Tags

Eurozone neemt enorme gok door heil van Brussel te verwachten en marktdiscipline uit te schakelen (Martin Visser, Opinie/fd, vrijdag 31 mei 2013)

Europese Centrale Bank is zelf verstorende factor op de financiële markten, beleggers prijzen landenrisico niet meer in

‘De eurocrisis toonde aan dat de muntunie zoals die oorspronkelijk was opgezet onhoudbaar is. Daarmee doemde de grote vraag op hoe de Economische en Monetaire Unie (EMU) er dan wel uit moet zien. Tot nu toe luidt het Europese antwoord: begrotingsdiscipline, vooral veel begrotingsdiscipline. Boven het reeds bestaande stabiliteits- en groeipact is in korte tijd een loodzware constructie aan procedures en controles opgetuigd onder de exotische namen ‘sixpack’, ‘twopack’ en ‘fiscal compact’.’

Het is nuttig deze openingsalinea zo te lezen als feit via een ‘historische’ terugblik, want feiten zijn feiten. Het is dus ook heel nuttig en discussiebevorderend om zijn visie tot ons te nemen, want iedere visie is welkom en de zijne als expert op dit terrein al helemaal. Maar ik heb vragen – vanuit mijn politicologische bril op aan de econoom Visser! – en daarmee kanttekeningen zoals uit het vervolg van mijn reactie zal blijken.

‘De Europese Commissie kan daarmee veel dwingender begrotingseisen opleggen aan de eurolanden. De befaamde 3% begrotingstekort als Brusselse norm moet daarmee veel strikter worden gehandhaafd. Daarbij kan Brussel richtinggevend adviezen geven over macro-economische hervormingen, zoals op de arbeidsmarkt en de huizenmarkt. Het is veel te vroeg om dit nieuwe systeem definitief te evalueren, maar een tussenstand is inmiddels wel te geven. Zeker na de opvallende begrotings- en hervormingsadviezen die de Commissie woensdag heeft gegeven. De eerste tekenen wijzen erop dat eurocommissaris Olli Rehn van economische zaken niet de onafhankelijke supercommissaris is geworden die apolitiek oordeelt over nationale begrotingen, zoals de eurocommissaris van mededinging als een rechter opereert in kartel- en staatssteunzaken.’

De eerste vraag betreft de zin dat ‘eurocommissaris Olli Rehn van economische zaken niet de onafhankelijke supercommissaris is geworden die apolitiek oordeelt over nationale begrotingen, zoals de eurocommissaris van mededinging als een rechter opereert in kartel- en staatssteunzaken’. De feitelijke vraag is natuurlijk of dit een feit is, dan wel een mening, want hoe valt dit ‘feit’, indien het geval, te bewijzen? Ik vermoed dat het gaat om een inschatting, maar natuurlijk een heel boeiende. Immers, kan er vanuit een bestuursgremium als de Europese Commissie überhaupt wel besproken worden van een ‘onafhankelijke’ supercommissaris, want ik mijn optiek is alleen de rechter onafhankelijk (in ons land binnen de context van ons rechtsbestel; over andere EU-lidstaten durf ik geen zinnig oordeel te geven). Rehn is immers lid en onderdeel van dit college en onderschrijft de beleidslijnen van deze Commissie (al is mij niet bekend of deze Commissie een soort programma of beleidsplan voor deze periode kent). Wel is mij bekend dat iedere commissaris los en onafhankelijk van zijn eigen lidstaat werk en daarmee een autonoom bestuurder, maar ze blijven politiek en vanwege hun politieke functie zijn ze niet-partijgebonden onafhankelijk, maar dat is wat anders dan een ‘onafhankelijke’ commissaris van de Europese Commissie. Dus het werkwoordelijk gezegde ‘is geworden’ suggereert dat de commissarissen ooit werden benoemd vanuit het ideaal dat ze ‘onafhankelijke commissarissen zouden worden met apolitieke oordelen over nationale begrotingen’ in die zin dat ze onafhankelijk van hun thuisland werken, maar dat is duidelijk wat anders dan een politiek onafhankelijke bestuurder, want die bestaat mijns inziens op voorhand al niet. in de praktijk zal voor iedere Europese Commissie gelden dat in een team met alle mogelijke politieke kleuren doorelkaar men zo technisch-neutraal – dus op wetenschappelijke basis – een beleid per sector of per eigen portefeuille probeert op te bouwen en uit te voeren. In dit geval letterlijk zonder last en ruggenspraak met het thuisland. Maar nogmaals, er zitten geen non-politieke figuren in de Commissie en dat zou ook niet mogelijk zijn. Dat betekent dat de huidige supercommissaris op grond van zijn politieke kleur en achtergrondkwaliteit is voorgedragen door zijn thuisland Finland en vervolgens is benoemd na een hoorzitting in het Europees Parlement. En vooral zijn gevoelige functie maakt het noodzakelijk om behalve over een perfecte achtergrond en ervaring over financiële en sociaal-economische expertkennis en vraagstukken ook over uitgesproken diplomatieke gaven te beschikken, want anders houd je je niet staande in dit uiterst moeilijke en complexe werkveld.

