Tags

‘Het is zelfs mogelijk dat het woord daad wordt, en dat de daad in overeenstemming is met het woord, met de muziek, en met de stilte. Waar dat gebeurt is het paradijs op aarde, daar is de hemel.’

[bron: Hans Korteweg, Zonder Einde. Van licht tot vorm, van vorm tot licht. Servire 2000, 3e druk, p. 26]

Voorafgaande alinea’s [hfd 1: Het begin]:

‘Het begin is stilte. Stilte – het ongedifferentieerde, dat wat je niet kunt benoemen – is de wortel van het moment, van dit moment. Nog voor het moment vorm aanneemt, is het stilte.

In de stilte komt het woord. En mogelijk komt uit het woord aan daad. Dat is steeds weer de volgorde. Uit stilte komen we voort.

In die stilte mag je alles vergeten wat daarvoor vaststond, wat daarvoor continuïteit was. Je mag de gedachten vergeten, de gevoelens die je had, naar binnen gebogen of naar buiten. Je bent in de stilte met het leven. In de stilte is het mogelijk terug te keren tot jezelf. Het is zelfs mogelijk in de stilte te vergeten wie je meende te zijn en je zonder voorbehoud toe te vertrouwen. Elke stilte weer. Elke grens tussen ieder moment, elke cesuur in de tijd biedt een mogelijkheid om herschapen te worden. Er is geen eindeloze schuld, er is geen eindeloze angst. Steeds weer vindt de mogelijkheid van verlossing plaats in stilte.

De klank die daaruit voortkomt, is expressie van het gesprek met de Onbenoembare, van het oplossen in stilte. Het is muziek die expressie is van het tijdloze in ruimte en tijd – hoorbaar. Het kan ook zijn dat die klank expressie is van de weerstand tegen het gesprek, van de angst voor het gesprek, maar ook dat is muziek.

Het volgende moment neemt de muziek meer gerichte vorm aan. Er vindt een vernauwing plaats. Was de muziek nog golvend en bevrijdend, via het woord, via de manifestatie, vindt indaling plaats in tijd en ruimte. En het verheugende is, dat we de mogelijkheid hebben om te spreken zonder de stilte te breken. Het is mogelijk ruimte in te gaan en ons kenbaar te maken zonder dat we inbreuk hieven te maken op de stilte, zonder dat we ons schuldig hoeven te voelen over het schenden van het primaire gesprek met de onbekende, de stilte.’ (En hier sluit de beginzin van deze blog aan). [pp.25-26]

Advertisements