Tags

Karin van Leeuwen en Mariëlle Scherer, ‘Leden van het Europees Parlement’, in: Carla van Baalen (red.), De Republiek van Oranje, 1813-2013, Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2013 (BOOM-Amsterdam, ©2013, Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, Nijmegen, p. 99-100):

‘Ook de oorspronkelijke ambitie van voorzitters om het Europees Parlement onder de aandacht van de burger te brengen, werd daarmee gediend, zo legde toenmalig voorzitter Dankert in 1984 eens te meer uit aan de meegereisde journalisten:

‘Ik denk dat de toespraak van grote bewustwording ten aanzien van de Europese problematiek zal hebben, zeker in Nederland. Ze [de Koningin] heeft gezorgd voor public relations in de richting van Europa en dat zeker op een moment, dat de burger ‘Brussel alleen maar ziet als een plek waar je geld kunt brengen of vandaan kunt halen naar gelang je positie in de EEG. We hebben te maken met een her-nationalisatie in Europa, maar de koningin heeft duidelijk aangegeven dat de burger Europa nodig heeft om nationaal te kunnen blijven voortbestaan.’

Uit deze tekst kan dus worden geconcludeerd dat het verschijnsel van ‘her-nationalisatie’ al bijna 30 jaar bestaat en dat er dus niets nieuws onder de zon is. Maar belangrijker is dat er geen tegenstelling mag worden gezien tussen deze her-nationalisatie en de noodzaak van Europa voor de burgers in de lidstaten. Zo werd het wel gepresenteerd in de uitspraak van Dankert, maar vandaag de dag mag worden geconstateerd dat beide begrippen elkaar aanvullen: de (her)nationalisatie is een evolutionair proces gebleken in de opbouw van het Europese Huis, maar dat ‘Europa’ is ook dringend noodzakelijk wil de EU zich te weer stellen tegen opkomende industriële en economische machtsblokken in de huidige wereld. Zo kan met het voortschrijdende inzicht van vandaag worden teruggekeken naar 1984.

Advertisements