‘Opvallend aan het Commissie-oordeel is dat de eurolanden in grote lijnen geadviseerd krijgen wat ze toch al van plan waren te doen. De Nederlandse wens om pas volgend jaar aan de begrotingsnorm te voldoen, in plaats van dit jaar, is gehonoreerd. De Franse bezuinigingsplannen leiden pas in 2015 tot het behalen van een tekort van 3% en dus krijgt Frankrijk tot dat jaar de tijd. België is de afspraken voor 2012 niet nagekomen en komt weg met een reprimande.’

Hierbij de tweede vraag. Visser noemt het opvallend dat het oordeel van de Commissie overeenkomt met dat wat de lidstaten toch al van plan waren te doen. Opvallend kan dat niet genoemd worden, want een goed geïnformeerde Commissie met plaatselijke agentschappen in alle lidstaten behoort alle informatie van die landen goed op een rijtje te hebben staan. Maar opvallend is wel iets anders, te weten dat uitstel is afgeruild met scherpere percentages van ieder begrotingstekort en dat betekent de facto dus helemaal geen uitstel want een jaar later (voor ons en voor andere landen twee jaar later) dienen scherpere tekortreducties te zijn bereikt. Dat is helemaal niet misselijk en daarmee heeft Rehn een scherp ‘strategisch’ concept op tafel gelegd want feitelijk is Rehn even streng als altijd en ook wat van hem verwacht wordt aangezien hij uiteindelijk zijn doelen voor het einde van dit decennium bereikt moet hebben en dat zijn begrotingsevenwichten. En dat kost voor de EU van nu al genoeg bloed, zweet en tranen. Daarom moet ons land volgend jaar 2,8% – zie ook volgende passage – bereikt hebben in 2014 en niet 3%, al kun je dat als veiligheidsmarge beschouwen. Maar toch, het betekent extra bezuinigen binnen dezelfde periode en dus een helse klus voor de regering. Alleen hoeven we met deze regering geen medelijden te hebben vanwege de budgettaire strengheid van afgelopen regeringen, dus Rutte I en de verschillende kabinetten-Balkenende.

‘Natuurlijk kent het oordeel op onderdelen ook scherpe randjes, zo móet Frankrijk gaan hervormen en móet Nederland iets meer bezuinigen dan voorzien. Maar dat zijn bijzaken bij de grote lijn waarin nationale regeringen op hun wenken zijn bediend. Komt bij dat op die paar scherpe randjes met het nodige dedain is gereageerd. De Franse president François Hollande wenst geen dictaat uit Brussel te krijgen en minister Jeroen Dijsselbloem snapt niet waarom Brussel zich ineens druk maakt om een tekort van 2,8% terwijl de norm toch 3% was.’

Hieruit blijkt dat Dijsselbloem niet op de hoogte was van de rapportage die werd beschreven en zo hoort het ook. Dijsselbloem is geen Commissielid en is dus ook niet op de hoogte van de inhoudelijke beleidsvoornemens in die kring worden voorbereid. Het zou vreemd zijn geweest als Dijsselbloem als minister van Financien met heel andere adviezen en waarschuwingen geconfronteerd was geworden dan hij uit zijn eigen beleid had voortgevloeid, want dan was sprake geweest van communicatieproblemen. Dan was sprake van een ernstig probleem. En dit geldt de facto ook vanuit zijn functie als voorzitter van de eurogroep. Tot dusverre dus nog niets bijzonders aan de hand.

‘In het bezuinigingsdebat neemt de Commissie een halfhartige positie in. Brussel neemt gas terug, maar doet het debat dat het Internationaal Monetair Fonds en vele economen hebben aangezwengeld af als een non-discussie. Dat is gemakzuchtig, want zo komt de Commissie weg met adviezen die de kool en de geit sparen. Waarom mag Frankrijk vanwege de recessie niet te snel bezuinigen, maar wordt bijvoorbeeld Duitsland (of Nederland) niet opgeroepen om te stimuleren? Dat zou politieke hommeles opleveren, maar wel consistent zijn.’

