Tags

In VN nr 28 verschenen een drietal ingezonden brieven over het interview met Diederik Samsom in de voorafgaande editie. Deze drie brieven waren ongenadig hard van toon en ik stel me als lezer van dit blad lijnrecht tegenover hun inbreng; dat onder vermelding dat ik geen PvdA-lid ben; sterker, drie jaar heb ik besloten als ‘principieel partijloos burger’ door het leven te gaan na de afgelopen veertig jaar van vier partijen die vertegenwoordigd zijn in de Kamer lid te zijn geweest. Ik geloof niet meer in het partijenstelsel. En om vooruit te lopen op de conclusie van mijn betoog: het drietal briefschrijvers stelt zich op de oude manier partijpolitiek op en dat lost de identiteitscrisis van ons politieke stelsel niet op.

Na zijn fabuleuze inhaalrace van 2012 vond ik niet alleen dat Samsom de beste visie had geëtaleerd en overgebracht, en ik ben om die reden ook op hem gaan stemmen vanuit strategische redenen; dus als strategische stemmer dus om rechts tegen te houden in zijn bezuinigingsdrift. Als niet Samsoms PvdA de grootste fractie ter linkerzijde was geworden, maar Roemer dan had ik op zelfs op de SP gestemd. In deze bizar zware crisistijden is het voor mij namelijk duidelijk dat naast een economisch herstelprogramma om de eurocrisis te bestrijden het beginsel van de rechtvaardigheid – rechtvaardig beleid én rechtvaardige inkomensverhoudingen – leidraad moet zijn om evenwichtig beleid van de grond te tillen tegen de achtergrond van al het bezuinigingsleed waaronder wij eurozonewijd zuchten. Roemer heeft mij nooit overtuigd vanwege zijn socialistische dogmatisme; maar Samsom kwam met geheel nieuwe en frisse standpunten aanzetten. En dat frisse is ook duidelijk herkenbaar in het voortreffelijke interview in VN.

Dat een groot deel van Samsoms conservatieve en oud-socialistische achterban niets van die nieuwe zakelijkheid van de generatie veertigers als Rutte, Asscher en Samsom moest hebben, lag voor de hand. De keerzijde van de medaille was dat Samsom het leiderschap van zijn partij heeft aanvaard, terwijl niet alleen de Nederlandse politiek als geheel, maar ook zijn eigen partij in een grote crisis bevond. Onder deze crisisomstandigheden het leiderschap op je nemen getuigt van klasse; klasse die verder bij geen van de bestaande partijleiders aanwezig is.

In ons land is Samsom de enige potentiele staatsman als het gaat om een visionaire instelling gaat. Vergeleken met de klassiek liberale visie van onze premier ligt Samsom lichtjaren voor op de VVD. De PvdA’er is dus de grote transformator van de Nederlandse politiek op weg naar een nieuwe politiek terwijl de hele rest – inclusief de ‘opkomende macht’ van D66, blijft steken in het oude.

Tot slot een weerwoord aan het adres van de briefschrijvers. De gemeenschappelijke noemer van deze critici komt neer op het verkwanselen van de uitgangspunten van de PvdA door met de VVD samen te werken terwijl het nota bene erfvijanden waren. Mijns inziens is dat te kort door de bocht. Ik citeer Samsom uit het interview: ‘Het gaat om het grote project om Nederland verder te helpen, zonder dat er mensen achterblijven’ en verderop: ‘Ik ga niet alleen een nieuwe, duurzame energievoorziening voor elkaar boksen, maar er ook voor zorgen dat mensen een plek hebben.’ Deze belofte is voor mij voldoende; iedereen in ons land beseft namelijk dat als dit herstelprogramma in de weerbarstige praktijk van de dag mislukt, we dan helemaal ver van huis zijn. Kortom, het is nu op dit moment nog onbewijsbaar of het gaat lukken om te voorkomen dat er achterblijvers ontstaan, maar er zijn ongetwijfeld goede en evenwichtige afspraken gemaakt tussen beide coalitiepartners, want anders hadden VVD-, noch PvdA-fractie ingestemd met het huidige regeerakkoord.

Ik ben ervan overtuigd dat de onderhandelaars hebben afgesproken dat er na afronding van de crisis(maatregelen) een evaluatie – u leest het goed: een ware evaluatie – is afgesproken om te toetsen of er ‘geen mensen zijn achtergebleven’, want dat is nooit en nimmer de bedoeling van de politiek. Het economisch herstelbeleid moet dus in nieuwe rechtvaardige verhoudingen eindigen, want dat is en blijft het politieke uitgangspunt door de moderne tijden heen. Mochten er wel mensen – of groepen van mensen – aantoonbaar op achterstand zijn geplaatst, dan worden er reparatiewerkzaamheden aangebracht om de rechtvaardigheid te laten zegevieren. Het is dan de vraag of de VVD daarin mee wil gaan, maar als de wil er is om de coalitie tot een goed einde te brengen, ontkomen beide fracties niet aan die afspraak. Samsom is de aangewezen man om die afspraken hard te maken.

Advertisements