Tags

Op basis van de citaten die zijn opgenomen in het artikel van Mark Mesérus, ‘Robben speelt en praat zich uit schaduw Van Persie’ in de Volkskrant van deze morgen (zie einde van deze blog), kan op basis van gezond psychologisch verstand en zelfs zónder voetbalervaring iets over de toekomst van Oranje gezegd worden. De belangrijkste conclusie is dat professionalisering moet worden doorgezet en dat betekent onder meer de conditionele eisen die Van Gaal in de afgelopen aanloopfase heeft ingesteld, verder geoptimaliseerd moet worden.

De één-na-belangrijkste conclusie is dat niet alleen onze Oranje-spelersgroep, maar alle nationale elftallen die tijdens dit WK2014 hebben geacteerd, zich niet meer jetsetachtig kunnen gedragen aangezien alle voormalige wereldtoppers in competities zoals in Spanje, Italië en Engeland, zich niet hebben kunnen waarmaken. Zelfs een herstellend Frankrijk, dat Oranje in de aanloop van dit toernooi van de mat speelde, maakte geen indruk toen het er echt om ging (tegen Duitsland).

En ik schreef al eerder over het macro-economische element[1], dat tot heden onbenoemd is gebleven. Iedere burger voelt de opwinding én euforie groeien als het een nationaal elftal goed gaat tijdens het toernooi. Dat is een wereldwijd kenmerk van dit soort commerciële sportevenementen. Ik gebruik heel bewust een onderscheid tussen het macro-economische aspect en commerciële benadering van dit soort toernooien. Dit vanwege het verschil tussen belevingen van beide begrippen.

We leven vanwege onze kapitalistische mondiale markteconomie vanzelfsprekend in een door de commercie geregeerde omgeving, maar dat is wat anders dan de macro-economische invalshoek. Kort en bondig: commercieel is een individuele instelling, maar macro-economisch is een collectieve economische instelling en levert een gevoel van verbondenheid op.

Waar tot het afgelopen toernooi wat te gemakkelijk werd gezegd dat een speler zijn ‘dag’ niet had en ‘dus werd gerekend op herstel’ tijdens de volgende wedstrijd, mag dat in de toekomst niet meer voorkomen: bij afdoende voorbereiding en een fysieke en mentale (eenheid van de groep) ‘superconditie’ en gehardheid (nu onder Van Gaal wel aanwezig, want dat element werd bewust in zijn trainingsconcept opgenomen; het was nota bene nog een extra onkostenpost op het KNVB-budget, zo was op de radio te horen) mogen er geen misstappen meer mogelijk zijn.

Een topsporter kan zijn conditie niet laten afhangen van een dag; hij is iedere dag fit en anders is hij ongeschikt voor het métier van topsporter. Een Oranjespeler zal zich als voetbalcommando moeten opstellen: in topconditie maakt geen enkele mondige speler van naam hem bang want conditioneel oersterk.

Met andere woorden, de meeste voorafgaande kwalificatiewedstrijden waren volgens de radiocommentatoren niet om aan te zien, maar – en dat mag als geldig excuus gelden – er was dus ook geen sprake van een voorbereiding als tijdens dit afgelopen toernooi. Oranje kwam nu beter voorbereid dan ooit eerder, zowel qua speltaktiek en zoals gezegd conditie. Dat er nu wedstrijden werden gespeeld die het aanzien niet waard waren, lag nu aan het verdedigende 5-3-2-concept, waarvan de overige bondscoaches terecht opmerkten dat Oranje eindelijk realistisch is geworden: een ronde doorkomen was belangrijker dan het traditioneel mooie voetbal laten zien.

Van Gaal heeft kortom het Oranje-voetbal volwassen proberen te maken en het is nu aan zijn opvolger Hiddink om deze ingeslagen weg verder door te zetten. Om het nog op een andere manier uit te leggen: voorheen waren de kwalificatieronden een lachertje, omdat de Oranjespelers die wedstrijden beschouwden als een noodzakelijk – maar onvermijdelijk – tussendoortje in het eigen competitieritme, dat zo mogelijk met minimale inzet moest worden afgehandeld. Dat ging met andere woorden geheel tegen het belang in van de meegereisde Oranjefans en eigenlijk hadden die fans massaal moeten staken vanwege dit gemakzuchtige recept. De Oranjespelers gedroegen zich als middelbare scholieren die vooral hun best niet moesten doen.

Dat verschijnsel moet in de toekomst, om te beginnen tijdens de eerste wedstrijd in de voorronde EK2016 (9 september a.s. tegen Tsjechië), verboden zijn en desnoods met een aanpassing van het spelerscontract. Als de tv- dan wel radiotoeschouwer merkt dat Oranje iedere wedstrijd serieus aan de wedstrijd begint, komt macro-economisch gesproken hetzelfde euforische gevoel weer terug wat we – de hele bevolking – tijdens dit WK en alle voorgaande edities – ervaren hadden. Dat komt de nationale macro-economie ten goede. Er wordt immers meer geconsumeerd en van dit soort mentale injecties moeten we het als natie gewoon hebben onder een kwakkelende economisch herstel.

Een ander en nieuw aspect is dat met het ‘totale’ – Van Gaal – concept het niet meer uitmaakt of Oranje een klein land – wat bevolking betreft – is met een tamelijk onbeduidende voetbalcompetitie, want zoals ik Van Gaal via een interview hoorde vertellen: de infrastructuur van de KNVB deugt vanwege de goede opleidingsmogelijkheden bij de clubs. En dat er in Nederland veel goede jonge spelers worden getransfereerd naar het buitenland is wat dat betreft een bewijs voor het kwaliteitsrijke voetbal sinds de eerste triomfen in de Europese competitie onder Feyenoord en Ajax.

