Tags

, , ,

‘Kiezer ziet te weinig terug van sociale koers PvdA’ (Niels Markus, nederland/Trouw, 22 maart)

Interview: Rotterdams raadslid Peter van Heemst neemt na 36 jaar afscheid van de politiek

‘Als volksvertegenwoordiger vraag je volgens van Heemst: wilt u uw stem aan mij toevertrouwen? “Gekozen worden is een eer. En je hebt de opdracht iets goeds met die stem te doen. Dat mis ik in de landelijke opstelling’

Inderdaad zou het moeten gaan om verantwoord en vertrouwenwekkend functioneren met die eer van het gekozen-zijn in de politieke arena om te gaan. Maar wat is er in de praktijk van het politieke bedrijf van iedere dag van die ‘eervolle’ taak te herkennen? Bij bestuurderspartijen, zoals alle klassieke volkspartijen in ons land, is die ‘eer’ veelal, zo niet altijd, doorgeslagen naar een soort bestuurlijke arrogantie binnen het politiek vergadercircuit[1], waar een gemiddelde volksvertegenwoordiger zo in wordt opgeslokt dat hij de buitenwacht nauwelijks meer tegenkomt. Niet meer tegenkomt vanwege het permanente vergaderschema’s en dito cultuur. Zie dus hier het grootste probleem en knelpunt van het huidige politieke bestel: het eeuwige vergaderen. Daar maken alle partijfracties zich aan schuldig, ook de winnaars van afgelopen woensdag de 19e maart. Alleen tijdens verkiezingscampagnes gaan de dames en heren volksvertegenwoordigers de straat op om foldertjes en flyers uit te delen. Daarna trekken ze zich weer terug in hun bestuurlijke burcht. Maak dus aan deze vergadercultuur een eind. Natuurlijk moet er vergaderd worden in de plenaire raad of binnen raadscommissies, want er zullen besluiten moeten worden genomen. Maar het kan veel effectiever (doelmatiger) en efficiënter (sneller) dan het nu gebeurt. Dat zou de politiek weer interessanter maken voor niet-vergadertijgers.

En als Van Heemst de landelijke opstelling van de partijleiding verwijt dat ze onder de bezuinigingsdruk niet meer toekomen aan hun ‘opdracht iets goeds te doen met hun stem’, dan komt dat neer op een jij-bak, het afschuiven van de schuld op het hogere niveau. Maar die schuld kan niet worden afgeschoven: ook het PvdA-congres – evenals de VVD – heeft zijn fiat afgegeven voor deelname aan dit kabinet. En bovendien komt dit verwijt te laat: als er iets in de landelijke opstelling werd gemist 0f bijgesteld, dan had afgelopen najaar of direct na de jaarwisseling een congres bijeen geroepen moeten worden ter bezinning op de koers. Maar dat was in de praktijk niet mogelijk vanwege de ‘nieuwe’ hectiek in Den Haag waar met volle inzet van de coalitiepartners en ‘constructieve gedogers’ gepoogd en geworsteld werd de coalitie bij elkaar te houden. En bovendien, en dat wordt te gemakkelijk vergeten – de economische en financiële crisis te bestrijden. Van Heemst had ook als plaatselijk raadslid namelijk landelijke verantwoordelijkheid als partijlid, want anders had hij niet thuisgehoord in de politiek. En van een oud-Tweede Kamerlid had dus een professioneler opstelling verwacht mogen worden.

Hierop aansluitend volgt ook nog een kanttekening bij zijn kritiek op de partijleiding, eerder in het interview. In de opening van het gesprek wordt het volgende opgemerkt:

‘De partijleiding zegt: we moeten even slikken en doormarcheren. Dan ziet de kiezer in 2016 [hij verwijst naar het partijcongres van 2102 in de voorbereiding op de landelijke verkiezingen en dat is vreemd. Waarom geen 2018 bij de volgende #GR? Want daarvoor wordt een apart verkiezingsprogramma geschreven] dat hij zich in 2014 heeft vergist.’

Realiseert Van Heemst zich dat het huidige kabinet tot stand is gekomen onder het gesternte van de mondiale crisis en dat wij als NL ook gebonden zijn aan de Europese afspraken over budgetdiscipline? En dat de nationale als lokale politiek hieraan ook onderhevig zijn? Waarom zwijgt hij hierover? Is dat niet een tikkeltje laf?

De lezer zal zich afvragen waarom ik als principieel partijloos burger mij bemoei met interne partijaangelegenheden die mij ‘niet aangaan’? Welnu, vanuit mijn oprechte belangstelling voor de politiek en 40 jaar lidmaatschappen van diverse politieke partijen ben ik tot het besluit gekomen dat er geen toekomst is voor het huidige veelpartijenbestel en daarom hieraan geen actief deel meer wil uitmaken. Ik denk dat ik nuttiger ben door waarnemer te zijn en analyses te maken wat er zoal te signaleren valt. Ik blijf op die manier betrokken bij de politiek, maar vanaf de zijlijn en daarom formuleer kanttekeningen die, zoals in deze blog, niet alleen van toepassing zijn op de PvdA, maar op alle politieke partijen. Deze blog is dus geen specifieke kritiek op Van Heemst, maar is van toepassing op alle winnaars én verliezers van afgelopen woensdag; want de winnaars van woensdag zijn weer de verliezers van ‘morgen’ of wanneer dan ook. Het blijft een golfbeweging. Ze hebben dus allemaal dezelfde oogkleppen op en – om het maar even ongenuanceerd te generaliseren – geen idee hoe de huidige problemen en crisisomstandigheden moeten worden aangepakt en opgelost. Daarom wordt er met losse flodders geschoten en dat mogen ze ook doen, want hun goed recht. Of het verstandig en professioneel is, is een andere vraag die ik ook eerlijk met ‘neen’ beantwoord, maar dat is mijn persoonlijke standpunt.

Concluderend signaleer ik dat het politiek bestel zichzelf in de afgrond stort –  of aan het inkieperen is – vanwege ‘de waan van de dag’. Zei Job Cohen niet ooit in een onbewaakt ogenblik dat politici amateurs zijn? Cohen heeft in dit opzicht gelijk, zoals steeds maar weer blijkt. Hij had overigens ongelijk door zich door oud-PvdA-leider Wouter Bos zich te laten parachuteren in Den Haag. En Hilhorst door Asscher… Eerst een parachutistenbrevet halen want dan is de kans op ongelukken beperkt. En dan niet te vergeten dat het kader van de afdeling het electoraat niet kent, zoals Felix Rottenberg scherp heeft opgemerkt in Het Parool van vandaag:

‘Sterker nog, het kader van de partij, veel geprezen voor haar contacten in de stad, had niet door dat voor de nieuwe generatie allochtone kiezers een keuze voor de PvdA geen uitgemaakte zaak meer was. Dat blijft verbazing wekken: niet weten wat er leeft onder grote groepen kiezers, terwijl dag in dag uit rozen en folders worden uitgedeeld. Op de avond van de verkiezingen dachten goed ingevoerde gemeenteraadsleden van de PvdA nog dat ze D66 net de baas zouden blijven, omdat ze ‘op straat’ andere geluiden hoorden.’


[1] Terecht merkt Van Heemst later in het interview ook op: ‘Een raadslid van een coalitiepartij is het grootste deel van zijn tijd kwijt met meebesturen, niet met de herkenbaarheid van de partij.’