Tags

,

Stelling: Uit onderstaand artikel kan worden opgemaakt dat fractievoorzitter Samsom niet gekend is geweest in het lanceren van het begrip participatiesamenleving via de Troonrede van twee maanden geleden. En dat mag wonderlijk worden genoemd en dat los van het feit dat het dualisme tussen regering en coalitiefracties mogelijk een rol heeft gespeeld. Maar stel dat de Troonrede inderdaad een regeringstekst was, zonder een inzage van de kant van beide regeringsfracties, dan had Asscher toch aan de bel moeten trekken en de premier gewaarschuwd hebben dat dit begrip erg gevoelig zou liggen binnen de PvdA. Klaarblijkelijk is dat niet gebeurd. Een reconstructie lijkt in deze kwestie erg moeilijk, omdat in geval dat de PvdA-fractie onkundig is gelaten en de volle verantwoordelijkheid bij de vicepremier komt te liggen. Maar het is niet aannemelijk dat Asscher geen tegengas zou hebben gegeven.

PvdA neemt afstand van Ruttes participatiesamenleving (Raoul de Pré, Ten eerste/de Volkskrant, 12 november)

Partij hecht volgens voorzitter Spekman zeer aan de verzorgingsstaat

‘In de eerste Troonrede namens zijn tweede kabinet probeerde [sic!] Rutte in september duidelijk te maken dat het kabinet een overkoepelend idee heeft bij de terugtredende, bezuinigende overheid: het werkt aan een nieuwe orde in de maatschappij. ‘De klassieke verzorgingsstaat verandert langzaam maar zeker in een participatiesamenleving’, las koning Willem-Alexander voor. ‘Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving. (…) De omslag naar een participatiesamenleving is in het bijzonder zichtbaar in de sociale zekerheid en in de langdurige zorg.’

Welnu, de gedragswetenschapper én de staatsrechtjurist zullen op deze zinnen reageren met de constatering dat twee begrippen door elkaar worden gehaald: participatie heeft niets te maken met de ‘klassieke’ verzorgingsstaat – whatever that may be – want de verzorgingsstaat is een naoorlogs product en heeft dus geen klassieke kenmerken en zeker niet met het klassieke liberalisme, waarvan het eerste beginselprogramma van de VVD (1948) nadrukkelijk afstand van heeft genomen. De verzorgingsstaat of welfarestate is een vinding van Britten Beveridge en Keynes die de klassieke economische theorie hebben aangepast aan moderne tijden en daarmee het klassieke liberalisme een facelift hebben gegeven: de transformatie van het klassieke en oude liberalisme naar het moderne sociaalliberalisme. En waarom noem ik de staatsrechtjurist? Vanwege de verankering van de sociale grondrechten in onze grondwet (recht op huisvesting, sociale zekerheid, gezondheidszorg en onderwijs in de GW-artikelen 19 t/m 22).

In de tweede plaats wordt die nieuwe orde in de maatschappij niet toegelicht en daarom kan de terugtredende overheid niet anders dan worden gekoppeld of gelinkt aan de bezuinigingsgolven die ons nu te wachten staan (want na de bezuinigingsslag van dit jaar om aan de 3%-norm van Brussel te voldoen moet er aan het eind van dit decennium een begrotingsevenwicht, dus 0% tekort bestaan en dat levert voor de komende begrotingen nog helse bezuinigingsronden op). Dat zijn de gegevenheden vanuit het Verdrag van Maastricht en daarmee wordt ons bbp en dat van alle andere EU-lidstaten opgekrikt om de Unie in de vaart der volkeren mee te laten opstomen. Dat betekent in concrete dat onze verzorgingsstaateconomie aangepast moet worden aan de opkomende landen en blokken die ons nu laten voelen dat onze concurrentiepositie is verslechterd vanwege onze verzorgingsstaat en dus bovenmatige overheidsuitgaven. De financiële markten hebben dus de evolutie naar de postindustriële samenleving (Daniel Bell) in de wielen gereden, want geen land ontkomt op den duur aan de opkomst van dat type samenleving vanwege de steeds uitdijende dienstensector waarin de meerderheid van de beroepsbevolking werkzaam is (in het Westen) en zal zijn (buiten de hooggeïndustrialiseerde wereld). Alleen al de ontwikkelingen als automatisering en de robotisering leren dat steeds meer mensen alleen emplooi vinden in de dienstensector (en voor een kleiner deel in de quartaire (ambtelijke diensten, gezondheidszorg en onderwijs) sector. Daarin ligt de verklaring van deze logische onbalans in de volkshuishoudingen overal ter wereld en die scheefgroei – vanwege latere economische take-off) is nu de oorzaak van de economische en financiële crises wereldwijd. Onze westerse economische voorsprong dreigt nu ons economisch nadeel te worden – wet van de remmende voorsprong – vanwege het ontstaan van het verschijnsel lagelonenlanden waar onze maakindustrie naar toe is gemigreerd. Mocht die maakindustrie terugkeren naar ons land en naar andere lidstaten, dan is er weer voldoende export en komt het begrotingstekort (en staatschulden) weer binnen de grenzen zoals gesteld vanuit de EMU.

Dit alles betekent geenzins dat de verzorgingsstaat opgeheven hoeft te worden. Het betekent wel dat het aandeel van (semi)overheidsuitgaven flink dient te worden ingekrompen of gesnoeid. De VVD op haar beurt heeft altijd gestreefd naar invoering van de waarborgstaat als vormgever van een kleine overheid, maar dat begrip was dus op de verkeerde maatschappelijke analyses geënt, maar is nu gebruikt om het neutraler begrip participatiesamenleving te lanceren, een vermomming en dus een wolf in schaapskleding. De grondrechten blijven vanzelfsprekend bestaan want grondwettelijk verankerd, maar de budgetten die we gewend waren zijn niet meer mogelijk en moeten dus fors gesnoeid worden en dat betekent dat die lasten vanwege de te snoeien faciliteiten evenredig en dus echt eerlijk over de hele bevolking gedeeld en gespreid moeten worden. Van dat eerlijke delen is nu geen sprake. Zorgpremies naar draagkracht en dus naar inkomens zijn dan absoluut noodzakelijk. Een opstand binnen de VVD inzake het oorspronkelijke regeerakkoord is in de toekomst dus volkomen overbodig want overdreven en zelfs asociaal.

Met deze macrobespreking wordt dit eerste deel afgesloten, om in deel 2 nader op geciteerd artikel in te gaan en ook de spreekbijdrage van fractievoorzitter Marleen Barth van de PvdA bij de Algemene Politieke Beschouwingen in de senaat te betrekken, die kritische kanttekeningen plaatste, en dus ook namens Samsom die zijn eigen termijn in de Tweede Kamer waarschijnlijk om publicitaire effecten onbenut heeft moeten laten.

Advertisements