Met onze bestaande voetbalinfrastructuur is het dus mogelijk om wereldkampioen te worden, als er maar discipline bestaat en deze als stelregel wordt gehanteerd: de staf (met Van Gaal als gangmaker en voorbeeld) wordt blind gevolgd en de opbouw van de fysieke conditie speelt als centrale norm mee. Het is een doel op zichzelf – logisch ook voor een optreden op mondiaal spelersforum – maar het houdt de spelers onderling scherp: de onderlinge competitie wordt permanent in stand gehouden en alleen de beste spelers van dat moment (zonder naar anciënniteit te kijken) worden opgesteld.

Ook worden op iedere trainingsdag penalty’s geoefend (zoals ik vermoed dat dit al het geval was in Brazilië); dan kan het dus niet voorkomen dat tijdens de penalty’s tegen Argentinië een tweetal gemist worden. Onze bevolking mag er dus met andere woorden van uitgaan dat alle namen op de lijst hun vrije trap feilloos inschieten. Dat is de bijdrage aan de nationale macro-economie zoals in deze beschouwing bedoeld.

Tot slot de bedoelde citaten in het Volkskrantartikel:

  1. “We hadden in de finale kunnen staan.” (Van Gaal): Dat klopt en dat moet tijdens de volgende kampioenschappen het geval zijn, dan zal zelfs als kampioen. Waarom als kampioen? Omdat Van Gaal, zoals door Willem Vissers in dezelfde editie van deze krant schreef, ‘geweldig werk in de zin van teambuilding, opofferingsgezindheid, geestdrift en resultaat heeft geleverd’.
  2. “We hadden de sterkste verdediging van het toernooi.” (Daley Blind): Dat klopt waarschijnlijk, maar dat 5-3-2-concept kwam de ‘beeldwaarde’ niet altijd ten goede, maar belangrijker is dat waar de Oranje-defensie traditioneel zwak was, nu een trainingsprogramma werd afgewerkt waarin de ‘maakbaarheid’ van met name de verdedigers optimaal uit de verf kwam. Dat is een overduidelijk compliment aan Van Gaal.
  3. “De jonge jongens hebben het geweldig gedaan. Dat bewijst dat het Nederland elftal toekomst heeft.” (Sneijder): Dat klopt ook, als maar op basis van dit concept wordt doorgewerkt. Ook de oudere spelers, zoals Sneijder, hoeven nog niet te worden afgeschreven. Alleen een zwakke schakel zal onder Hiddink verstandig moeten worden aangepakt (zie verderop).
  4. “Heerlijk einde. Toch blij dat we de laatste wedstrijd nog hebben gespeeld en die hebben gewonnen.” (Huntelaar): Voor volgende toernooien geldt vanzelfsprekend dat de troostfinales worden gespeeld want onderdeel van een professionele instelling. De vraag is alleen of alleen Oranje een troostfinale zinloos vindt en andere landen juist zinvol vanwege de nationale trots. Dat zou dus moeten worden nagetrokken.
  5. “We hebben de kater ’n beetje weggespoeld maar de teleurstelling blijft wel hangen. We waren zo dichtbij.” (Robben): Uitgaande van de gemiste kans op de finale die mogelijk was door verkeerde keuzen (namelijk de gemiste penalty’s tegen Argentinië), mag het Nederlandse publiek aannemen dat dit tijdens het volgende toernooi niet zal voorkomen. Met andere woorden, een gevoel van teleurstelling is altijd een gevoel van eigen tekortkoningen en daar kan op worden getraind.
  6. “Ik speelde tegen Costa Rica, Argentinië en Brazilië. Dan kun je niet zeggen dat ik versleten ben.” (Kuijt): Iedereen zal kunnen beamen dat Kuijt niet alleen niet versleten is, maar de waarheid is dat hij een uniek voetballer is, die vanwege zijn onvoorstelbare gedrevenheid niet alleen menig jongere speler zal verslaan in conditioneel, maar ook in mentaal vermogen. Hij is uniek omdat hij bewezen heeft multi-inzetbaar te zijn en dus de meest complete speler van dit Oranje. Hij kan dus nog minstens een aantal toernooien mee.
  7. “Twee jaar geleden verloren we op het EK veel goodwill. De wereld weet weer wie we zijn.” (Van Persie): Van Persie is de meest omstreden speler van dit Oranje, want hij was mede oorzaak van het gebrek aan goodwill tijdens de afgelopen EK, maar hij is als enige van dit elftal die te individualistisch is ingesteld en geen onderdeel kan zijn van het collectief. Dat is zijn fundamentele zwakte. De kans is dus aanwezig dat hij niet alleen onder Hiddink geen aanvoerder meer zal zijn, maar ook dat hij gaat vertrekken bij Manchester United als hij door Van Gaal gedwongen wordt naar het Oranje-concept te gaan spelen. De twee teams die tijdens dit WK door de mand zijn gevallen (Brazilië en Argentinië) waren de elftallen die geheel op de spits waren afgestemd, maar als de spits zelf faalt, faalt tegelijkertijd het hele team. Dat is dus een bewijs van onprofessionele aanpak. Dat mogen de betrokken trainers zich aantrekken.

 

[1] https://aquariuspolitiek.wordpress.com/2014/07/11/nieuw-aspect-na-het-wk-van-dit-jaar-macro-economische-effecten/