Tags

,

Stelling: heb ik in het verleden Bart Jan Spruyt aangevallen op een stellingname, ditmaal ben ik het als liberaal geheel eens met zijn bijdrage over de bemoeizucht die van officiële liberale zijde klonk bij monde van senator VVD-Dupuis en premier Rutte die haar bezorgdheid overnam. Minister Schipper nam gelukkig een redelijk gematigd en neutraal standpunt in, zoals het een minder betaamt. Maar Dupuis en Rutte bewezen alsnog geen idee te hebben van ons staatsrecht. Door dit ogenschijnlijk redelijke vermaan aan de bevindelijk gereformeerden en aan antroposofische milieus en gezinnen zullen de woorden van Dupuis en Rutte natuurlijk een averechts effect hebben. Waarom kan met name Rutte nooit zijn mond dichthouden als hij als premier ook zijn mond móét dichthouden vanuit staatsrechtelijk oogpunt? Hij blijkt hiermee nog niets te hebben geleerd door zijn eerder gemaakte uitglijders bij zijn aantreden. Hij praat te gemakkelijk en dat is zijn chronische euvel. Hij leert dat ook nooit meer af en zal nooit te boek komen te staan als groot staatsman met een uitgebalanceerde visie. Verre van een eigentijdse Pieter Cort van der Linden, Ruttes liberale voorganger als premier tijdens de eerste wereldoorlog.

Staat moet zich niet bemoeien met keuze vaccineren (Arnold Huijgen en Bart Jan Spruyt, Opinie & Debat/de Volkskrant, 18 juli)

Vaccinatie: De kans dat kinderen schade oplopen door de ongezonde levensstijl van hun ouders is groter dan door niet vaccineren.

‘Achter dit vertoog tegen godsdienst, verpakt als appèl aan predikanten, gaat een fundamentele verschuiving van grondrechten schuil. Natuurlijk is er een religieuze dimensie, maar de argumentatie in reformatorische kring gaat zeker niet alleen om de uitleg van bepaalde bijbelteksten.

‘Die houding vloeit voort uit cultureel verzet tegen het verdwijnen van een godsdienstige horizon in onze samenleving en tegen de maakbaarheidsgedachte, de mens die alles wil beheersen in een onttoverde wereld. Wat voor bevindelijk gereformeerden een uiting van stuitende hybris is. Het gaat om de vrijheid van een minderheid om keuzes te maken die de meerderheid onwelgevallig zijn.’

Laat me direct duidelijk zijn bij deze passages. Hiermee ben ik het volstrekt oneens, ook dat Spruyt hier achter staat, want het ‘culturele verzet van een godsdienstige horizon’ wil alleen maar zeggen en betekenen dat deze godsdienstige minderheid in ons land zijn opvattingen wil opdringen aan de meerderheid en in zekere zin maakt deze groep godsdienstigen eenzelfde fout als ten tijde van de katholieke dominantie over de samenleving, dus ten tijde van de Middeleeuwen en daarvoor. Juist vanwege dit opdringende en expansieve karakter van de toenmalige eenheidskerk, dus voorafgaande aan Calvijn en Luther en de reformatie, is de scheiding van kerk en staat in het leven geroepen. En om die reden maakt historicus Spruyt hier een kolossale denkfout, en laat hij zich dus meesleuren door zijn emoties.

 ‘En het gaat om de vrijheid van ouders. Hebben ouders de zeggenschap over kinderen of heeft de overheid dat? Die tegenstelling is uiteraard niet absoluut. Heleen Dupuis vergelijkt het met de leerplichtwet. Die beperkt ook de ouderlijke macht in. Maar waarom zouden we daar meer van willen? En ligt er niet een principiële grens bij de lichamelijke integriteit? Liberalen lopen te hoop tegen besnijdenis bij jongetjes, omdat ouders een onomkeerbare beslissing nemen over het lichaam van hun kinderen. Waarom zouden ouders dat niet mogen en de overheid wel? Het gaat hier om fundamentele kwesties.’

