Tags

Stellingname: Allereerst een toelichting op de vraagstelling. Natuurlijk ontbreekt het niet iedere econoom aan creativiteit, maar veel (top)economen waaronder Thomas Mayer, zitten gevangen in hun vaste economische concepten en beseffen niet dat de EU en EMU met creativiteit benaderd moeten worden. Want beide instituten zijn niet een beton gegoten, maar het tegenovergestelde is het geval. Vanwege het opbouwproces is het nog steeds een laboratoriumexperiment, met aan het einde van dit experiment een tweedeling: ofwel de EMU overleeft de veldslag van dit moment en de euro wordt gered, dan wel de EMU overleeft het niet en dan is de mislukking en ondergang van dit experiment onoverkomelijk. We gaan dus uit van het slagen van dit experiment tot het tegendeel is bewezen. Dat betekent dat alle weeffouten gerepareerd moeten worden want dit grootschalige experiment – de landencrisis bewijst dat er vooralsnog niets is bewaarheid of ‘waarheid is geworden’ van de prachtige idealen en toekomstperspectieven die ons bij de introductie van de euro werden geloofd – hebben we nu zelf in de hand. Wat mensenwerk was – hoe experimenteel ook – blijft mensenwerk en dus zal iedere ervaring en ieder vorm van meedenken hoe onszelf uit deze crisis te bevrijden, moeten worden aangepakt. Daartoe proberen de hier geplaatste blogs een bijdrage te leveren. Dit onderstaande interview levert vanuit mijn gevoel en redenerend als politicoloog de indruk dat deze econoom, te weten Mayer te weinig creatief denkt. Vandaar mijn veralgemeniseerde stelling dat economen niet creatief genoeg zijn.

Euro-schaduwstaat zal niet werken (Martin Visser, Het grote idee, Katern Uitzicht/fd, 15 juni)

Duitsland en de euro. Monetaire politiek

Interview met Thomas Mayer (Senior fellow Center for Financial Studies, Adviseur Deutsche Bank)

‘In 2010 en 2011 heeft de Europese politiek geworsteld om terug te keren naar de oorspronkelijke uitgangspunten van het Verdrag van Maastricht. Die zou ik omschrijven als een quasigouden standaard: een onafhankelijke centrale bank, geen steun aan overheden, overheden die niet voor elkaars schulden opdraaien.’

Hier luidt de vraag en weerstelling waarom de gouden standaard van stal wordt gehaald. Dat roept associaties op met de historische gouden standaard en dat lost naar mijn gevoel niets op voor wat betreft de problemen van vandaag. Immers, de onafhankelijke centrale bank en het uitgangspunt van geen steun aan overheden zijn voorbeelden hoe economen als adviseurs van politici en regeringsleiders theoretisch over de invulling van de ECB dachten, maar die formule werkte niet. Wat aan de tekentafel niet werd beseft was dat ‘geen hulp aan mede-overheden’ betekende dat er uiteindelijk sprake zou zijn van een exit van een mede EU-lid en dat kon de EU zich vanuit de praktijk van het gemondialiseerde handelsverkeer niet veroorloven. En dit is niet de enige weeffout in EU-kader. Vandaar de noodzaak om alle eerder vastgestelde verdragen en verdragshoofdstukken alsnog te controleren op houdbaarheid en waar de letter van de tekst niet goed is uitgepakt, deze aan te passen. Maar in dat evaluatiekader horen geen associaties met de gouden standaard omdat het alleen maar verwarring oproept. Een onafhankelijke centrale bank is evenals de Europese Commissie en andere formele instituties een noodzaak maar de invulling van al die organen zou nog best eens drastisch moeten en kunnen worden gewijzigd, wil het gebouw overeind blijven staan. Maar Mario Draghi heeft zeer terecht ingezien dat ‘geen steun aan overheden en overheden niet voor elkaars schulden laten opdraaien’ loze termen en loze uitgangspunten waren. Schrappen dus, maar wel eerst nadenken hoe deze vervangen dan wel aangepast moeten worden.

‘De originele Economische en Monetaire Unie (EMU) zag er min of meer hetzelfde uit als die gouden standaard en dat was ook het model waarnaar de politiek in 2011 terug probeerde te keren.’

