Tags

, ,

PvdA-rapport: ’We winnen toch wel weer’ (Jochem van den Berg en Rudolf Julius, Dag in dag uit/de Volkskrant, 18 juli)

‘Afwachten, stilzitten en rustig aankijken. Dat zijn de aanbevelingen van de commissie-Netelenbos, die de slechte verkiezingen van de PvdA heeft onderzocht. Volgens de commissie komt het vroeger of later toch wel weer goed met de partij.

(…)

‘We hebben vragen gesteld die raken aan de kern van onze partij en ons sociaal-democratische hart. Wat is onze kracht, maar vooral ook: wat zijn onze valkuilen? Uiteindelijk bleken die er niet te zijn. [sic]

‘Volgens Netelenbos bewijst de partijgeschiedenis dat schaamteloze arrogantie, een bleek profiel en voortdurende zelfkastijding geen negatieve invloed te hebben op het bestaansrecht van de PvdA. ‘De linkse kiezer komt als het erop aankomt altijd bij ons terug. Het electoraat schuift in verkiezingstijd terug naar het veilige midden, omdat er een CDA- of VVD-premier dreigt of omdat ze zich toch niet thuisvoelen bij de SP.’

‘Hoewel de PvdA in de peilingen op een historisch dieptepunt staat, ziet Netelenbos dus geen reden tot paniek. ‘Nadat Kok de ideologische veren had afgeschud, kwam het ook weer goed. Toen Bos de verzorgingsstaat om zeep hielp, kregen we gewoon weer een stevig mandaat. Deze partij heeft nota bene Ad Melkert overleefd. We hebben daarom alle zorgen en klachten van de partijleden aangehoord en gedecideerd naast ons neergelegd. Vooral die van Sander Terphuis.’

‘PvdA-voorzitter Hans Spekman laat weten dat het bestuur de ‘harde en eerlijke conclusies van het rapport omarmt. Partijleider Diederik Samsom kijkt ernaar uit om de aanbevelingen in de praktijk te brengen, zo tweet hij: ‘Komende jaren keihard afwachten [vechten?] voor een sociaal Nederland!’

Na mijn ingezonden brief in Vrij Nederland in de editie van deze week (nr.29)[1], kan op bovenstaande constateringen van de commissie-Netelenbos gereageerd worden.

In de eerste alinea wordt aangegeven dat ‘‘Afwachten, stilzitten en rustig aankijken’ op dit moment het verstandigste is. Ja, dat kun je op twee manieren interpreteren. Als de storm over je partij heen raast, is dat inderdaad het enige juiste adagium. Maar iedereen is het erover eens dat ‘stilzitten’ onder normale omstandigheden de dood in de pot is. Stilzitten is dus door de commissie als een metafoor bedoeld: met ‘stilzitten en niets doen’ is niemand gebaat, maar in de kamers van het partijbestuur dient wel stevig gefilosofeerd te worden waaraan de nederlagen te wijten zijn. Zonder de enige kennis of wetenschap van het rapport zelf – ben geen partijlid – zijn er een drietal voor de hand liggende argumenten die verklaren waarom de achter ons liggende ‘tussentijdse’ verkiezingen verloren deden gaan:

  1. Het PvdA-electoraat was niet opgewassen tegen het crisisbeleid die nota bene door twee politieke antagonisten werd ingezet onder de paraplu van de EU-begrotingsnormen. Mag dit (tijdelijk) afhaken van dat electoraat het PvdA-partijbestuur kwalijk worden genomen? In zekere zin wel, omdat er ogenschijnlijk – voor de buitenwacht dus – geen plan B bestond binnen de PvdA om het snoeiharde bezuinigingsbeleid uit te leggen aan de achterban. Een achterban die na Wouter Bos ook een dramatische verandering te zien gaf in de vorm van het afhaken van het gehele Medelanders-deel van de bevolking. In de oude terminologie: de allochtonen voelen zich niet meer zo thuis in deze nieuwe PvdA.
  2. De beide coalitieonderhandelaars en –partners, die de duidelijke verkiezingsuitslag aangrepen om een flinke nieuwe wind door politiek-Den Haag te laten waaien en een soort Nieuw Paars wilden inzetten vanuit politiek pragmatisme, hadden geen rekening gehouden met het psychologische traagheid van het electoraat, dat zelf als een soort olietanker traag door de bocht pleegt te gaan. Terwijl juist de stuurlieden Rutte/Asscher op de brug van de tanker als rechtgeaarde veertigers de snelle jongens van deze generatie zijn. De eerste stevige hobbels – zie de plannen kostenkostenpremies die de VVD in opstand brachten – werden door de communicatievaardigheid van Samsom adequaat gepareerd door zijn dossierkennis. Maar wat werd nagelaten is de psychologische kloof naar het electraat te dichten en daarvoor was al de beproefde Bolkestein-doctrine beschikbaar, maar niet opgepakt. Samsom had hetzij zelf, dan wel de partijdenktank (WBS) opdracht moeten geven om opinieartikelen in de landelijke dagbladen te schrijven met niets en niemand ontziende visiestukken. Dat is immers vooruitzien en regeren. De denktank mag achter de stuurtafel uitdenken waar de praktische politiek-van-alle-dag tegen gaat lopen en daarmee voorzetten tot oplossing aandragen. Omdat Samson zijn eerste maanden als fractievoorzitter alle uitslaande branden moest blussen, had het partijbestuur de opdracht moeten doorspelen aan de WBS.
  3. En de WBS had deze gelegenheid met beide handen moeten aangrijpen om het veranderend getij van de nationale politiek aan te grijpen om de sociaal-democratische uitgangspunten van een nieuwe inhoud te voorzien. Ook de WBS diende zich de vraag te stellen wat de kern van de partij en het sociaal-democratische hart in deze nieuwe tijden nog betekenden en dat adagium moeten volgen: ‘veranderende tijden, veranderende uitgangspunten, aangepaste beginselen’. Dan was het conflict met de achterban niet ontstaan, namelijk in de vorm van de oprispingen van de harde ideologen die blijven vasthouden aan inmiddels vergane glorie. Die ideologische herbronning heeft niet plaatsgevonden, terwijl alle ingrediënten aanwezig waren doordat de mammoettanker van Brussel steeds meer gaat bepalen. ‘Meer dan ons lief is!’

