Tags

,

De Eerste Kamer wankelt (Ron Meerhof, Binnenhof, Katern Vonk/de Volkskrant 11 mei)

‘De Eerste Kamer zit in een onmogelijke positie. Doen senatoren hun invloed gelden, dan is dat ondemocratisch machtsmisbruik. Houden ze zich rustig, dan bewijzen ze dat ze overbodig zijn.’

Deze laatste zin in de inleiding is merkwaardig. Klopt dat als de senatoren ‘zich rustig houden, ze dan bewijzen dat ze overbodig zijn’? Nee, dat klopt niet. Als ze zich rustig houden en dat hoort regel te zijn voor het bestaan van een senator, dan kunnen ze wel degelijk hard van leer trekken tegen een kabinetsplan of wetsvoorstel, en dan geven ze de bewindslieden te verstaan dat het voorstel niet deugt, maar dat de zaak zelf geen crisis waard is. Dan geven ze psychologisch het signaal af dat ze beter een nieuw wetsvoorstel kunnen indienen dat de bestaande fouten in de tekst opheft. Dus een novelle zonder dat deze gang zo genoemd wordt. ‘Rustig houden en overbodig zijn’, zijn kortom geen synoniemen van elkaar.

In de tekst zelf komt een terechte zin voor op de vraag of het politieke primaat van de Tweede Kamer naar de Eerste is verschoven:

‘Nee, nee, nee, zeggen deskundigen eensluidend. Het is de afgelopen maanden al vaker gememoreerd: de Nederlandse senaat is een politiek orgaan en stelt zich, zeker sinds begin jaren tachtig, ook op gezette tijden zo op. Maar er zitten duidelijke beperkingen aan dat politieke gedrag: als het erom spant, gaan senatoren vrijwel nooit echt tegen beslissingen van de eigen partij in de Tweede Kamer.’

Hier wordt door staatsrechtdeskundigen duidelijk, zonder omhaal of met wollige taal uitgesproken dat het primaat van de politiek bij de direct en democratisch gekozen Tweede Kamer ligt. Dat zijn dus de feiten.

Vervolgens komen een tweetal specialisten aan het woord, de huidige hoogleraar Carla van Baalen (Radboud Universiteit) en de emeritus-hoogleraar Joop van der Berg (Leiden, Maastricht), die de gevaren van senatoren die zich in de schijnwerpers proberen te plaatsen, duidelijk uitleggen. Van den Berg:

‘’Al die aandacht is een zeer ongezonde zaak.’ Allereerst vanwege het effect op de dames en heren zelf. ‘Een camera op de Eerste Kamer is als een schijnwerper op een kippenhok: iedereen gaat zich meteen anders gedragen en zeker niet beter.’

‘Belangrijker is dat de senaat uit de aard van de zaak de luwte nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen. Van den Berg spreekt van een paradoxale situatie. ‘Op het eerste gezicht heeft de senaat meer invloed dan ooit. Sommigen in de Eerste Kamer denken dat hun positie sterker is geworden. Per saldo zal blijken dat die juist is verzwakt.’

Het recente verleden biedt illustratie. Onder Paars, tóen had de Eerste Kamer het naar zijn zin. VVD, PvdA en D66 hadden een ruime meerderheid in de Tweede Kamer. Op gezette tijden spéélden VVD en PvdA dat ze heel erg rechts respectievelijk links waren. Dat deed het dan goed in de kranten en bij de achterban. Ondertussen stuurden ze eensgezind wetten naar de overkant van het Binnenhof. Daar, in de Eerste Kamer, hadden de drie partijen ook een meerderheid. Maar dan krapper. Nét krap genoeg om af en toe het kabinet onder dreiging van muitende senatoren wat toezeggingen te ontfutselen. En af en toe ging in de Eerste Kamer eens even heel principieel dwars liggen; over de privatisering van de ziektewet bijvoorbeeld, of hervorming van de nabestaandenwet.’

‘Met de politisering is de aandacht gekomen en met die aandacht komt onvermijdelijk de kritiek, voorspelt Van den Berg. ‘Dat zie je al aan de nevenfuncties van politici. Daar hoorde je nooit iemand over en dat is plotseling een kwestie.’ Na de speculaties over een machtsgreep door de senaat ging er ook meteen meer aandacht naar de electorale basis van het instituut. Wat was die eigenlijk wankel, met dat getrapte verkiezingssysteem via de Provinciale Statenverkiezingen en een daarop volgende stemronde onder Statenleden. Rutte had het schimmige karakter niet beter kunnen benadrukken dan door de strapatsen met de Zeeuw Robesin. Opeens had iedereen er een mening over.’

En om met Carla van Baalen te eindigen:

‘Maar het dilemma dat al zo oud is als de senaat zelf, is wel prangender dan ooit tevoren. Het dilemma dat Van Ballen zo samenvat: ‘Als de Eerste Kamer te lastig wordt, komt er een discussie over het primaat en dat leggen ze dan af. Zijn ze te braaf, dan krijgen ze het verwijt dat ze alleen maar dubbelen met de Tweede Kamer en lopen ze óók gevaar.’

Beide geleerden hebben de lezer duidelijk gemaakt hoe wankel het bestaan van de senaat is en dat is vervolgens ook geheel afhankelijk van de inbreng van de senatoren zelf. Gedragen zij zich als kwaliteitscontroleurs, en dat moet herkenbaar zijn in hun tekst op het speekgestoelte, dan is er niets aan de hand. Maar gaan zij zich als semi-Tweede Kamerleden gedragen, dan is het bestaan van de senaat via een gerichte Twitteraanval snel beslecht, want zonder een duidelijk verschil in optreden met hun collega’s in de grote zaal is hun bestaansrecht tenietgedaan, want een ‘dubbelen’, zoals Van Ballen uitdrukte. En we hebben een hekel aan dubbele werkzaamheden, en bij politici des te meer omdat ze hun imago toch al geheel te grabbel hebben gegooid. Het ‘laatste’ woord van de Eerste Kamer is slechts de eindtoets der kwaliteit. En dat dient in én met wijsheid te worden afgegeven.

Advertisements