Innovatie-uitdaging voor Europa (Kurt Bock, 7 februari 2014, fd.digitaal)

Innovatie speelt een cruciale rol in het creëren van duurzame economische groei. Toch zien we, vooral in de Europese Unie, dat er blokkades opgeworpen worden voor degenen die het best gepositioneerd zijn om nieuwe producten, services of manieren van zakendoen uit te vinden. De kern van het probleem lijkt de angst voor risico te zijn. Maar investeerders, managers en ondernemers moeten risico’s nemen als hun ideeën enige kans willen maken commercieel succes te behalen.

‘Nergens worden deze overwegingen meer bediscussieerd en minder begrepen dan in Europa. Innovatie is de kern van Europa 2020, de groeistrategie van de Europese Commissie voor de EU. Maar ondanks het feit dat het Europese wetenschappelijke onderzoek tot het meest geavanceerde ter wereld behoort, loopt Europa achter bij zijn mondiale medespelers in het vermogen om deze innovaties op de markt te brengen.

Ongeacht hoe je innovatie wil meten moeten er drie voorwaarden aanwezig zijn om deze te laten floreren: een vaardige en goed onderwezen beroepsbevolking, een uitstekende informatie- en communicatietechnologie infrastructuur en een stimulerend zakenmilieu. Met andere woorden vereist succesvolle innovatie een stabiele en groeiende economie, nieuwe ideeën en de afwezigheid van onnodige en lastige regelgeving. De rol van de overheid hierin is cruciaal. En dat is een rol die de EU op ten minste één punt verkeerd begrepen lijkt te hebben: zijn opstelling naar risico.

De EU heeft sinds lange tijd instituties en processen voor het evalueren van risico en het garanderen dat onacceptabele risico’s vermeden worden. Als er beleid nodig is maar de kennis erachter onduidelijk worden beslissingen qua regelgeving steeds meer gebaseerd op het ‘voorzorgsprincipe’, dat is ontworpen om situaties te voorkomen waarbij ernstige schade optreedt.

Er is echter geen universeel geaccepteerde interpretatie van dit voorzorgsprincipe. Noord-Amerika heeft bijvoorbeeld een goede balans tussen voorzorg en proportie gevonden. In Europa daarentegen wordt er meer nadruk gelegd op het vermijden van risico’s, wat het zelfvertrouwen van de private sector om te investeren in innovatie ondermijnt.

Het doel van de EU (het beschermen van de menselijke gezondheid en het milieu) is prijzenswaardig. Maar het is onmogelijk om alle risico’s uit te sluiten, dus dit is als doelstelling onhaalbaar. Het voorzorgsprincipe zou in plaats hiervan verstandig en rationeel gebruikt moeten worden, door het in evenwicht brengen van de potentiele risico’s met de voordelen die innovatie en nieuwe technologie zouden kunnen bieden.

Deze opvatting van risico geeft economische transacties een basis. Bovendien brengt een beleid dat alle risico’s probeert uit te bannen eigen risico’s met zich mee. Een risicoloze benadering van innovatie maakt het moeilijk om problemen van levensbelang op te lossen, zoals het garanderen van voedsel, water en energieveiligheid voor een groeiende bevolking, of zelfs het verzekeren dat Europa technologisch concurrerend blijft. Uitvindingen die de wereld veranderen (qua transport, telecommunicatie, geneeskunde en veel andere zaken) zijn bijna altijd het resultaat van het nemen van berekende risico’s en deze in balans brengen met de voordelen die nieuwe technologieën kunnen bieden.

Risicomanagement is tenslotte niet simpelweg een zaak van het accepteren van meer of minder risico. Het gaat erover een beter begrip te krijgen hoe risico werkt. Als het karakter ervan goed geanalyseerd en getest wordt kan het effectief beheerd en zelfs geminimaliseerd worden.

Helaas lijkt niet dit niet altijd de aanpak van de EU te zijn. In het proces van regelgeving verliezen op kennis gebaseerde argumenten het steeds vaker van de publieke opinie, terwijl mogelijke kansen ondergewaardeerd worden. We hebben dit gezien bij de onwil van de Europese Commissie om te beslissen hoe producten gebaseerd op groene biotechnologie gebruikt mogen worden. Maar er zijn nog meer soortgelijke voorbeelden van wettelijke onzekerheid die innovatie en investeringen over een heel scala technologieën en industrieën dreigen te ondermijnen, waaronder de chemische industrie, consumptiegoederen, gewasbescherming, elektronica, voeding en farmaceutica.

Gegeven deze omstandigheden qua regelgeving stelden de directeuren van 12 bedrijven (waaronder BASF), met een gecombineerd jaarlijks onderzoeks-en ontwikkelingsbudget van 21 miljard euro, onlangs voor om een formeel ‘innovatieprincipe’ aan te nemen in het Europese risicomanagement en de doorvoering van regels. Het idee, bedacht en ontwikkeld door leden van het European Risk Forum, is eenvoudig: Als er voorzorgswetgeving overwogen wordt dan zou de impact ervan op innovatie volledig meegenomen moeten worden in het beleidsproces.

