Tags

, ,

Plafond (Column Sheila Sitalsing, Ten eerste/de Volkskrant, 16 oktober)

‘Dit is geen manier om een land te besturen, schreef The Economist onlangs (‘Het is tijd voor minder bungelen aan de rand van de afgrond en voor meer gezond verstand’). Het blad was zich niet aan het opwinden over de Haagse voorliefde voor het oud-Hollandse spel ‘drie belangrijke mannen ondernemen een vernederende bedeltocht door de Tweede Kamer en op het einde wint Alexander Pechtold’. Nee, het blad maakte zich druk om de Amerikaanse toestanden – in Amerika.

(…)

‘Ook al krijgt Barack Obama zijn verhoogde plafond, dan nog is het leed nog niet geleden. De strijd met de Republikeinen sleept zich al jaren voort, van fiscal cliff naar sequester, naar debt ceiling, naar shutdown en weer terug naar debt ceiling. Ook na deze horde zullen nog vele onderhandelingen op de rand van de afgrond volgen. Zoals ook de Nederlandse akkoordcoalitie volgend jaar alweer nieuwe vriendschappen bij elkaar zal moeten sprokkelen voor de volgende begroting. Dat the Dutch way deze week internationaal werd geprezen als lichtend voorbeeld voor de VS, berust dan ook op een vergissing.’

Het is maar de vraag of er sprake is van een vergissing, hoewel dit begrip niet nader wordt toegelicht of uitgelegd. Wel wordt het Chinese nieuwsagentschap Xinhua aangehaald met het Chinese leedvermaak hierover. Daarmee maakt Sitalsing terecht korte metten. Zij eindigt haar column met een hartenkreet en steunbetuiging aan de beide hoofdrolspelers John Boehner en Ted Cruz in het Congres, maar zij laat de kern van deze zaak onbesproken: de ‘democratiecrisis’, ofwel het democratisch besluitvormingsproces als zodanig verkeert in een structurele crisis, zoals uit de VS en ons land blijkt.

Er hoeft voor wat ons land betreft te worden verwezen naar het klassieke pacificatiemodel (‘pacificatiepolitiek’) van de Nederlandse politicoloog Arend Lijphart, dat de unieke samenwerking tussen de polder en de pluriforme Nederlandse politieke landkaart met elkaar verbond, en daarom gold als voorbeeld van een democratie of bijbehorend besluitvormingsproces, binnen een rijkgeschakeerd politiek landschap zoals het onze. Binnen dat model paste nog ons tweekamerstelsel, aangezien de partijloyaliteit garant stond voor de dezelfde meerderheden in Tweede als Eerste Kamer, ook na nieuwe verkiezingen in de Tweede. Maar sinds de neergang van het zuilenstelsel en als gevolg daarvan het op drift raken van de aloude honkvaste kiezer, heeft ook het pacificatiemodel zijn einde gevonden en bestaat dat eigenlijk niet meer. Maar het politiek handelen binnen de Haagse kaasstolp is nog wél helemaal gebaseerd op datzelfde pacificatiemodel, want een vastgeroeste denkroutine en dito route en procedure geworden.

Nu het aanvankelijke optimisme na een supersnelle vorming van de nieuwe coalitie Rutte/Asscher/Samsom in haar tegendeel is komen te verkeren, blijkt uiteindelijk ook dat pacificatiemodel volkomen uit de tijd is en daarmee nutteloos te zijn geworden, niet omdat de oude zuilen geruïneerd zijn achtergebleven (en alleen nog maar herkenbaar in de onderwijs- en mediazuilen, die als museumstukken blijvgen doorgeven, maar omdat we zijn beland in een nieuwe tussenfase in de overgang naar een geheel nieuw democratisch besluitvormingsmodel. Dit omdat de oude stelsels van zowel het onwerkbaar gebleken tweepartijenbestel van de VS én ons (dualistische) tweekamerstelsel mét een veelpartijenstelsel bewijzen, onwerkbaar is geworden en dus moet worden vervangen. Besluitvormingsstelsels waarin senaten aanwezig zijn die vanwege een oude politieke meerderheid de stroom van wetgevingsvoorstellen kunnen blokkeren, zijn een blok aan het been in ieder modern en rechtgeaard democratisch land. En voordat iedereen van mij verwacht dat ik hierbij een pleidooi houd voor afschaffing van de Eerste Kamer, hoe anachronistisch deze op voorhand ook is, nog eerst even een kanttekening bij deze optie. Voor mij bestaat er een belangrijke overweging om nog een ander ‘puntje’ aan de orde te stellen door eerst te onderzoeken waarom er veel adviezen van de Raad van State door de regering terzijde worden geschoven. En dit is geen verschijnsel van alleen de achterliggende jaren, maar speelt al vele decennia. Is er eigenlijk al eens – politicologisch of staatsrechtelijk – onderzoek gedaan naar de oorzaak hiervan? Zo niet, dan lijkt het de hoogste tijd om dat eens te doen en de vraag te beantwoorden of deze adviezen wel serieus genomen worden door de regering, dan wel de Tweede Kamer endeze adviezen zelf we; deugdelijk zijn. De tegenovergestelde optie is ook belangrijk: bestaat er een grond van redelijkheid in de verwerping door de regering, of is veeleer sprake van een ‘botsing van culturen’, in die zin dat deze adviezen niet aansluiten op de politieke cultuur in de beide Kamers omdat deze teksten te techn(ocrat)isch van aard zijn? Wat overeind blijft staan is dat de Eerste Kamer nu een sta-in-de-weg is geworden als de vaste procedures – Kamerreglementen – gevolgd blijven worden, maar zeker ook – en ernstiger – vanwege het hoge tempo van de mondiale wereldeconomie en de financiële markten. Daarmee kan de agenda-afwikkeling van de Eerste Kamer nooit wedijveren. Dan is de senaat dus een sta-in-de-weg. ofwel een letterlijk blok-aan-het-been geworden. Dat kan ons land – en de EU – zich niet veroorloven in een hectischeen supersnelle wereld als de onze. Kortom, de conclusie luidt dat het tweekamerstelsel in ons land ter discussie hoort te staan omdat de huidige serie deelakkoorden ook veel vaart halen uit het politieke besluitvormingsproces, hoe rommelig de wetgevingsstroom naar de Kamer toe soms ook moge zijn (zoals vaak gesuggereerd wordt).

In dit licht bezien is het herschreven begrotings- of regeerakkoord van deze week inderdaad een lichtend voorbeeld aan soortgelijke tweekamerstelsels in de wereld, zoals aan de Belgen en Israel: onder veranderde en veranderende stelsels zijn ‘we’ toch maar tot zelfcorrectie in staat gebleken door pragmatische oplossingen te vinden. Op deze zelfcorrectie behoort overigens óók zelfreflectie te volgen omdat het tweekamerstelsel – of in vakjargon: bicameraal stelsel – in onze tijd achterhaald is en ook geen functie meer heeft te vervullen, als hiervan ooit al sprake was. Onze snelle tijden vragen om snelle besluitvormingsprocedures en dan is iedere stroperigheid, al dan niet veroorzaakt door hetzij populistische, dan wel motieven van noodzakelijke strategische koerswijzigingen, uit den boze.

Advertisements