Wanneer er sprake is van een ‘schok’, bijvoorbeeld een ander geloof wint sterk in populariteit, hebben de leiders van een religie een prikkel om de morele orde binnen de eigen gemeenschap te bevestigen. Ze moeten zorgen dat mensen zich wel in de eigen religie blijven herkennen. Verstorende signalen kunnen daarbij afleiden.’

Canoy sluit met zijn essay geheel aan op een van mijn blogs van gisteren (https://aquariuspolitiek.wordpress.com/2014/08/01/rutger-groot-wassink-rutgergw-keert-zich-terecht-tegen-uiten-van-eigen-oordelen-en-toegevoegd-kan-worden-dat-men-verwart-met-vrijheid-van-meningsuitging/) waarmee ik wil aangeven dat de stelling van Canoy dat tolerantie van twee kanten moet komen, onhaalbaar is vanwege een nooit geëindigd en bevredigend integratieproces van nieuwe Nederlanders. De al lange tijd bestaande spanningen in het Midden-Oosten en met name in Gaza zijn een toonbeeld van culturele opvoeding: als Jood ben je tegen Palestina en als Palestijn hebben de Joden je van je territoir verdreven. Dit conflict is dus onoplosbaar, tenzij de polarisatie uit deze wereld verdwijnt en dat duurt nog een lange tijd.

Daarom kan er nooit een (vorm van) wederzijds respect ontstaan tussen beide groeperingen, althans niet in dit tijdsbeeld met eeuwenoude religieuze intolerantie. Canoy probeert eruit te komen via een economische benadering van dit vraagstuk en dat is lovenswaardig, maar zijn redenering schiet tekort. En met name daar waar hij zelf schrijft dat ‘het wederzijds respect erodeert’, aangezien dit respect nooit heeft bestaan; het gaat hierbij om religieus respect en daarmee zijn beide bevolkingsgroepen – Israëli’s en Palestijnen van deze generatie woonachtig in het conflictgebied – niet opgevoed, zo simpel ligt dat.

Hiermee sluit ik aan op een eerdere alinea, die om dezelfde reden te kort door de bocht is:

‘Soms zijn er momenten dat — vaak door externe omstandigheden — in één keer de verscheidenheid wordt vergroot, zoals in het voorbeeld van immigratie. Door de ‘schok’ dreigt ook de morele orde te worden verschoven. Tolerantie is een manier om ervoor te zorgen dat dit ingewikkelde proces ordentelijk verloopt zodat de economische (en andere) baten geplukt kunnen worden.’

Er is geen sprake van een schok waardoor de morele orde wordt verschoven. Beide bevolkingsgroepen leven sinds de oprichting van de staat Israël in een permanente spanningshaard en daardoor kan er ook geen verschuiving van de morele orde ontstaan.

Ik sluit mijn weerwoord aan Canoy af met een praktijkvoorbeeld van een gesprek dat hij voerde met een imam. En het toeval wil dat ik die gesprekken als docent inburgering ook heb gehad. Ik kan Canoy dus op directe wijze mijn ervaring delen:

‘Je praat hierover met de imam. Je kunt best tolerant zijn en eindigen met ‘agreeing to disagree’. Er is wel sprake van communicatie, kennisuitwisseling en respect. Je besluit een stuk over je bezoek te schrijven. Tolerantie kweekt wederzijds respect, onverschilligheid kweekt intolerantie.’

Zoals bekend bestaat er binnen de leer van de islam een eenheid tussen staat en godsdienst en zo was Europa ook georganiseerd tot de Verlichtingstijd – de Rooms Katholieke kerk was almachtig – toen langzaam maar zeker duidelijk werd dat het godsdienstige pluriformiteit alleen maar tot een harmonische, dan wel conflict-minimaliserende samenleving leidt als het beginsel van scheiding van kerk en staat wordt doorgevoerd en toegepast.

Pratend met imams of met geestelijk fanatieke inburgeraars merk je een gigantische culturele kloof tussen beide partijen, dus in dit geval met een goedwillende docent en zijn cursisten. Hun idee van democratie is dat je doet wat er in de Koran staat. Alleen dan ben je democraat en een goed moslim. En dat botst volledig met ons democratiebesef en daarmee is de kloof onoverbrugbaar.

Mijn overtuiging is dat er alleen een oplossing denkbaar is als nieuwe generaties moslims zo verwesterd raken dat zij een eigen westerse islamitische levenspraktijk laten ontstaan en groeien, maar het evenzo goed mogelijk dat er een geestelijke secularisatie groeit, ofwel een vorm van afstand doen van het geloof, of ook een mogelijkheid: een innerlijke en dus niet-fanatieke Allahbeleving die maatschappelijk geaccepteerd kan worden en geen maatschappelijke conflicten oproept.

Met de bestaande inburgeringsstelsel schieten wat dat betreft niets op want de cursisten leren behalve te spreken, te schrijven en te luisteren; en hopelijk te begrijpen wat er op papier – lesmateriaal – staat wat de normen hier zijn, maar je ziet aan hun gezichten dat onze rechtsbeginselen niet ‘landen’; ze ‘beklijven’ niet omdat ze ‘zo niet zijn opgevoed’. Deze mensen kun je ook niet heropvoeden. Daar zijn ze mentaal al veel te oud voor.

Niet-fanatieke Allahbeleving is dus het ideaal. Maar er lopen ‘teveel’ fanatieke islamisten rond. Wat daarmee te doen? Er dient een nieuw politiek debat te komen op basis waarvan het integratievraagstuk, waarvan ik al constateerde dat deze nooit beëindigd werd, laat staan formeel én materieel – met duidelijke conclusies en uitgangspunten voor te voeren beleid – afgesloten, op dit thema van religieuze tolerantie alsnog moet worden aangegaan en afgerond. Alle nieuwe landgenoten dienen het besef te hebben, respectievelijk te ontwikkelen, dat de scheiding van kerk en staat principieel is voor ons land en voor onze multiculturele samenleving. Zonder dat besef blijven in een vicieuze cirkel zitten en kunnen er nog duizenden demonstraties worden verwacht met ‘dood aan ….’ En dat is onacceptabel.

Het wordt de hoogste tijd dat er nu heel erg concrete maatregelen worden genomen. De vrijheid van meningsuiting, zo schreef ik in mijn eerdere blog, gaat nu een voorwaardelijk karakter krijgen: de protesterende dient een duidelijke visie te ontwikkelen en aan te bieden hoe het conflict wordt opgelost. Alleen emoties uiten geeft geen pas meer; dat doe je maar binnen het privédomein van de eigen huismuren. Maar niet in de publieke sfeer, want dat kost de politieke alleen maar overuren en de individuele agent wordt er alleen horendol van.

En de conclusie van Canoy dat het eerste wat nodig is ‘de ‘economie’ van tolerantie te doorgronden: waar liggen de kosten en baten en hoe kan ik het transitieproces goed managen?’ is dus veel te economisch gedacht. Maar daardoor werd wel mijn behoefte aan reactie geprikkeld en daarvoor ben ik Marcel dankbaar!

Advertisements