Deze achtergrond van opname van betrokken verdragsartikelen verklaart wel een en ander, maar de historische omstandigheden van dat stelsel van de gouden standaard en de oprichting van EU en EMU waren onvergelijkbare grootheden en dat dit niet werd beseft door de architecten spreekt al boekdelen. Tenzij, tenzij….de bedenkers – dus politici – zodanig angstig waren voor het uitlekken van plannen dat onafhankelijke wetenschappers niet eens werden uitgenodigd om mee te denken of kritisch naar de plannen te kijken. En dat is vragen om moeilijkheden, zoals gebleken is sinds de uitbraak van de crisis. Maar een groter euvel is dat de EMU-scheppers zich niet bewust waren van het psychologische effect van uittreders uit de eurozone: dat zou een politiek-psychologische blamage van de eerste orde zijn geweest en had het imago van de EU voor altijd kwaad gedaan. Het idee van de Europese Economische Samenwerking was aanvankelijk wel een kwestie van interne politieke strategie van de grondleggers van de EEG, maar deze werd al snel vergeten door de rauwe politieke praktijk aan onderhandelingstafels. Die interne politieke strategie was namelijk hoe Duitsland in de toekomst te beletten ooit nog eens aan een militair avontuur te beginnen en daartoe was de EGKS een noodzaak, want de Duitsers mochten niet meer de zelfbeschikking hebben over hun grondstoffen die staal konden voortbrengen. Dat besef zakte al weg vanwege de Koude Oorlog en dat betekende een nieuwe politieke realiteit, met de noodzaak om de communistische expansiedrift tegen te houden. Dat kon alleen met een sterk economisch Europa, maar om dan maar direct aan aantal decennia over te slaan, de mondialisering die in de jaren negentig echt gestalte kreeg met de toen steeds groter wordende economisch-politieke macht van multinationals maakte dat de Europese economische samenwerking een noodzakelijk gegeven werd. Daarmee werd 1989 (Val van de Berlijnse Muur) een kantelpunt – om met Jan Rotmans te spreken – van de afbraak van de wereld van de Koude Oorlog enerzijds en de Mondialisering – of het Engelse globalisatie – anderzijds. Dat betekende met de wijsheid van vandaag een kantelpunt van ons politiek-strategische, economische en monetaire denken en de moeizame overgang naar dat kanteldenken is iedere dag op het journaal zichtbaar. Vandaar dat nogmaals een refereren naar de gouden standaard totaal geen zin heeft en eigenlijk uit de mond van Mayer als gepromoveerd econoom en financieel adviseur een regelrechte schande is. Zijn doctoraat zou hem moeten worden ontnomen (universiteit van Kiel).

Overigens bevestigt Merkel de hier gevolgde redenering over de EMU-scheppers:

‘De originele Economische en Monetaire Unie (EMU) zag er min of meer hetzelfde uit als die gouden standaard en dat was ook het model waarnaar de politiek in 2011 terug probeerde te keren.’

Vandaar ook de essentiële en terechte koerswijziging:

‘Eerst was het doel om het Maastricht-model te behouden met een mogelijk gevarieerde samenstelling van de eurozone. Maar nu werd besloten dat het eurolidmaatschap vast is en dat het model moet worden aangepast.’

De aanpassing kwam in de vorm van EMU II:

‘Daarmee schoven de politieke leiders weg van de gouden standaard. De monetaire unie waar sindsdien aan gewerkt wordt, EMU II, is dan ook totaal anders dan EMU I. Merkel besloot de euro te veranderen van geld dat is verbonden aan de gouden standaard, ‘commoditygeld’, naar geld dat wordt uitgegeven door de staat, dus ‘staatsschuldgeld’. In dat model wordt de ECB een staatscentrale bank met alle bijbehorende taken: achtervang voor overheden, achtervang voor banken.’

