Tags

Het neoliberalisme is een links spookbeeld (Patrick van Schie en Paul Kalma, Pro & Contra, Opinie & Debat/de Volkskrant, 1 maart)

Ooit iemand tegengekomen die zichzelf neoliberaal noemt? Patrick van Schie spreekt van een links verzinsel. Volgens Paul Kalma is het marktdenken juist heel dominant.

Patrick van Schie: Het zijn altijd tegenstanders die het woord ‘neoliberaal’ in de mond nemen

Paul Kalma: De middenpartijen, inclusief de PvdA, zijn in de ban van het neoliberale denken

(…)

‘Als true blue liberaal ken ik tal van varianten in het liberalisme. Ik heb echter nog nooit iemand ontmoet of een hedendaags auteur gelezen die zichzelf neoliberaal noemt. Het zijn uitsluitend tegenstanders die het woord ‘neoliberaal’ in de mond nemen, als scheldwoord. Voorstanders van neoliberalisme bestaan niet.’

Dit is de eerste retorische truc: inderdaad noemt niemand zich neoliberaal, want rechtse economisch-liberalen van het strikte marktdenken noemen zich gewoon ‘liberaal’ en daarom kom je geen neoliberalen tegen die zich zo afficheren. Maar net zo goed als de vrijzinnig-democraten zich in hun VDB van vóór de oorlog geen liberaal noemden omdat zij dat woord of begrip besmet achtten, geldt ook nu voor veel dakloze liberalen van dit moment – waaronder ik zelf – dat het kwalificatie van en identificatie met het begrip liberaal als een scheldwoord, want de huidige VVD is die vlag niet waardig. En mag ik dan los van enkele boeken over het neoliberalisme – waaronder het proefschrift van G. Meijer (Groningen 1988) over de economische school van het neoliberalisme – ook verwijzen naar de bundel van prof.mr. P.J. Oud, Enige aspecten van het moderne liberalisme (Stenfert Kroese Leiden 1958), waarin een systematisch onderscheid wordt gemaakt tussen de diverse deelaspecten van het moderne liberalisme, te weten zoals letterlijk in deze bundel worden onderscheiden: modern staatkundig liberalisme, modern sociaal liberalisme, modern economisch liberalisme, modern geestelijk liberalisme en modern cultureel liberalisme (zie op deze site: https://aquariuspolitiek.wordpress.com//?s=enige+aspecten+&search=Go). En ook nadrukkelijk in déze volgorde, waarmee – door het sociaal liberalisme vóórafgaande aan het economisch liberalisme – afstand wordt genomen van de negentiende eeuwse economische Manchester School, zoals ook vermeld in het eerste beginsel verklaring van de VVD (1948) en daarmee wordt het moderne liberalisme als een mengsel en dus integratie van sociaal én economisch liberalisme gezien. Hier is dus de bron en oorzaak van het politieke begrip neoliberalisme ontstaan naast de genoemde economische stroming van het neoliberalisme, zoals door genoemde promovendus gevestigd en gemunt.

Om kort samen te vatten: het klassieke liberalisme zoals dat pas ná de latere beginselverklaringen binnen de VVD (na Toxopeus in de jaren ’80) is binnengeslopen, is een eenzijdig economisch liberalisme geworden, uitsluitend gericht op winstgevendheid en rendement van bedrijfsleven en de economie van bv Nederland en zonder oog voor de sociale gevolgen van het starre marktdenken. De overheid moest klein en minimaal zijn en dit werd de mantra en grammofoonplaat van de VVD sinds Wiegel. In de praktische politiek en maatschappelijke constellatie van toen én nu een onhoudbaar standpunt. Dit is dus feitelijk het neoliberalisme. Onder deze klassiek liberale vlag kon D66 groeien maar traden ook vele liberalen uit de VVD die zich ware liberalen voel(d)en die zich niet meer thuisvoelden in de ‘moederpartij’. De ‘terreur’ van rechtse congresstemmingen bracht het populisme binnen de VVD en daarmee viel de nuance weg en dus ook het sociale gezicht van de VVD, die dus zoals aangegeven in het beginselprogramma van 1980 nog aanwezig was. Daarom heeft links volledig gelijk met het verwijt en wat mij betreft de beschuldiging dat de VVD neoliberaal is geworden, in plaats van haar ware liberale vlag te verdedigen. Die pogingen tot behoud van het ware liberalisme hebben in de jaren negentig binnen de VVD-achterban schipbreuk geleden. En dan resteert weinig anders dan de partij te verlaten, al gebeurde dat in verschillende tempo.

‘Dat zou toch te denken moeten geven. Als niemand zichzelf neoliberaal noemt, hoe kan er dan een ‘neoliberale’ ideologie zijn? Toen ik onlangs de lezers van Socialisme & Democratie uitlegde dat ‘neoliberalisme’ helemaal niet bestaat, behalve dan als een links verzinsel, stroomden de reacties binnen. Geen van de auteurs wist echter zelfs maar één persoon te noemen die zich als ‘neoliberaal’ afficheert. Overheersend in de reacties was verontwaardiging, als van een kind wiens favoriete bijtring zojuist was afgenomen.’

Neen, Van Schie maakt hier dus op grond van mijn voorgaande kanttekeningen de fout dat te denken dat het ‘toch te denken moet geven’, dat niemand zichzelf neoliberaal noemt. Dat zegt dus helemaal niets over de juistheid van dit verweer en is ook een bewijs uit het ongerijmde. En dat de redactie en lezers van Socialisme & Democratie niet van alle details op de hoogte zijn, kun je hen niet verwijten, maar Van Schie had op de hoogte moeten zijn van de genoemde bundel, waarmee hij inhoudelijk dus niets heeft gedaan. Maar hij past ook niet in dat liberalisme van ‘het midden’, het liberalisme van het sociale marktdenken, want dat is in zijn ogen veel te links, hoewel een uitvinding van de voormalig Duitse bondskanselier Erhard (1963-1966), een christendemocraat. Erhards CDU/CSU was dus liberaler dan de VVD.

‘En hoe kon ik nou schrijven dat er geen neoliberalisme bestaat? Even op Google zoeken, zo werd mij aangeraden, en zie eens hoeveel treffers. Klopt, allemaal van schrijvers die jammeren hoe vreselijk het neoliberalisme is. Het is de ‘waarheid’ van de dorpsroddel. Ook aan de linkerkant zou men toch moeten weten dat een roddel geen hoger waarheidsgehalte krijgt als hij maar vaak genoeg wordt rondverteld.’

Deze zinnen laat ik verder voor wat ze ‘waard’ zijn, want even populistisch als degenen die Van Schie beschuldigen van neoliberalisme en dus verwaterd liberalisme. Daar hoef ik na het voorgaande geen opmerkingen over vuil te maken.