Tags

, ,

Kabinet moet zich niet laten gijzelen door de Senaat (Commentaar, In het nieuws/NRC Handelsblad, 6 september)

‘Staatsrechtelijk gesproken is dit een bizarre situatie. In het tweekamerstelsel speelt de niet rechtstreeks gekozen Eerste Kamer de (ongeschreven) rol van chambre de réflexion, waarbij het bewaken van de kwaliteit van wetgeving voorop staat. Wetsvoorstellen worden gaandeweg het niet zelden turbulente politieke proces in de Tweede Kamer nogal eens aangepast. Het is een geruststellende gedachte dat vlak voor de eindstreep nog een Eerste Kamer wacht, die wetgeving niet zozeer politiek beoordeelt maar vooral toeziet op coherentie en consistentie. Maar als vooraf ook politieke afspraken met de Eerste Kamer worden gemaakt, s die bijzondere taak van senatoren niet meer dan een wassen neus.

‘Wetgeving, zeker met het ingrijpende karakter die het kabinet voorstaat, is gebaat bij een volwassen parlementaire behandeling. Op voorhand reeds het verlies incalculeren is een zwaktebod. Het kabinet moet het debat met de Eerste Kamer maar gewoon aangaan.’

Het wordt nog maar eens duidelijk onder woorden gebracht waartoe de Eerste Kamer dient: wetsvoorstellen worden ‘niet zozeer politiek beoordeeld’, maar worden vooral getoetst op ‘coherentie en consistentie’. Dit aspect wordt consequent door alle woordvoerders uit de senaat die in de media verschijnen genegeerd. Iedereen heeft het over een politiek lichaam, maar de werkelijkheid is dat het is een ‘half’ politiek lichaam is, ofwel half bakken. Niet rechtstreeks gekozen en door zeer velen gezien en beschouwd als een anachronisme, is de Eerste Kamer vooral als een toetsend politiek orgaan te kwalificeren, een verlengstuk of een politiek onderdeel van de Raad van State als hoogste rechtscollege. Consequentie hiervan is dat, mocht in het komend najaar teveel wetsvoorstellen sneuvelen in de senaat en worden teruggestuurd naar de ‘overzijde’, er geen kabinet sneuvelt, maar de positie van de Eerste Kamer op de politieke agenda wordt geplaatst. Dat dient er een commissie te worden ingesteld waarin alle staatsrechtgeleerden van ons land zitting nemen en die de regering gaat adviseren over het al dan niet opheffen van dit vertegenwoordigend lichaam. Maar het uit te brengen advies zal op korte termijn onmogelijk zijn, laat staan voorafgaande aan de komende Provinciale Staten (2015), zodat het rapport mosterd na de maaltijd zal zijn als de huidige oppositionele meerderheid in de Eerste Kamer na die verkiezingen niet meer zal blijken te bestaan. De opiniepeilingen op dit moment zeggen bepaald niet alles, maar voorzien baar is wel dat het CDA en de SP niet over hun dieptepunt heen zijn en dat alleen PVV en D66 duidelijke winst zullen boeken. Waarschijnlijk is het zelfs dat de huidige coalitie een meerderheid zal behalen in de nieuw te vormen senaat omdat de kracht van het huidige kabinet blijkt en voortvloeit uit de verbrokkelde oppositie, waaruit blijkt dat de politieker professionaliteit te wensen overlaat. Wij hebben geen volwassen parlementaire democratie, vanwege de oubollige karakter van het huidige tweekamerstelsel. De enige democratie die in de toekomst kan functioneren is een volstrek open en transparant stelsel van de directe democratie via een digitale Kamer. En laat die Kamer maar de Derde Kamer genoemd worden omdat de huidige Tweede Kamer nog wel een decennium blijft bestaan, maar de legitimiteit van functioneren is allang rijp voor het museum.

En in aanvulling hierop nog een volgende citaat uit andere bron:

Europa: een schaamteloos elitair project (Dick Pels, De Gids/nummer 6/2013, bijlage bij De Groene Amsterdammer)

‘Ook de vraag naar meer democratie moet worden gesteld vanuit het gezichtspunt van de individuen, van onderop dus. Het ideaal waaraan de verwerkelijking van de Europese democratie vaak wordt afgemeten stamt nog uit het tijdperk van de nationale staten: een ‘volkswil’ die door democratische instituties moet worden gerepresenteerd. In het Europa van de individuen is deze voorwaarde niet vervuld, een feit dat door linkse en rechtse conservatieven maar al te graag wordt misbruikt om te beweren dat een Europese democratie tot in lengte van dagen onmogelijk is.

‘De Europese democratie is inderdaad afhankelijk van het vermogen om het perspectief van burgers in andere Europese landen in te nemen. Maar Beck gelooft dat die kosmopolitische blik van onderop kan groeien, bijvoorbeeld door de invoering van een vrijwillig en betaald Europees jaar voor iedereen. Niet alleen voor studenten, maar voor alle beroepsbeoefenaars, inclusief pensionado’s en werklozen. Dit idee van ‘Doing Europe’ door Beck voorgesteld samen met intellectuelen en politici als Helmut Schmidt, Jacques Delors, Daniel Cohn-Bendit, Jürgen Habermas en Imre Kertész, moet de kosmopolitische ervaring verbreden en een ‘alledaags Europa van de burgers’ scheppen.’

Advertisements