Tags

Een tweetal artikelen, de ene van vandaag (‘De kerk kan nu helemaal niks meer goed doen’) met een interview met Patrick Chatelion Counet, secretaris van de koepelorganisatie van kloosterorden enerzijds en een prikkelde artikel (‘Er is geen moraal zonder God’) van Chris Rutenfrans, opinieredacteur van de Volkskrant (6 juli) anderzijds, zijn voor mij als niet-kerkelijk opgevoed burger, maar wel zelfbenoemd en buitenkerkelijk christen, toch interessant genoeg om te lezen en wat blijkt uit mijn nieuwsgierigheid? Er vallen voor mij een aantal verbanden te leggen die zeker voor seculier denkenden boeiend materiaal opleveren.

Kern van de zaak en mijn stelling voor mijn onderstaande betoog is dat het cultuurbegrip vanuit verschillende disciplines tot heel verschillende uitspraken kunnen voeren. Is dat vreemd of worden er redeneerfouten gemaakt? Redeneerfouten of is er sprake van dogmatisch denken, vastgeroest in een eigen opvoedingspatroon, want beide auteurs zijn intellectueel en kinderen van de Verlichting, zelfs als je katholiek bent. Onze cultuur komt voort uit de Verlichtingsrevolutie.

De kerk kan nu helemaal niks meer goed doen (Peter de Graaf, Binnenland/de Volkskrant, 9 juli)

De schandalen over seksueel misbruik hebben de kerkreputatie onrechtvaardig zwaar aangetast, vindt de voorman van de kloosterorden. ‘Religieuzen berusten nu in de vernedering.’

‘Dat de hele samenleving zich nu stort op de katholieke kerk en al onze inzet uit het verleden in een kwaad daglicht stelt, ervaren de oversten als een groot onrecht.’

‘Intern was er schaamte over de misstappen van broeders en zusters in het verleden. Tegelijkertijd groeide ook het gevoel van onrecht: iedereen keert zich opeens tegen de kerk, we kunnen niets goed meer doen.’

‘Het misbruik was iets van toen en daar, niet van nu en hier.’

Met deze geciteerde zinnen kan worden volstaan om niet de schuldkwestie aan de orde te stellen – in hoeverre huidig levende voorgangers die hun werk doen terecht of ten onrechte het verwijt krijgen dat vroegere generaties geloofsgenoten gruwelijk de fout zijn ingegaan -, maar om een andere kwestie aan de orde te stellen. Een kerkelijk instituut dat zich ethisch en moreel zo geblameerd heeft ten opzichte van zijn eigen kuisheidsregels en celibatair priesterschap, dat dus de vraag gesteld dient te worden of hier geen sprake is van fundamenteel verval, of in gedragswetenschappelijk jargon decadentie, en dat dus in het openbaar geopperd moet worden gesteld of deze kerk (maar dat geldt ook voor andere kerkelijke instituten waar eveneens achter de beslotenheid van het privédomein laakbare zaken gebeuren; niet alleen de katholieken maken zich hier schuldig aan datgene wat openbaar werd gemaakt) nog bestaansrecht heeft. Een geestelijk instituut dat iedere besef van geestelijke normen en waarden kwijt lijkt – ik formuleer als buitenstaander voorzichtig – te zijn want ze worden ook niet meer publiekelijk uitgedragen vanwege hun leegheid, heeft simpelweg geen bestaansrecht meer. ‘Holle vaten…’. Er bestaat binnen deze katholieke kerkorde geen natuurlijk gezag en institutioneel charisma – naast persoonlijk charisma als van Johannes XXXII en Johannes Paulus II – meer omdat de leiding alles toedekt wat toegedekt moet worden om iedere schande binnenshuis af te handelen. Dit is dus geheel in lijn met de het slinkende gezag van politiek en de economenwereld die er eveneens een denkchaos van maken, zodat sprake is – kan zijn – van een algemeen maatschappelijke verschijnsel, dat echter bij de katholieken wel heel navrant naar buiten kwam. De kerkelijke leiding heeft alleen maar machteloos toegezien en daarmee machteloosheid tentoongespreid, én geen fundamentele hervormingen aangekondigd, laat staan aangebracht, door ieder fout gedrag uit het instituut te zetten. En met dit gebrek aan zelfkritiek en -reflectie, dat ook doorlopend in het interview met Counet aan de orde is, verwordt het gesprek tot een meelijwekkend slachtofferrelaas, dat geen enkele oplossing biedt naar feitelijke slachtoffers, noch naar de maatschappij als zodanig. De kerk heeft in onze seculiere wereld geheel afgedaan en dat is geen verrassing met een geestelijk instituut dat een maatschappelijke pilaar hoort te zijn met een zuiver ethisch denken en optreden, maar is verworden tot een collectief van geestelijken, die geen benul meer heeft van wat spiritualiteit betekent, want het betekent bij hen de facto niet veel anders dan braaf iedere zondag naar de kerk gaan en gebeden prevelen. Alsof God, de katholieke god, daarmee gediend is. In de katholieke hemel wordt meewarig toegekeken hoe de aardse vesting toe is aan eigen ondergang, een zinloos instituut geworden. Het instituut heeft geen nieuwe frisse moraal opgeleverd die in deze tijd nieuw elan gaven dan wel konden bieden.

De conclusie luidt dus dat de katholieke wereld haar gezag kwijt is en geen capaciteiten van geestelijk leiderschap heeft getoond en alleen de nieuw aangetreden paus zou dat kunnen herstellen omdat deze meer bewogenheid en maatschappelijk besef heeft dan zijn voorgangers. Maar deze kerk tot op het punt zichzelf op te heffen en in de vergetelheid te raken. De kern van de missie van de katholieken op aarde was immers om de mensheid spiritualiteit en spiritueel gedrag te ontwikkelen, maar in plaats daarvan werd een seculiere maatschappij geboren, die wat onze omgeving betreft bijna atheïstisch is geworden vanwege opgelopen trauma’s uit de katholieke achtergrond en opvoeding of de nieuwe spiritualiteit van de Nieuwe Tijd is binnengetrokken, want spiritualiteit is een immanent en eeuwig beginsel, onuitroeibaar (zoals de communistische regimes hebben ondervonden) maar het moet wel eerst ontdekt worden. Dan pas is het begaanbaar en bruikbaar. Die missie heeft de kerk gemist en daarmee zijn lot bezegeld.