Tags

, ,

Diederik Slijkerman, ‘Het politieke primaat: van Koning naar kabinet naar Kamer naar kiezers’, in: Carla van Baalen (red.), De Republiek van Oranje, 1813-2013, Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2013 (BOOM-Amsterdam, ©2013, Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, Nijmegen, p. 44)

‘(…)

‘In de politiek gaat het om de balans tussen de constitutionele machten, waarbij de ministeriële verantwoordelijkheid fungeert als evenwichtsmechanisme. Dat betekent echter ook dat er een disbalans kan ontstaan tussen die machten – zoals tijdens de Tweede Wereldoorlog – en dat er een constitutionele macht tussenuit kan vallen. Het parlement heeft tegenwoordig als het Huis van het volk het politieke primaat, maar ‘parlement’ en ‘democratie’ zijn verschillende begrippen. Er bestaat een grote kloof tussen kiezers en gekozenen. De democratie bestaat vandaag de dag vooral uit politieke partijen en belangengroeperingen en overgeleverde niet-democratische instituties. Het politieke systeem staat nauwelijks open voor verandering. Optredens zoals dat van de rebel Pim Fortuyn tegenover de regenteske Ad Melkert in 2001-2002 laten zien hoe moeilijk bestaande politieke verhoudingen en tradities te doorbreken zijn. Fortuyn wist kortstondig de praktijk naar zijn hand te zetten, maar de regels zijn bestendig gebleken en per saldo is er voor de burger weinig veranderd. Ondanks pogingen daartoe sinds 1848 is de Eerste Kamer niet afgeschaft en heeft de Raad van State nog steeds een dubbelrol als adviseur over wetgeving enerzijds en rechtsprekend orgaan over die wetgeving anderzijds.

‘Hert parlement is een overgeleverd instituut, maar het beweegt wel. Was het in de negentiende eeuw een elitaire gesloten club van vooral juristen, tegenwoordig staat het lidmaatschap open voor eenieder die zich in de partijpolitiek weet te profileren. De kiezers hebben echter weinig invloed. Zij kunnen hun vertegenwoordigers kiezen en invloed proberen uit te oefenen op het politieke programma, maar uiteindelijk si het de politieke partij die alles bepaalt, onder invloed van schaduwmachten als belangenverenigingen, lobbyisten en journalistiek. Kortom: het zijn vooral de politieke partijen die het parlement en de kiezers manipuleren. Het is de vraag hoe de kiezers zich verder als constitutionele macht zullen ontwikkelen. De herdenking van tweehonderd jaar constitutionele monarchie zou wellicht vooral moeten worden gezien als een gelegenheid om het politieke bestel te bezien en na te gaan of het niet beter kan.’

In deze twee slotalinea’s van het langere betoog in het net gepubliceerde jaarboek van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, dat gelukkig gered is (proficiat!), worden precies die elementen aangevoerd die bewijzen dat ons politieke systeem vol paradoxen zit en vooral dat nog veel voor verbetering vatbaar is. Op naar de volgende tweehonderd jaar!

Advertisements