Het innovatieprincipe is er niet op uit om innovatie te steunen ongeacht het effect op de gezondheid of het milieu. Waar er echt gevaar dreigt zouden voorzorgsoverwegingen voorop moeten staan. Maar het principe probeert wel een op bewijzen gebaseerde aanpak te ondersteunen die vertrouwt op gedegen wetenschappelijk onderzoek. Door het te omhelzen kan Europa durven te innoveren.’

(Vertaling: Melle Trap; Kurt Bock is voorzitter van de Raad van Bestuur van BASF)

Commentaar:

Een aantal kanttekeningen op deze beschouwing. In de eerste plaats de axiomatische stelling die redelijk klinkt: ‘Innovatie speelt een cruciale rol in het creëren van duurzame economische groei’, maar na overdenking niet geheel klopt. Deze stelling klopt namelijk niet als rekening wordt gehouden met de digitale innovatie binnen de bancaire wereld sinds de informaticarevolutie van de jaren negentig. Voor die innovatie zijn we hard gestraft vanwege de omvallende banken en de rol van de speculanten, die de financiële crisis hebben opgeleverd. Die wanpraktijken mogen dus nooit meer voorkomen.

2. Er zijn blokkades opgeworpen, maar niet toegelicht wordt welke. Dat is jammer, want niet te toetsen of te controleren.

3. Wordt Europa beheerst of gekenmerkt door angst voor risico’s? Niet als structureel gegeven; geenszins zelfs. Dit lijkt dus een generaliserende opmerking die dus ook niet klopt. Wel is de Angelsaksische bedrijfscultuur een andere en daar worden risico’s als normale groeiprocessen gezien. Dat vloeit voort uit een ander cultureel klimaat, maar wel verschillend in vergelijking met het Europese continent. Verschillen moeten blijven bestaan, want het westen hoeft geen eenheidsworst te worden.

4. Ook de zin ‘Nergens worden deze overwegingen meer bediscussieerd en minder begrepen dan in Europa’ lijkt op een enorme generalisatie, bijna een enormiteit. Bock is een vermoedelijk een Duitser en kent ons poldermodel niet, maar hij schijnt zelfs een hekel aan Europese vakbonden te hebben. Mocht dat kloppen, dan is hij in het verkeerde land geboren en zou hij beter kunnen emigreren naar de VS. Hij begrijpt dus het wezen van discussies niet en denkt ook nog denigrerend over de bevolking die ‘minder’ zou begrijpen dan hij gewenst acht. Jammer dat hij zich zo gestrestst door het leven gaat.

5. Bock stelt: ‘Er is echter geen universeel geaccepteerde interpretatie van dit voorzorgsprincipe. Noord-Amerika heeft bijvoorbeeld een goede balans tussen voorzorg en proportie gevonden.’ Misschien kunnen we daar wat van opsteken, maar beter is te aanvaarden dat Europeanen hun eigen formule hebben ontwikkeld.

6. ‘Het doel van de EU (het beschermen van de menselijke gezondheid en het milieu) is prijzenswaardig. Maar het is onmogelijk om alle risico’s uit te sluiten, dus dit is als doelstelling onhaalbaar.’

Ook hier weer een duidelijk cultureel verschil met de VS. Maar om dat land als voorbeeld te nemen lijkt ook geen goede gedachte, gelet op bijvoorbeeld de problemen die Obama heeft ondervonden om de gezondheidszorg democratischer te maken en ingevoerd te krijgen. In dat opzicht de VS zich van een zeer slechte kant leren kennen en mag het niet eens een beschaafd land genoemd worden; nog afgezien van de doodstraf die het land nog steeds kent. Maar serieus: natuurlijk weet de Europeaan ook dat niet alle risico’s uit te sluiten zijn, maar het is wel goed het streven daarop gericht te houden. Zonder idealen gaat een land of een unie ten onder.

7. Over risicomanagement en de ogenschijnlijk niet altijd even adequate aanpak van de EU het volgende: wij Europeanen lijken ons vaker bewust van eventuele gevaren van bijv. biotechnologie en genetische gewassen dan de Amerikanen dat zijn; die in onze ogen nogal naïef zijn. Ook weer een kwestie van culturele verschillen: zij de pioniers, wij de beschouwers en de denkers. Laat deze verschillen maar gewoon in tact, maar toegegeven: onze besluitvorming kan vaardiger. Maar wij zijn een nieuwe Unie aan het opbouwen, terwijl de Verenigde Staten van Amerika hun unie vanaf het eerste stadium ‘organisch’ hebben kunnen opbouwen. Dat is wat gemakkelijker, al hadden ze daar wel een burgeroorlog voor nodig en zijn er dus vele slachtoffers gevallen. Bij ons ook en zelfs in de vorm van miljoenen doden, maar daaruit is ook het ideaal van een verenigd Europa ontstaan. Beide werelden zijn menselijk in hun eigensoortige tekortkomingen!

8. Conclusie is dat het betoog van Bock geen hout snijdt want wild geraas met vele generaliserende opmerkingen. Het tekent eerder zijn persoonlijke denken, dan wel zijn bedrijfssituatie en mogelijkerwijs zijn afdeling PR en voorlichting, maar een evenwichtige culturele analyse is niet voortgebracht. En dat is een smet op zijn blazoen. Zijn ondernemers toch alleen maar praktische doeners, die de grotere verbanden en onderlinge samenhang niet zien?