Derde vraag. Is het wel zo dat er sprake is van een halfhartige positie? Brussel neemt volgens mij helemaal geen gas terug. En ik heb ook nergens gelezen dat het aangezwengelde debat als non-discussie wordt afgedaan. Volgens mij erkent Rehn dat ook sprake moet zijn van stimuleringsmaatgelen, zoals gisterenavond door NRC Handelsblad (zie Caroline e Gruyter op pag. 6) is gemeld. Dat Frankrijk niet te snel hoeft te bezuinigen is, als NRC gelijk heeft een fabeltje. In NRC staat: ‘Begrotingstekort onder 3 procent van het bbp brengen door te korten op overheidsbureaucratie. Sociale bijdragen van werkgevers verlagen en terugdraaien van verhoging minimumloon om arbeidsmarkt een zet te geven. Versnellen geplande pensioenvorming, belastingregime versimpelen en moderniseren, ‘slecht presterende’ dienstensector liberaliseren.’ Alsof dit ‘niks’ is in een land dat geheel gecentraliseerd via de centrale overheid is geregeld en georganiseerd. Daar hebben ze twee jaar de tijd om deze maatregelen te nemen en de hele samenleving op z’n kop te gooien.

‘De toepassing van de begrotingsregels is wel apolitieker geworden, maar is hiermee een uitholling van de discipline zoals in 2003 en 2004 onder leiding van Frankrijk en Duitsland gebeurde voor de toekomst uitgesloten? Dat is zeer twijfelachtig. Europese regeringsleiders kunnen volgens de nieuwe regels niet meer zo gemakkelijk onderling bedisselen hoe over de begrotingen wordt geoordeeld. Maar duidelijk is dat de zogenaamd onafhankelijke Commissie haar oren laat hangen naar de politiek.’

Vierde vraag. Waarom de herhaling van praktijken van 2003 en 2004 uitgesloten worden geacht, is toch verklaarbaar met – anno 2013 – het bestaan van (het publicitaire optreden van) de ratingbureaus die alle regeringen en het – multinationale – bedrijfsleven onder druk zet? Geen regering kan zich permitteren om het eigen land gedowngraded te zien worden. Dat lijkt me een afdoende garantie.

‘En dat is voor de houdbaarheid van de muntunie levensbedreigend. Want het nieuwe EMU-construct is volledig aan deze nieuwe methode opgehangen. In de ‘eurozone oude stijl’ was er nog voorzien dat er discipline van de markt kwam. De Europese afspraak dat landen niet instaan voor elkaars schulden (de no bail-out-clausule) moest beleggers ertoe dwingen elk land op zijn eigen merites te beoordelen. Dat gebeurde niet, omdat beleggers de eurozone als één risicogebied beschouwden.’

Zonder ratingbureaus wel, maar mét ratingbureaus lijkt dit risico minimaal.

‘Die marktdiscipline ontstond alsnog toen de eurocrisis uitbrak. De snel oplopende rentes op Griekse, Portugese, Ierse, Spaanse en Italiaanse staatsobligaties kunnen worden gezien als paniekreactie. Anderzijds prijsden beleggers eindelijk daadwerkelijke landenrisico’s in. Alleen kregen beleggers gelijk dat de no bail-out-clausule een wassen neus is. Landen staan wel degelijk voor elkaar in.’

Sinds de uitbraak van de eurocrisis zijn de genoemde ratingbureaus ook stevig aan de weg aan het timmeren en dat heeft in samenhang van eigenzinnige maatregelen van de ECB wel de rust op de financiële markten teruggebracht (‘Draghi heeft de euro gered’, een tweet op naam van @matinvisser!).

‘Inmiddels heeft de Europese Centrale Bank (ECB) het laatste snippertje marktdiscipline de nek om gedraaid. Vorig jaar beloofde ECB-president Mario Draghi alles te doen om de euro te redden. Die belofte mondde uit in een nieuwe operatie voor de opkoop van staatsobligaties. Beleggers zijn er dusdanig van overtuigd dat de ECB nu echt de redder in nood is, dat rentes op Zuid-Europees staatspapier spectaculair zijn gedaald. De ECB wilde de irrationaliteit in de markt tegengaan, maar het ziet ernaar uit dat de centrale bank zelf de grote marktverstoorder is geworden. Beleggers prijzen de echte landenrisico’s niet meer in.’

Dit is misschien een economische redenering of economisch geïnspireerde zienswijze, maar uit mijn vragen en toelichtende opmerkingen blijkt het omgekeerde.

‘Het is een gevaarlijke gok om alles van politieke disciplinering te verwachten. De begrotingsregels zijn weliswaar uitgebreid, maar het politieke handjeklap erover is weinig minder geworden. Er rest dan één alternatief, namelijk een terugkeer naar marktdiscipline. Maar daarvoor moeten majeure beloftes van noodfondsen en achtervang door de ECB worden teruggedraaid. Dat kunnen politici en centrale bankiers nauwelijks meer doen zonder problemen met de eigen geloofwaardigheid en het vertrouwen van beleggers en burgers.’

Zie vorige opmerkingen. Ik zal deze serie vragen aan Martin mogelijk uitbreiden omdat ik meerdere kranten in huis heb en dus verschillende berichten in verschillende kranten heb aangetroffen en gelezen. Wat ik hiermee wil aangeven is dat deze blogtweet de komende dagen geüpdatet kan worden. Met vriendelijke groet,

Jan Willem