Ook hier ben ik het grondig oneens met beide auteurs, en daaruit mag wel weer eens blijken hoe groot het verschil in staatsrechtelijk denken is tussen de liberalen en de verschillende denominaties in ons land. Toelichting: in het liberale staatsrecht gaat het om vrijheid van de ouders ter zake van de opvoeding van hun kinderen, maar de overheid, dus de staat, heeft wel degelijk het recht om ouders in te perken ten aanzien van zaken als de leerplicht (ouders zijn strafbaar als kinderen niet naar school gaan en bewust thuis worden gehouden) en andere ingrepen zoals in het jeugdstafrecht bepaald. De vaccinatiekwestie is een schemerig tussengebied, want waar de vaccinatie bij wet is geregeld in het kader van de preventieve verantwoordelijkheid van de overheid ten behoeve van de volksgezondheid, is er geen sprake van vaccinatieplicht, maar tegelijkertijd kan vaccinatie ook niet vergeleken worden met verkeerd voorbeeldgedrag van ouders. De enige die uitkomst kan bieden om een vaccinatieplicht in te stellen is aanname van een wet door de Staten-Generaal zelf. Het is dus heel goed mogelijk dat Dupuis geprobeerd heeft met haar proefballonnetje het klimaat te onderzoeken of een dwingende vaccinatiewet, want net als met andere kwesties bestaat er geen meerderheid meer die zonder steun of christelijke fracties alleen kan worden aangenomen. De confessionelen zullen zich dus neer moeten leggen bij het gegeven dat de christelijke partijen definitief tot een politieke minderheid zijn gaan behoren en dus dat er wetgeving wordt aangenomen die voor hen moeilijk verteerbaar zijn in onze seculiere wereld. Ook de rechter kan hier geen uitsluitsel bieden bij gebrek aan dwingende verplichtende wetgeving, die bij de rechter aanhangig kan worden gemaakt.

Er bestaat wel een ‘Wetgeving vaccinatiebeleid minderjarigen België/Nederland’. Er is sprake van begrensde vrijheid door het recht vanwege de gevoelde noodzaak om een minderjarige te beschermen tegen onervarenheid of roekeloosheid. Het ouderlijk gezag strekt zich ook uit tot de gezondheidzorg (met de extra vermelding: ‘Bij medische zaken is de grens 16 jaar’). Maar: alléén in geval van vaccinaties is een uitzondering op deze wet gemaakt en heeft men de wet- en regelgeving ten gunste van (overheden onder druk van farmaceutische industrie?) van de vaccins aangepast.

In ons land geldt op de vraag of een 12-jarig meisje zonder toestemming van de ouder(s) geprikt mag worden, het antwoord: ja, dat kan. Tot 12 jaar mag een kind niet zonder toestemming van de ouders/verzorgers gevaccineerd worden. Vanaf 12 jaar mag dat wel. Als een meisje dat wenst, kan de vaccinatie worden toegediend, ook als er geen toestemming door de ouders te gegeven (http://rivm.nl/Bibliotheek/Algemeen_Actueel/Uitgaven/Infectieziekten/Rijksvaccinatieprogramma/VaccInformatiemap/VaccInformatie_HPV). Dez\e link werkt helaas niet en dus voeg ik de algemene link hier toe: http://www.rivm.nl/Onderwerpen/R/Rijksvaccinatieprogramma, alsmede http://www.rivm.nl/Zoeken?query=Wetgeving+vaccinatiebeleid+minderjarigen+Belgi%C3%AB%2FNederland