Maar dan volgt in het interview de passage waarin gewag wordt gemaakt van een schaduwstaat en dan is het maar de vraag wat er bedoeld wordt. Het kan zelfs zo zijn dat de hier weergegeven passage in Duitse ogen heel normaal is, maar in de onze, die uitgaan van andere staatsrechtelijke basisbegrippen helemaal niet. Hiervoor is dus kennis van de Duitse constitutie noodzakelijk. En dat niet alleen. Het feit dat Merkel als lid van de Europese Raad toch EMU II er doorheen heeft gekregen, betekent dat zij eventuele tegenargumenten heeft ontvangen van hetzij andere regeringsleiders en anders vanuit de Europese Commissie. Het roept trouwens ook de vraag op in hoeverre het ambtelijke apparaat van de Commissie zich al heeft bezig gehouden met vergelijking van nationale wetgevingsstructuren en in het bijzonder de verschillen – lees: niet harmonisatie, want alleen materiële wetgeving komt daarvoor in aanmerking – tussen de nationale grondwetten onderling. Los daarvan is de bovenstaande aangebracht tekstwijziging ook van een niet-principiële aard, zodat deze EMU II ook net zo goed EMU I had kunnen zijn.

Effectieve schaduwstaat

‘Hier komt ook de bankenunie uit voort en het ECB-opkoopprogramma van staatsobligaties. Voor dat ‘staatsschuldgeld’ heb je een staat nodig en een staats-centrale bank. Daarom begon Merkel te bouwen aan een euro-schaduwstaat ‘Die afspraken zijn nodig om een supra-nationale staatsstructuur te bouwen die kan ingrijpen op nationaal niveau. Het stabiliteits- en groeipact bleek ineffectief te zijn. Brussel kon niet ingrijpen op nationaal parlementair niveau. Nu was het idee om een effectieve schaduwstaat te bouwen die dat wel kan. Nu is er een schaduwregering in de vorm van de Europese Raad, een schaduw-uitvoerende instantie in de vorm van de Eurogroep en er is een werkgroep die naar de betreffende regio gestuurd kan worden die gedwongen moet worden zich aan de regels te houden: dat is de trojka.’

De zin ‘Voor dat ‘staatsschuldgeld’ heb je een staat nodig en een staats-centrale bank’ is tekenend voor het gebrek aan creativiteit van denken. Dit ligt in lijn met het traditionele en lineaire denken van staatsschuldgeld naar ‘staat met centrale bank’ als traditionele begrippen in zijn economische denken centraal zonder ook maar te denken aan de mogelijkheid te denken om hierin het creatieve denkvermogen de vrije hand te geven. Wat hij concreet (en nog steeds) over het hoofd ziet is dat staatschuldgeld nu aan een andere dimensie is gekoppeld, te weten aan een groep van (euro)landen. Dat kon hij toen bij de uitbraak van de eurocrisis niet weten, maar nu wordt het toch wel tijd om dat te beseffen. Een groep van landen – en dat is uniek in de wereldgeschiedenis; reden ook waarom de EU en de EMU in mijn ogen laboratoriumexperimenten zijn – heeft nu door de nieuw geschapen situatie volgens de logica een collectief gedragen staatsschuld toegedeeld gekregen en via parlementaire besluitvorming van akkoordverklaring aan de steunmaatregelen – en dat ziet Mayer niet zitten omdat hij blijft hangen aan het enkelvoudige natiebegrip in de vorm van een EU-lidstaat binnen de eurozone. Hij bekritiseert hier de aangepaste plannen van Merkel, die een weg inslaat die hij zelf niet zit zitten. Nog even een tussenopmerking tussendoor.

Of Merkel die dus ging bouwen aan een euro-schaduwstaat daarbij ook het vooropgezette idee had dat er hieruit uiteindelijk één staat zou moeten ontstaan in de vorm van de Verenigde Staten van Europa naar Amerikaans model wordt niet duidelijk uit deze tekst. En het feit dat er een eurosceptische beweging in Duitsland is opgekomen, maakt dat het de Duitsers zelf ook niet duidelijk is. Maar dat kan met de (financiële) lastendruk te maken hebben die de Duitsers nu zijn gaan voelen.

Maar weer terug naar de kern van de zaak. Dat Merkel begon te bouwen aan wat in de tekst ‘een euro-schaduwstaat is’, ‘geen openlijke staat’ zal zijn, geeft te denken want dat kan niet anders dan uitkomen als voer voor allerhande speculaties. De structuur van die euro-schaduwstaat is vastgelegd in een serie recente afspraken over begrotingsdiscipline: sixpack, twopack, het begrotingspact. Dit is de architectuur van de euro-schaduwstaat.