Tot slot naar de geciteerde alinea’s.

  1. ‘Vroeger of later toch wel weer goed met de partij’ gaat op, mits voldaan wordt aan een aantal principiële (noodzakelijke) en praktische (voldoende) randvoorwaarden om een politieke vereniging aan een bloedinfuus te helpen. Want de patiënt is doodziek; en was al ziek toen Samsom aantrad.
  2. ‘Wat is onze kracht, maar vooral ook: wat zijn onze valkuilen’? Er zijn maar twee antwoorden mogelijk. De kracht van de sociaal-democratie is het beginsel van de rechtvaardigheid en rechtvaardige inkomensverhoudingen, die in deze tijden van neoliberalisme vertrapt zijn. Wat zijn in de tweede plaats de valkuilen voor de sociaal-democratie? Zoals voor alle andere partijen geldt: niet meegaan met de nieuwe eisen die het nieuwe tijdsgewricht ons stelt. Dit punt mogen alle overige partijen in ons bestel zich aantrekken. Er is, toegespitst op de PvdA, geen nieuwe sociaal-democratisch-model ontworpen, uitgaande op de eigentijdse problemen en knelpunten, en dan mag – moet! – vooral het EU-kader hierbij betrokken worden. Er zijn dus valkuilen te over: zoals te denken dat je er met abstracte ideologie wel komt. Als de commissie-Netelenbos die niet kan waarnemen dan is de commissie ziende blind.
  3. ‘Het electoraat schuift in verkiezingstijd terug naar het veilige midden, omdat er een CDA- of VVD-premier dreigt of omdat ze zich toch niet thuisvoelen bij de SP.’ Daar heeft de commissie-Netelbos een punt, mits de eigen organisatie en politieke brainstorming op orde blijft. Dat is op orde in de nummers van Socialisme en Democratie (S&D), maar de vraag is of dat wel voldoende doorsijpelt naar de bleke fractie en naar het electoraat (en in eerste instantie naar de eigen leden). Deze tijd vraagt meer dan enige periode eerder een bezinning op eigen beginselen en dat houdt een structurele – en dus geen vrijblijvende – brainstorm in. Deze brainstorm moet op wetenschappelijke gronden worden gedaan; geen academische instelling als doel-op-zichzelf, maar als een garantiemiddel om alle valide argumenten in handen te hebben en de revue laten passeren. Geen enkele woordvoerder in Tweede, noch Eerste Kamer, voldoet aan dat criterium, ofwel die kwaliteitsnorm.
  4. ‘Nadat Kok de ideologische veren had afgeschud, kwam het ook weer goed.’ Dit is ook te kort door de bocht. Kok was nooit – als understatement – een ideoloog en hij besefte niet dat ideologische veren aangepast moeten worden, in plaats van afgeschud. Daarmee heeft Kok een bloedarmoedige partij geschapen, een soort sociaal-pragmatisch D66, maar dan in een sociaal-democratisch jasje. Met deze metafoor wordt direct de tegenstelling zichtbaar: een beginselpartij als de PvdA is geen pragmatische middenpartij. Ideologie als sine qua non: een beginselpartij blijft een beginselpartij, maar wel met achtereenvolgende aangepaste beginselprogramma’s. De sociaal-democratische ideologie dient dus aangepast te worden aan de nieuwe tijdsomstandigheden.
  5. ‘Toen Bos de verzorgingsstaat om zeep hielp, kregen we gewoon weer een stevig mandaat.’ Dit is een grondige misvatting, ofwel een verkeerde aanname. Bos heeft de verzorgingsstaat geherstructureerd in de fase die aan de EMU-begrotingsdiscipline vóóraf ging, zonder de verzorgingsstaat ‘om zeep te helpen’. Bos heeft getracht om een neoliberale variant van de sociaal-democratie in te voeren binnen zijn partij, maar dat was gebaseerd op een schromelijk tekort aan inzicht in het wezen van de sociaal-democratie, dat zich namelijk niet laat mengen met het neoliberalisme. Die twee staan haaks op elkaar, want het neoliberalisme is een eenzijdig marktdenken, waarin ieder sociaal element ontbreekt. Bos had wellicht het sociale marktmodel van onze oosterburen in gedachten, maar dat heeft hij niet uitgevoerd. En zo zijn er blunders te over gemaakt binnen de geschiedenis van de PvdA, waar de huidige problemen een bescheiden afschaduwing van vormen. Binnen deze bredere context is er veel werk aan de winkel en komt de PvdA niet automatisch terug, zoals de commissie klaarblijkelijk dacht. De PvdA is zielloos geworden en heeft een behandeling op de IC nodig. Aan voorzitter Spekman de eer om dat te gaan organiseren.

 

[1] https://aquariuspolitiek.wordpress.com/2014/07/11/samsom-in-de-brievenrubriek-van-vrij-nederland-vn/

Advertisements