De stelling in de laatste zinnen ‘Maar waarom zouden we daar meer van willen? En ligt er niet een principiële grens bij de lichamelijke integriteit? Liberalen lopen te hoop tegen besnijdenis bij jongetjes, omdat ouders een onomkeerbare beslissing nemen over het lichaam van hun kinderen. Waarom zouden ouders dat niet mogen en de overheid wel? Het gaat hier om fundamentele kwesties’, kan niet algemeen beantwoord worden. Waarom zouden we daar meer van willen, is ook weer een amateuristische vraag van een historicus, die zich bewust moet zijn van het steeds uitdijende karakter van de wetgeving van de ontwikkeling van wet- en regelgeving in het primaire niveau (bijv. in 1848) tot de huidige. Spruyt zal niet kunnen ontkennen dat er sprake is van een evolutie van wetgeving, al zal hij het niet altijd eens zijn geweest met de vele uitbreidingen die hebben plaatsgevonden en geculmineerd zijn tot wat nu de verzorgingsstaat is. Maar democraat als hij is, legt hij zich bij deze ontwikkeling neer.

En op de vraag of er een principiële grens ligt bij de lichamelijke integriteit, ligt de kwestie iets anders. Liberalen hebben in iedere tijd andere afwegingen te maken, want geen tijdsfase kent een constant en stabiel karakter. Een liberale fractie als de VVD kan altijd eigen afwegingen maken als jet gaat om parlementaire initiatieven. Als de geluiden heeft opgevangen dat door bevindelijken, die later tot het liberalisme ‘bekeerd’ zijn en zij een blijvende handicap hebben opgedaan door niet vaccinatie, dan ligt het voor de hand om een eigen initiatiefwet te verzorgen en voor te leggen aan de Staten-Generaal en e verdediging hiervan op zich te nemen. Daarmee is niets mis. In dat geval kan integriteit worden opgevat als de wens om mét huidige medische instrumenten als volwaardig mens door het leven te gaan en daarmee ook afstand te nemen van het milieu van geboorte. Ook dat is een fundamenteel mensenrecht, vergelijkbaar als de uittreding uit het islamgeloof voor moslims. Uittreden is binnen islamitische kring ondenkbaar en men dreigt een fatwa over zich af te roepen, maar dat geldt in een cultuurkring die ver afstaat van onze Verlichtingidealen. De conclusie is dus dat deze vaccinatiekwestie toegespitst dient te worden op een ‘islam’toets: zijn als gehele Nederlandse samenleving de Verlichting doorgegaan of geldt dat alleen voor een grote meerderheid onder de Nederlandse bevolking, met uitzondering van een kleine orthodoxe minderheid van bevindelijken en antroposofen? Voor hen mag een uitzonderingssituatie worden geschapen, omdat niemand tegen zijn zin in gedwongen gevaccineerd kan worden, maar of dat met lichamelijke integriteit te maken heeft is zeer de vraag. Dan mogen spijtoptanten later ook niet alsnog een beroep doen op de rechter, omdat zij het oneens blijken te zijn met hun ouders. Dat is de kwestie waar het om gaat. De bal ligt dus niet bij de politiek, maar een potentieel cultuurconflict binnen eigen gelederen. En waar het gaat om ritueel slachten, waar geen persoonlijke lichamelijke integriteit bij betrokken is, daar horen moderne diergeneeskundige inzichten de doorslag te geven omdat we niet meer in de wereld van 2 tot 3000 jaar geleden leven. Die rituelen behoren tot een cultuur omdat voor hetzelfde geld een jood of moslim kan beweren dat rituele slacht een bizar cultuurverschijnsel zijn, even bizar als stierengevechten in Spanje. Maar omdat de EU zich niet mag bemoeien met iedere vorm van cultureel barbarisme, zolang de Commissie geen orde in eigen huis heeft gebracht, zal de nationale overheid dat soort zaken voorlopig het laatste woord hebben. Maar de Spanjaarden weten dat de rest van Europa daar met een gevoel vol afgrijzen tegenover staat. Als ze dat voor lief nemen…is er vooralsnog niets aan de hand. Maar actie mag hier wel degelijk gevoerd worden tegen deze barbaarse praktijken. Ook dat is een fundamenteel mensenrecht. Aan u het weerwoord Spruyt!