Ik kom nog terug op de zin ‘Die afspraken zijn nodig om een supra-nationale staatsstructuur te bouwen die kan ingrijpen op nationaal niveau.’ Formeel kon dit natuurlijk al via Maastricht (1992) omdat toen de begrotingsdiscipline werd vastgelegd, alsmede afspraken over de staatschulden werden gemaakt. Dat houdt ten principale in dat op nationaal niveau ingegrepen kan worden met sancties. Alleen zijn in het eerste decennium na Amsterdam (1997) afspraken geschonden (2003 en 2004) en dus regels niet nageleefd. Maar de Amerikaanse subprimecrisis moest ook nog beginnen en niemand had nog weet van de achtereenvolgende ontwikkelingen na 2007. De ernst van de begrotingsdiscipline was ook nog niemand duidelijk en geen wonder dat er de hand mee werd gelicht. Maar de huidige regeringsleiders zijn zich maar al te zeer bewust van het politiek-strategische belang van hun monetaire positie en hieraan gekoppelde politieke invloedssfeer. Dat de financiële markten nu tot relatieve rust zijn gekomen wil nog niet zeggen dat deze situatie nu van blijvend karakter zal zijn. Het doel van de kredietbeoordelaars is bereikt: overal worden zware bezuinigingen doorgedrukt en staatschulden gesaneerd.

Dus mag terecht geconcludeerd worden dat in het interview wordt vastgesteld dat:

‘Het stabiliteits- en groeipact bleek ineffectief te zijn. Brussel kon niet ingrijpen op nationaal parlementair niveau. Nu was het idee om een effectieve schaduwstaat te bouwen die dat wel kan. Nu is er een schaduwregering in de vorm van de Europese Raad, een schaduw-uitvoerende instantie in de vorm van de Eurogroep en er is een werkgroep die naar de betreffende regio gestuurd kan worden die gedwongen moet worden zich aan de regels te houden: dat is de trojka.’

Of het verdragstechnisch juist is te constateren dat Brussel niet kon ingrijpen is de vraag, want het is maar wat je verstaat onder ‘ingrijpen op nationaal niveau’. De lidstaten die zich niet aan begrotingsafspraken houden krijgen geen boete opgelegd, zoals oorspronkelijk wel in het verdrag stond, maar zoals nu blijkt kunnen er landgebonden verplichtingen worden opgelegd en indien die niet worden uitgevoerd ontstaan er onmiddellijk problemen met herfinancieringen en verhoogde rentelasten. In zoverre functioneert de markt en dus de onzichtbare hand nu (ruim twee eeuwen na 1776) wel vlekkeloos, hoewel georganiseerd in de kredietbeoordelaars. Dat onderzoeksinstrumentarium kon door Adam Smith niet voorzien worden.

Tweede kanttekening is de ‘schaduwregering in de vorm van de Europese Raad’. Kan hier van een schaduwregering worden gesproken. Mijns inziens niet. Het is natuurlijk een machtig politiek gremium aangezien alle (gekozen) regeringsleiders erin vertegenwoordigd zijn, maar dat is wat anders dan een schaduwregering. Het is in de meest simpele en praktische omschrijving een coördinerend lichaam op hoogste politieke niveau omdat hier snel overeenstemming te bereiken is op punten gerelateerd aan een langetermijnvisie. De details van deze Raad (functie en taak vanuit het Unieverdrag) zullen in een later stadium (morgen) worden toegevoegd. Dat de eurogroep een schaduw-uitvoerende instantie wordt genoemd is het goede recht van Mayer, maar daarin gaat een intentie van afkeer achter schuil. Het is in ieder geval de vraag wat hij daarmee bedoelt. Dat vervolgens ook nog de trojka als werkgroep die naar de betreffende regio kan worden gestuurd, wordt weggezet, is klaarblijkelijk tekenend door zijn opvattingen. Maar het zegt meer over zijn frustraties dan over de praktijk zoals die nu functioneert, want het is effectief gebleken. Waarmee nog niets gezegd wil zijn over de efficiëntie van het optreden van de trojka, want belemmerd door de traagheid van de Grieken en dus een fout in de toelatingsprocedure. Maar de trojka is in staat gebleken om de financiële markten tot rust te brengen en gezien de deplorabele staat van de Griekse overheidsfinanciën mag dat al een wonder worden genoemd. Niets dan hulde dus voor de trojka en daarmee is het vonnis over de uitspraken van Mayer geveld.

De fantasie van Mayer slaat vervolgens geheel op hol:

Niet levensvatbaar

Hiermee lijkt alles weer consistent. Het probleem is alleen dat het electoraat de euro-schaduwstaat verwerpt. Dat is de betekenis van de Italiaanse verkiezingen. De kiezers zeiden nee tegen meneer Monti die een representant van deze schaduwstaat is. En het Portugese constitutioneel hof wees het programma af dat door de euro-schaduwstaat was opgelegd.

Je ziet nu overal rebellie en verzet tegen de schaduwstaat. Ook de Duitsers zelf willen die schaduwstaat niet. En het Portugese constitutioneel hof wees het programma af dat door de euro-schaduwstaat was opgelegd Mensen willen het niet en accepteren de regels van deze schaduwstaat niet.’

In de eerste plaats is het onzin gebleken dat ‘hiermee alles weer consistent lijkt’. Een verkeerde redenering leidt onvermijdelijk tot verkeerde conclusies. Er wordt helemaal geen euro-schaduwstaat voorgesteld omdat de eurogroep doelmatig blijkt te functioneren.

In de tweede plaats is het daarom ook geheel onnodig om het electoraat erbij te roepen. Dat dit electoraat geen behoefte heeft aan iets dat een federaal Europa is – met uitzondering van de Belgen die niet anders gewend zijn, mogelijk ook bij gebrek aan een duidelijk nationaal bewustzijn – het electoraat zou bezwaar tegen een euro-schaduwstaat kunnen hebben, ware dat voorgesteld. Maar het is niet voorgesteld en Mayer lijkt te lijden aan angstdromen.

In de derde plaats wordt te gemakkelijk opgemerkt dat de kiezers nee zeiden tegen Mario Monti. Dat klopt feitelijk wel, maar niet in de hoedanigheid van de baas van die schaduwstaat. De realiteit is dat Monti een uitgesproken technocraat was die het volk nimmer heeft kunnen bezielen en begeesteren. Dan is het ook geen wonder dat iedere psychologische aanpak en inzet ontbrak om het volk ‘mee te nemen’. Monti komt de eer toe de staatsfinanciën weer redelijk op orde te hebben gebracht, maar het is jammer dat er niet een meer politiek begaafde persoonlijkheid gevonden kon worden. Dan was veel psychologische schade voorkomen geweest.

Ten vierde kan over het vonnis van het Portugese constitutioneel hof dat het programma afwees worden opgemerkt dat dit soort uitspraken moeilijk tot in de finesses kunnen worden voorspeld maar met briljante staatsrechtgeleerden had iets dergelijks al voorspeld kunnen worden. Hier kan dus iets aan de voorbereidingen van de maatregelen voor Portugal gemankeerd hebben.

En tot slot loopt Mayer helemaal voor de troepen vooruit als hij opmerkt:

‘Daarom is EMU II niet levensvatbaar. In mijn beleving is het een doodlopende weg. Mensen willen het niet en accepteren de regels van deze schaduwstaat niet.’

Mayer persoonlijk vindt EMU II niet levensvatbaar en met respect voor deze persoon met een voortreffelijke staat van dienst kan ik in alle bescheidenheid vaststellen dat er voldoende argumenten tegen zijn visie pleiten. Er is op dit moment zeker geen sprake van een doodlopende weg en de Raad en de ECB hebben voldoende doortastendheid en daadkracht getoond om in de succesvolle afloop van de euro(landen)crisis te gaan geloven.

Het prachtige van dit type diepte-interviews is dat de personen met werkelijke macht in Europa met chirurgische nauwkeurigheid kunnen worden geanalyseerd en dat hun kwetsbaarheid én zwakheid van denken worden versterkt onder het vergrootglas. We mogen het FD dankbaar zijn voor dit soort interviews!